Waterveiligheid en de energietransitie: twee belangrijke maatschappelijke thema’s. Kan je deze afzonderlijk van elkaar beschouwen? Of is het goed om ze in samenhang op te pakken? Het Deltaprogramma Rijnmond-Drechtsteden (DPRD) heeft in de herijking van haar voorkeursstrategie deze vragen meegenomen. De leerervaringen uit een studie op Voorne Putten zijn hier nadrukkelijk bij gebruikt.

De Voorkeurstrategie van het Deltaprogramma Rijnmond-Drechtsteden (DPRD) komt in het kort neer op een meerlaagse veiligheidsaanpak, Preventie tegen overstromingen vormt de basis, aangevuld met ruimtelijke maatregelen en crisisbeheersing. Telkens wordt gezocht naar een optimale combinatie van preventieve maatregelen zoals stormvloedkeringen en dijken. Dat gebeurt nadrukkelijk met oog voor de relatie tussen dijken en gebieden, maatwerkbuitendijks, betere bescherming van vitale en kwetsbare objecten en een goede crisisbeheersing door onder andere verbetering van de mogelijkheden van evacuatie.

In het kader van de herijking van de vastgestelde Voorkeurstrategieën en de Deltabeslissingen heeft DPRD samen met de overheden, bedrijven, belangenorganisaties en kennisinstellingen gekeken naar de consequenties van zeespiegelstijging, maatschappelijke ontwikkelingen en andere mogelijke aanpassingsopties. Daarbij hebben we de ambitie om goed te kijken naar de mogelijkheid om het werken aan waterveiligheid te koppelen aan bredere maatschappelijke ruimtelijke ontwikkelingen. Op deze manier kan er synergie ontstaan, en in de toekomst kan dat wellicht leiden tot andere keuzes en type maatregelen.

De ontwikkelingen zijn in beeld gebracht, waarbij de relatie met de verstedelijkingsopgave en de energietransitie het meest van belang blijken te zijn. Die relaties bieden zowel kansen (synergie) als uitdagingen (veiligheidsrisico’s).

Kansen
In het project "Benutten energietransitie voor vergroten waterveiligheid" is de synergie onderzocht voor het eiland Voorne-Putten. Zo is gekeken of lokale energieopwekking op Voorne-Putten ervoor kan zorgen dat het gebied bij overstromingen minder kwetsbaar en daardoor veiliger is. Bijvoorbeeld doordat de stroomvoorziening ondanks de overstroming (deels) blijft werken en het gebied sneller kan herstellen na een overstroming. De bevindingen uit het onderzoek zijn relevant voor alle binnendijkse overstroombare gebieden in Nederland.

‘Lokaal opgewekte energie als crisisbestendige infrastructuur bij wateroverlast’

In het onderzoek zijn de beperkingen en de kwetsbaarheid van het huidige energienetwerk voor overstroming aan het licht gekomen. Als belangrijke verdeelstations onder water komen te staan, is de uitval van het netwerk vaak niet beperkt tot het overstroomde gebied. Veel stations zijn namelijk niet op afstand uit te schakelen. Vanwege de extreem lage kans op uitval door een overstroming neemt de netbeheerder voor dit type uitval nu nog geen specifieke maatregelen.

Lokaal opgewekte energie is op dit moment in de regel nog niet inzetbaar bij overstroming, omdat de energiebronnen niet los van het centrale netwerk kunnen functioneren. Als het netwerk uitvalt, vallen ook de lokale bronnen uit. Door de plaatsing van schakelaars en accu's achter de meterkast, waarmee een zogenaamd 'eilandbedrijf' ontstaat, zouden de bronnen mogelijk wél kunnen bijdragen aan de waterveiligheid in een gebied. Een eerste toepassing van dat idee zou kunnen plaatsvinden in gebouwen die ook als shelter dienen, zoals scholen. Dergelijke maatregelen lijken kansrijker als lokaal opgewekte duurzame energie niet alleen bij een overstroming maar ook onder reguliere omstandigheden in een ‘eilandbedrijf’ is te benutten. De vraag is dan onder welke omstandigheden en voorwaarden dit zinvol is.

