Foto Headerfoto: © Flip Franssen

De laatste drie jaar had Nederland te maken met langere droge periodes. 2019 was een droger jaar dan gemiddeld met grote regionale verschillen. Ook in 2020 was het voorjaar extreem droog en de grondwaterstanden waren laag. Nederland moet rekening houden met een toenemende kans op droogte in het voorjaar en op lage rivierafvoeren. Daarom intensiveert en versnelt het Deltaprogramma Zoetwater de uitvoering van de maatregelen na de eerste herijking van de deltabeslissing en de voorkeursstrategie Zoetwater. En er komt extra geld.

De nieuwe inzichten uit de knelpuntenanalyse en praktijkervaringen hebben het urgentiebesef van de zoetwatermaatregelen versterkt en het gezamenlijke ambitieniveau verhoogd. De tussen 2015 en 2017 in beeld gebrachte knelpunten en mogelijke maatregelen borduurden vooral voort op de bestaande strategieën. De droogte in 2018 en 2019 heeft laten zien dat er meer nodig is om ook in de toekomst weerbaar te zijn tegen zoetwatertekort.

Belangrijke nieuwe onderdelen van de Deltabeslissing Zoetwater en de Zoetwaterstrategie voor de tweede fase zijn een Zoetwaterdoelstelling voor 2050, een nieuwe voorkeursvolgorde voor het werken aan waterbeschikbaarheid en een strategie Klimaatbestendige Zoetwatervoorziening Hoofdwatersysteem. 

Opgave en doel voor de lange termijn (2050)

De Deltabeslissing Zoetwater wordt verrijkt met een langetermijndoelstelling. Deze doelstelling sluit aan bij de bestaande inzet: In 2050 is Nederland weerbaar tegen zoetwatertekort.De Deltabeslissing Zoetwater wordt verrijkt met een langetermijndoelstelling. Deze doelstelling sluit aan bij de bestaande inzet: in 2050 is Nederland weerbaar tegen zoetwatertekort. Dit bereiken we door een gezond en evenwichtig watersysteem, door cruciale gebruiksfuncties te beschermen, water effectief en zuinig te gebruiken, waterkennis, waterkunde en waterinnovaties te ontwikkelen en tot slot de concurrentiepositie van waterafhankelijke sectoren te verbeteren.

Infographic met stappenplan tegen zoetwatertekort
Overzicht opgave en doel Zoetwater tot en met 2050.

Nieuwe voorkeursvolgorde voor verbeteren waterbeschikbaarheid

De eerste fase van het Deltaprogramma werkte met de trits: ‘zuinig zijn met water – water beter vasthouden – water slimmer verdelen’. Het is gebleken dat er niet altijd en overal voor iedereen voldoende zoetwater van goede kwaliteit gegarandeerd kan worden. Daarom wordt de bestaande trits uitgebreid met ‘meer rekening houden met waterbeschikbaarheid bij ruimtelijke inrichting’ en ‘het accepteren van schade’ (bij een natuurlijk fenomeen is nooit alle schade te voorkomen. Als de inzet nog onvoldoende is, dan moeten we de (rest)schade accepteren en ons daarop voorbereiden).

In de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) en in het Nationaal Waterprogramma wordt daarom een nieuwe voorkeursvolgorde opgenomen voor (regionaal) waterbeheer. Het uitgangspunt is dat bij de ruimtelijke inrichting en landgebruik meer rekening moet worden gehouden met waterbeschikbaarheid en wateroverlast. Per gebied kan een mix van maatregelen ontstaan op basis van regionale afwegingen. Belangrijk is om goed te motiveren hoe bij veranderingen in de ruimtelijke inrichting en de watervraag rekening is gehouden met de waterbeschikbaarheid. Daarnaast geldt dat:

