Recent heeft Stuurgroep Deltaprogramma Maas het werkdocument Adaptieve Uitvoeringsstrategie Maas vastgesteld. ‘Een mooi resultaat’, aldus voorzitter van de stuurgroep Rik Grashoff. ‘Afgelopen jaren hebben we als partners langs de Maas intensief aan deze strategie gewerkt. Het laat zien dat een veilige rivier mogelijk is met behoud van ruimtelijke kwaliteit. Rivierverruiming biedt kansen voor integrale gebiedsontwikkeling, met mogelijkheden voor realisatie van bijvoorbeeld natuurdoelen en recreatief gebruik.’

De Adaptieve Uitvoeringsstrategie Maas (AUM) gaat over mogelijkheden om invulling te geven aan het gewenste samenspel tussen dijkversterking en rivierverruiming. Waterveiligheidsdoelen staan daarbij centraal, maar met de nadrukkelijke wens om de ruimtelijke kwaliteit te versterken en de rivier duurzaam te kunnen beheren.

Variatie in versterkingsopgave
Vrijwel alle dijken langs de Maas hebben een versterkingsopgave tot 2050 (hoogte- en sterkteopgave). Sterkteopgaven spelen in het hele Maasgebied, maar de hoogteopgave varieert enorm voor de verschillende deelgebieden. De hoogteopgave is in het bedijkte deel van de Maas minder groot dan in de Maasvallei. Daar is de hoogteopgave op sommige plekken zo groot is dat ook met een combinatie van rivierverruiming en dijkversterking geen gedragen oplossing mogelijk is, en maatwerk nodig is.

‘Bij het samenstellen van de AUM zijn alle maatregelen uit eerdere voorkeursstrategieën beoordeeld op ruimtelijke kwaliteit, de gevolgen voor het duurzaam functioneren van de rivier, kosteneffectiviteit en de mate van (regionaal) bestuurlijk draagvlak’, vertelt programmamanager Koos Beurskens. ‘Deze beoordeling ligt aan de basis van vier alternatieve maatregelpakketten. Voor elk onderscheiden pakket is de waterstandsdaling bepaald en is nagegaan in hoeverre knelpunten voor de ruimtelijke kwaliteit als gevolg van dijkverhogingen voorkomen kunnen worden. Daarbij is speciaal gekeken naar bijzondere oevers, fronten en dijktrajecten langs de Maas.’

AUM als bouwsteen
De maatregelpakketten in de AUM zijn geen blauwdruk voor 2050, maar geven inzicht in de potentiële waterstandsverlaging door rivierverruiming. Het is de bedoeling om beleidsmatig een waterstandslijn voor de periode 2020 – 2050 vast te leggen en daarmee helderheid te bieden voor de ontwerphoogten van de dijken en de inzet van gebieden voor rivierverruiming.

'De veiligheidsopgave is en blijft urgent!'

‘De AUM is het resultaat van een intensieve zoektocht van de Maaspartners naar een gedragen invulling van en een mogelijke balans tussen rivierverruiming en dijkversterking’, aldus Patrick van der Broeck, dijkgraaf Waterschap Limburg. ‘De Maasregio ziet het AUM als belangrijke bouwsteen voor de herijking van de voorkeursstrategie in het kader van het Deltaprogramma en voor het in ontwikkeling zijnde programma Integraal Riviermanagement (IRM). De AUM biedt ook kansen om op korte termijn stappen te zetten, om kansen te verzilveren. En dat is nodig want de veiligheidsopgave is en blijft urgent!’
Het IRM-programma beoogt de opgaven in en rond de rivier (waterveiligheid, bevaarbaarheid, zoetwater, waterkwaliteit, natuur, bodemligging) bij hoog- en laagwater in samenhang op te lossen met behulp van een integrale programmatische aanpak. Beleidsmatige borging van de hoogwaterlijn van de Maas wordt via het spoor van IRM voorzien.

Het AUM is te downloaden op: https://www.deltacommissaris.nl/deltaprogramma/documenten/publicaties/2019/10/24/adaptieve-uitvoeringsstrategie-maas