Nederland en Duitsland zijn van elkaar afhankelijk als het gaat om hoogwaterbescherming. Een dijkdoorbraak in het grensgebied langs de Rijn kan gevolgen hebben in beide landen. Nederland en Nordrhein-Westfalen werken daarom al ruim twintig jaar grensoverschrijdend samen op het gebied van hoogwaterbescherming en blijven dit nog minimaal tot 2025 doen. Dat hebben betrokkenen 5 juli jl. afgesproken op de gezamenlijke Hoogwaterconferentie ‘Water zonder grenzen/Wasser ohne Grenzen’.

Het hoogwater in 1995, waarbij het in het grensgebied van de Rijn maar nét goed ging, was aanleiding om de samenwerking tussen Duitsland en Nederland te versterken. Vanaf 1997 wisselen beide landen kennis uit, stemmen beleid af, stellen gezamenlijke richtlijnen op en doen onderzoek.

Verschillende methodieken
Een eerste gezamenlijk onderzoek naar grensoverschrijdende hoogwaterrisico’s is in 2009 afgerond. Dat onderzoek is nu op basis van nieuwe inzichten en nieuwe richtlijnen geactualiseerd. Daarbij is onder andere onderzocht wat de invoering van de nieuwe Nederlandse normeringssystematiek in 2017 (zoals opgenomen in de Waterwet) betekent voor het grensgebied langs de Rijn.

Tot 2017 hanteerden beide landen een vergelijkbare systematiek. Nederland drukt de normen die op 1 januari 2017 zijn ingevoerd uit in een maximale overstromingskans per dijktraject. Dit is de kans van het optreden van een daadwerkelijke overstroming. Bij het bepalen van de hoogte van de norm is gekeken naar de mogelijke gevolgen van een overstroming. Belangrijk uitgangspunt hierin is de zogenaamde basisveiligheid: het individueel risico op overlijden als gevolg van een overstroming. Het Nederlandse dijktraject van dijkring 42 heeft een norm van 1/3.000, het (eerste) Nederlandse dijktraject van dijkring 48 heeft een norm van 1/10.000.

Nordrhein-Westfalen drukt haar norm voor de waterkeringen uit in een overschrijdingskans. Dit is de kans dat de maximale waterstand optreedt die een dijkvak veilig moet kunnen keren. Voor het Duitse deel van de dijkringen 42 en 48 langs de Rijn is deze waterstand gebaseerd op een overschrijdingsfrequentie van 1/500 per jaar. Daarbovenop hanteert Nordrhein Westfalen een waakhoogte van 1 meter. Dat is de hoogte van een dijk boven de waterstand. Eerder onderzoek heeft uitgewezen dat de nieuwe dijken aan Duitse zijde als gevolg daarvan niet lager zijn dan de huidige Nederlandse dijken die aangelegd zijn op basis van de ‘oude’ normen van vóór 2017.

Twee grensoverschrijdende dijkringen
Dijkring 42 en 48 liggen respectievelijk aan de linker- en rechteroever van de Rijn. De waterkering van dijkring 42 begint in het zuidoosten bij Xanten aan de Niederrhein en eindigt bij Nijmegen aan de Waal. De aanwezige primaire waterkeringen (bandijken) langs deze dijkring beschermen het gebied tegen overstromingen vanuit de Rijn en de Waal. Het oppervlak van het dijkringgebied is zo'n 275 km2, waarvan ongeveer 90% in Duitsland ligt. De belangrijkste steden die beschermd worden door de waterkeringen zijn Xanten, Kleve en Nijmegen. De waterkering van dijkring 48 loopt van Wesel-Bislich via Lobith, Westervoort en via Doesburg langs de Oude IJssel tot Doetinchem. De waterkering beschermt tegen overstromingen vanuit de Rijn, het Pannerdensch Kanaal, de IJssel en de Oude IJssel. Het dijkringgebied heeft een oppervlak van ongeveer 535 km² waarvan 70% in Nederland. De belangrijkste steden die beschermd worden zijn Rees, Emmerich, Zevenaar, Duiven en Westervoort.

Overeenkomsten en verschillen aan
De eindconclusies van de studie Overstromingsrisico grensoverschrijdende dijkringen aan de Niederrhein zijn afgelopen juli tijdens de gezamenlijke Hoogwaterconferentie gepresenteerd. Het onderzoek brengt de verschillen in de beleidsaanpak aan weerszijden van de grens in beeld en heeft de huidige en toekomstige overstromingsrisico’s onderzocht. Uit de studie blijkt dat beide landen actief werken aan de bescherming tegen overstromingen en dat beide landen elkaar nodig hebben om het grensgebied te blijven beschermen tegen hoogwater.