  • Alle watergebruikers (waaronder landbouw, natuur, industrie en consumenten) zuiniger moeten omgaan met water.
  • De waterbeheerders (waaronder waterschappen, provincies, gemeenten, Rijkswaterstaat, agrariërs en natuurterreinbeheerders) water beter moeten vasthouden, bergen en opslaan.
  • De waterbeheerder water slimmer moeten verdelen  
Bemesting van een droge akker
Bemesting van een akker tijdens de droge zomer van 2018 Foto: © Flip Franssen

Klimaatbestendige Zoetwatervoorziening Hoofdwatersysteem

In de droge zomer van 2018 hebben waterbeheerders het beschikbare water efficiënter kunnen vasthouden en verdelen, mede door slim watermanagement. Deze werkwijze is in 2019 vertaald naar een nieuwe strategie Klimaatbestendige Zoetwatervoorziening Hoofdwatersysteem. Die strategie maakt het mogelijk om het toenemende risico van watertekorten, als gevolg van verzilting in het benedenrivierengebied en uitputting van de IJsselmeerbuffer, te verkleinen zonder grote ingrepen in het hoofdwatersysteem.

Schematische weergave van de Klimaatbestendige Zoetwatervoorziening Hoofdwatersysteem. Hierin worden de volgende maatregelen genoemd: IJsselmeer langer op peil door aanvoer via het Amsterdam-Rijnkanaal, Extra water via het Twentekanaal, Flexibele inzet stuw Driel, Stuwpanden op peil via zuinige pompen, Extra water via stuw Hagestein bij verzilting Lek-monding, Midden-west-Nederland krijgt bij verzilting aanvoer uit de Hollandsche IJssel en Lek.
Schematische weergave maatregelen Klimaatbestendige Zoetwatervoorziening Hoofdwatersysteem.

Bij (dreigende) watertekorten richt de aandacht zich op het zoet houden van de delen van het benedenrivierengebied die efficiënt zoet te houden zijn en waaruit de zoetwatervoorziening gefaciliteerd kan worden. Het gaat om de bovenlopen van de Lek, de Hollandsche IJssel en het Amsterdam-Rijnkanaal. Sturing gebeurt op basis van actuele informatie over de verziltingssituatie en de watervraag. Hiermee blijft de zoetwatervoorziening naar de regio en voor drinkwater zo goed mogelijk geborgd. Deze strategie wordt in de tweede fase van het Deltaprogramma Zoetwater verder uitgewerkt.

Extra ambitie en tweede fase Deltaprogramma Zoetwater

Met het Deltaprogramma Zoetwater en de aanbevelingen van de Beleidstafel Droogte heeft Nederland een goede aanpak om zich voor te bereiden op periodes van droogte, maar extra ambitie is gewenst. Daarom stelt het Deltafonds voor de tweede fase van het Deltaprogramma Zoetwater (2022-2027) honderd miljoen euro extra beschikbaar. Met deze extra impuls en een extra regionale cofinanciering, heeft fase 2 van het Deltaprogramma Zoetwater een maatregelenpakket van ruim achthonderd miljoen euro.

Kansrijke zoetwatermaatregelen

Voor de tweede fase van het Deltaprogramma Zoetwater zijn ongeveer 150 kansrijke zoetwatermaatregelen voorbereid en geprioriteerd. Enkele voorbeelden zijn:  

  • Infrastructurele wijzigingen zoals het verbeteren van de doorvoer van de Krimpenerwaard (West-Nederland) en het beperken van externe verzilting bij de Afsluitdijk (Rijkswaterstaat).
  • Innovatieve projecten zoals experimenteren met natte teelten op natte gronden, het verbeteren van de bodemstructuur van kleigronden en de teelt van zouttolerante gewassen onderzoeken (Noord-Nederland).
  • Ruimtelijke aanpassing van grondgebruik zoals het ontstenen van verhard oppervlak, het omzetten van naaldbossen naar loofbossen en sloten en greppels dempen of afsluitbaar maken (Hoge Zandgronden Oost- en Zuid-Nederland).
  • Hergebruik van effluent van Rioolwaterzuiveringsinstallaties (Noord- en West-Nederland en de Zuidwestelijke Delta).