Om te zorgen voor een robuuste zoetwatervoorziening werkt het Deltaprogramma Zoetwater aan het vergroten van weerbaarheid tegen zoetwatertekorten. In de drie stappen van waterbeschikbaarheid maken waterbeheerders de kans op droogte en de gevolgen hiervan inzichtelijk. Waterbeheerders en gebruikers brengen de noodzaak in beeld om het bestaande watersysteem en watergebruik te optimaliseren en maken hierover afspraken.

In het hoofdwatersysteem (de grote rivieren en meren) en regionale watersystemen worden al verschillende maatregelen uitgevoerd, zoals het vergroten van wateraanvoermogelijkheden via de Klimaatbestendige Wateraanvoer West-Nederland, het flexibel peilbeheer in het IJsselmeergebied en zuiniger omgaan met het beschikbare water.. In het programma Slim Watermanagement werken waterbeheerders samen voor situaties van watertekorten en wateroverlast, met als doel water slimmer en efficiënter te sturen. Dit heeft in de zomers van 2018 en 2019 bijgedragen aan het verstandig omgaan met watertekorten.

Actualisering
Maar is dit voldoende om in 2050 weerbaar te zijn tegen zoetwatertekorten? Door klimaatverandering en economische groei veranderen de vraag naar en het aanbod van water. Zo worden sporadische intense buien en langere droge perioden steeds normaler. Daarom herijken en actualiseren de, binnen het Deltaprogramma, betrokken partijen de zoetwaterstrategie en bijbehorende maatregelen voor de volgende fase van het programma (2022 – 2027). Het Programmateam Zoetwater en Rijkswaterstaat werkt dit uit voor het hoofdwatersysteem.

Figuur 1. De drie stappen van waterbeschikbaarheid

Voor het hoofdwatersysteem bestaan de mogelijke strategieën uit (1) het voortzetten van het huidige beleid en beheer, (2) grootschalige infrastructurele maatregelen zoals het afsluiten van de Nieuwe Waterweg of (3) het verder optimaliseren van het huidige beheer. We zoomen in op de laatste strategie, genoemd: klimaatbestendige zoetwatervoorziening hoofwatersysteem.

Stuurbaar
De zomer van 2018 was extreem droog en heeft geleid tot economische schade in verschillende sectoren. In de hoge delen van Nederland was het afgelopen jaar opnieuw extreem droog. Het regende bijna niet en er kon vrijwel geen water vanuit het hoofdwatersysteem worden aangevoerd. Waterbeheerders hebben alle zeilen bijgezet om schade door droogte zo veel mogelijk te beperken. De droogte onderstreept nogmaals het belang van zuiniger omgaan met water om water meer en langer vast te houden.

Meer flexibiliteit in het hoofdwatersysteem nodig

Figuur 2 Schematische weergave strategie klimaatbestendige zoetwatervoorziening hoofdwatersysteem (o.b.v. Hydrologic, 2019).

De ervaringen uit 2018 en opgedane kennis met de uitvoering van maatregelen uit de eerste fase van Deltaprogramma Zoetwater (2015-2021) laten zien dat we water in het hoofdwatersysteem efficiënter kunnen inzetten voor zoetwatervoorziening in perioden van droogte. Hiervoor is wel meer flexibiliteit in het hoofdwatersysteem nodig. Dit is ook van belang omdat droogte zich elke keer anders voordoet en niet overal tegelijkertijd. Door beter samen te werken en anders te sturen wanneer de rivierafvoeren laag zijn, lijkt het mogelijk de zoetwatervoorziening in grote, verziltingsgevoelige delen van het benedenrivierengebied in stand te houden. Ook kunnen we de IJsselmeerbuffer beter benutten. De uitdaging is nu om het systeem nog flexibeler en stuurbaarder te maken.

Denklijnen
De denklijnen voor het vergroten van de flexibiliteit zijn in 2019 door het Programmateam Zoetwater en Rijkswaterstaat in samenwerking met Hydrologic, Deltares en Infram uitgewerkt. Deze denklijnen zetten in op het flexibeler vullen van de IJsselmeervoorraad in perioden met hogere rivierafvoeren (meer dan 1600m³/s bij Lobith) en het zoet houden van de bovenlopen van de Lek en Hollandse IJssel door extra water via Stuw Hagestein aan te voeren in perioden met (extreem) lage rivierafvoeren (beneden 1500m³/s bij Lobith). Voor de Maas gaat het om het verkennen van de mogelijkheden om slimmer te schutten en meer water vast te houden. Dit gebeurt binnen de bestaande infrastructuur en vergt verdere inzet op slimme samenwerking, verbeterde monitoring en informatievoorziening.

Bij lage rivierafvoeren een klein deel van het rivierwater anders verdelen

Vanuit de Lek, Hollandse IJssel,het Haringvliet en Brielse Meer kan West-Nederland van zoetwater worden voorzien. Hierdoor hoeven we niet meer zo lang mogelijk te sturen op het zoet houden van de Nieuwe Waterweg. Dit biedt ruimte om bij lage rivierafvoeren een klein deel van het rivierwater van de Waal anders te verdelen. Zo kunnen we in droge perioden mogelijk water via het Amsterdam-Rijnkanaal naar het IJsselmeergebied voeren, om hier watertekorten te verminderen. Dit treedt naar verwachting bij het meest extreme deltascenario eens in de vijftien jaar op. In deze jaren leidt het onttrekken van water aan de Waal wel tot een beperkte waterstandsdaling op de Waal bij St. Andries. Hierdoor kan het binnenlandse scheepvaartverkeer minder vracht vervoeren. Het internationale scheepvaartverkeer ondervindt geen extra beperkingen, omdat hiervoor de ondiepte bij Nijmegen bepalend is.

Met deze strategie kan de overheid zich voorbereiden op de toename in verwachte droogte en de gebruikers duidelijkheid geven over waar ze in het hoofdwatersysteem op zoet water kunnen rekenen. Ook ontstaat ruimte in het hoofdwatersysteem om mogelijk toenemende watervraag te faciliteren, bijvoorbeeld voor het tegengaan van bodemdaling in het veenweidegebied (doelstelling klimaatakkoord). Dat neemt niet weg dat we ook in de toekomst nog steeds met droogte te maken blijven houden en het belangrijk is ook zuiniger met water om te gaan!

Verdere uitwerking en besluitvorming
Verschillende vragen rond uitvoerbaarheid en effectiviteit van deze strategie vragen om verdere uitwerking. Hier worden regionale waterbeheerders en watergebruikers bij betrokken. Deze verdere uitwerking moet uitwijzen of de strategie klimaatbestendige zoetwatervoorziening hoofdwatersysteem als voorkeursstrategie voor het hoofdwatersysteem wordt gezien. Eind 2020 Besluit het Bestuurlijk Platform Zoetwater over de nationale voorkeursstrategie en bijbehorende maatregelen.

Dit alles met het doel in 2050 weerbaarder te zijn tegen zoetwatertekorten.