‘Beide landen werken actief aan de bescherming tegen overstromingen en hebben elkaar nodig om het grensgebied te blijven beschermen tegen hoogwater’

Het onderzoek laat zien dat tot 2025 het overstromingsrisico afneemt door de lopende en geplande dijkversterkingen uit het dijkversterkingsprogramma "Fahrplan Deichsanierung" in Nordrhein-Westfalen. Als deze werkzaamheden in 2025 zijn afgerond is het beschermingsniveau tegen hoogwater aan beide kanten van de grens vergelijkbaar. Na 2025 neemt het overstromingsrisico in het gehele grensgebied naar verwachting toe. Door klimaatverandering worden de piekafvoeren op de Rijn groter waardoor de kans op een overstroming toeneemt. Door de verwachte economische groei en daarmee de groei van het aantal huizen en inwoners in de beide dijkringen nemen ook de gevolgen van een overstroming toe.

In de periode tot 2050 versterkt Nederland haar dijken zodat deze in 2050 voldoen aan de nieuwe wettelijke normering. De studie laat zien dat in 2050 in het Nederlandse deel van de grensregio, ondanks deze versterkingen, niet overal wordt voldaan aan de gewenste basisveiligheid, gegeven het verschil in normen tussen beide landen en uitgaande van klimaatverandering en economische groei.

Gezamenlijk vervolgonderzoek tot 2025
Naar aanleiding van het onderzoeksrapport zijn beide landen in overleg over een vervolg op het onderzoek voor de periode tot 2025. Tijdens de Hoogwaterconferentie hebben de partners onderstreept dat ze daarnaast de aanbevelingen uit het rapport verder gaan uitwerken. Zo gaan beide landen door middel van onderzoek samen meer ervaring en kennis opdoen op het gebied van het faalmechanisme ‘opbarsten en piping’, evacuatiemogelijkheden, de toekomstige Rijnafvoeren en de risicobenaderingsmethodiek. Ook ontwikkelen ze een gemeenschappelijk toekomstperspectief voor de grensoverschrijdende hoogwaterbescherming voor het grensgebied.

Duitsland en Nederland hernieuwen hun samenwerking tijdens de Hoogwaterconferentie op 5 juli jl. Op de foto, vlnr: John Berends, Commissaris van de Koning van Gelderland, Hein Pieper, Dijkgraaf Waterschap Rijn & IJssel, Ursula Heinen-Esser. Ministerin für Umwelt, Landwirtschaft, Natur- und Verbraucherschutz des Landes Nordrhein-Westfalen, Peter Heij, Directeur-Generaal Water en Bodem ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, Holger Friedrich, Arbeitskreis Hochwasserschutz und Gewässer in NRW e.v, Co Verdaas, Dijkgraaf Waterschap Rivierenland.

De grensoverschrijdende samenwerking is zowel waardevol als uitdagend. Transparante kennisuitwisseling en vertrouwen is de basis. Een belangrijke succesfactor in zo’n samenwerking is investeren in een warm netwerk met lange-termijn-relaties. Het taalverschil zorgt voor uitdagingen. De voertaal in deze samenwerking is Duits. Dat is een keuze uit het verleden. De vertaling van vergaderstukken en documenten kost tijd en geld en in de communicatie zijn de Nederlanders soms in het nadeel omdat zij de finesses van de Duitse taal minder goed beheersen.

Samen leren
Beide landen kunnen veel van elkaar leren op het gebied van hoogwaterveiligheid. Duitsland versterkt haar dijken niet zoals wij dat doen, maar verwijdert veelal de oude dijk en bouwt de dijk vervolgens opnieuw op. Soms wordt dan de nieuwe dijk verder van de rivier af teruggelegd waardoor er meteen meer ruimte voor de rivier ontstaat. In Nederland wordt meer geëxperimenteerd met innovatieve versterkingstechnieken. Niet altijd eenvoudiger, wel leerzaam. Ook voor Duitsland. Zo is er gezamenlijk bijvoorbeeld nog veel te leren over het fenomeen ‘opbarsten en piping’.

De Duits-Nederlandse samenwerkende partijen zijn het ministerie van Milieu, Landbouw, Natuur- en Consumentenbescherming van Nordrhein-Westfalen, de Arbeitskreis für Hochwasserschutz und Gewässer in NRW e.V, het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, provincie Gelderland en de waterschappen Rijn en IJssel en Rivierenland.

Werkbezoek Deltacommissaris aan de grensregio
Deltacommissaris Peter Glas bracht op 27 september jl. een werkbezoek aan het grensgebied van de Rijn. Dit bezoek stond in het teken van hoogwaterbescherming en -veiligheid in de grensregio. De Deltacommissaris sprak onder andere met de waterbeheerders van Duitse en Nederlandse zijde over hoe zij omgaan met verschillende culturen en verschillen in beleid, normen, dijkbouw en in uitgangspunten daarbij. Lees meer.