Uitdagingen
De energietransitie heeft behalve positieve klimaatdoelstellingen een grote impact op de fysieke leefomgeving. Tegelijkertijd hebben we nog onvoldoende zicht op de veiligheidsconsequenties hiervan, ook niet van die in combinatie met ernstige wateroverlast of overstromingen. We weten wel dat sinds de vaststelling van de huidige voorkeursstrategie de ontwikkelingen op het gebied van alternatieve brandstoffen en energieopwekking razendsnel zijn gegaan. Daarmee komen we voor nieuwe veiligheidsuitdagingen te staan.

Er ontbreekt nog veel kennis over de kans op eventuele incidenten met nieuwe energiebronnen en energiedragers, maar dat er incidenten plaatsvinden is duidelijk.
Als gevolg van harde wind schoven bijvoorbeeld in de Japanse stad Ichihara in september van dit jaar in een drijvend zonnepark zonnepanelen over elkaar heen, waardoor meer dan honderd zonnepanelen in brand vlogen. De brand werd veroorzaakt door de hitte die werd geproduceerd door de op elkaar liggende zonnepanelen.

Nader onderzoek naar de relatie tussen overstromingsgevaar en kwetsbaarheid vitale energie-infrastructuur

Ook een overstroming(sdreiging)in het Rijnmond Drechtstedengebied gaat in alle waarschijnlijkheid gepaard met slecht weer en harde storm. Voor zonnepanelen geldt in zijn algemeenheid dat er na afschakeling van het elektriciteitsnet nog spanning op de panelen aanwezig kan zijn, waarmee in combinatie met water gevaar op elektrocutie bestaat. De onbekendheid met de risicoaspecten van alternatieve energieopwekking, al dan niet in combinatie met water, vormt een risico op zich. Dit wil niet zeggen dat er op dit moment nog geen logische keuzes bij ruimtelijke inrichting te maken zijn. Bijvoorbeeld een ondergrondse parkeergarage met laadpalen voor elektrische auto’s is niet altijd een goed idee.

Verder onderzoek
De gesignaleerde ontwikkelingen beïnvloeden de strategie op regionaal niveau nu nog niet. Nader onderzoek is wel wenselijk, juist omdat de strategie voor de energietransitie in onze regio nog volop in ontwikkeling is en er nog veel onzekerheden zijn.

De energie-infrastructuur is een vitale voorziening waarvan de kans op uitval bij een overstroming zo klein mogelijk moet zijn. Bij de locatiekeuze en de aanleg van nieuwe energie-infrastructuur moet daarom expliciet aandacht zijn voor de situatie dat er toch een overstroming plaatsvindt. Dit geldt zowel voor het binnendijkse- als voor het buitendijkse gebied. Voor Rijnmond-Drechtsteden in het bijzonder is dit door de aanwezigheid van belangrijke industrie in de Rotterdamse haven en vanwege de rol van de haven in de (inter)nationale logistieke ketens. Het is belangrijk om met beheerders van vitale en kwetsbare objecten een goede risicodialoog te voeren, zodat ook hier "het weten, willen en werken" in beeld komt.

In december 2019 start in de regio Rijnmond-Drechtsteden een regionale verkenningsgroep met vertegenwoordigers van veiligheidsregio’s, provincie, gemeenten, Havenbedrijf Rotterdam, Rijkswaterstaat, omgevingsdiensten, waterschappen en beheerders van vitale en kwetsbare objecten. Deze groep gaat de komende jaren aan de slag om een goede gezamenlijke risicodialoog (publiek en privaat) voor te bereiden en te komen tot oplossingsgerichte samenwerking. Hierbij worden ook de consequenties van de energietransitie inzichtelijk gemaakt. Ook worden verbindingen tussen beide onderwerpen gelegd in de Regionale Energiestrategieën die momenteel worden ontwikkeld.