Zwolle heeft klimaatverandering hoog op de agenda staan. De Adaptatiestrategie die de gemeente deze zomer lanceerde, bouwt voort op twee decennia van stresstesten en risicodialogen ‘avant la lettre’. Twee Zwolse experts, beheermanager stedelijk water Mark Heideveld en programmamanager klimaatadaptatie Geert Janssen, vertellen hoe ze dit hebben aangepakt en welke uitdagingen er nog liggen. ‘Het is een vloeiend proces.’

Zwolle ligt ingeklemd tussen IJssel, Vecht en IJsselmeer. Die ligging maakt de stad extra kwetsbaar voor klimaatverandering. Voor de gemeente is weerbaarheid tegen wateroverlast daarom al lange tijd een belangrijk thema. De laatste jaren kwamen daar andere aspecten van klimaatverandering bij. Heideveld en Janssen zijn er beide vrijwel dagelijks mee bezig: met ruimtelijke adaptatie, met het proces dat leidt van stresstest naar risicodialoog.

Adaptatie onarmen
‘Destijds noemden we het nog niet zo, maar we zijn in Zwolle al meer dan twintig jaar bezig met klimaatadaptatie’, begint Heideveld. ‘Onze woonwijk Stadshagen is een van eerste Vinexlocaties in Nederland waar het regenwater grootschalig wordt geïnfiltreerd, al vanaf 1996.’

‘Klimaatadaptatie kreeg meer betekenis toen er plannen waren om het waterpeil van het IJsselmeer anderhalve meter omhoog te brengen, om de zoetwatervoorraad te vergroten’, vult Janssen aan. Dat was in 2006 en zou grote gevolgen hebben gehad voor de hele waterhuishouding in Zwolle. De binnenstad van Zwolle, die in open verbinding staat met het IJsselmeer, zou dan geheel onder water lopen. Janssen: ‘Toen realiseerden wij ons nóg meer hoezeer wij als stad verbonden zijn met water.’

Mark Heideveld: ‘Het College én de gemeenteraad hebben klimaatadaptatie al een tijdlang als thema omarmd en er wordt substantieel geld voor vrijgemaakt. Ik denk dat dat een cruciale factor is geweest.’

‘Sindsdien zijn we echt aan het pionieren’, zegt Heideveld. ‘Deze zomer hebben we onze adaptatiestrategie gelanceerd. Wat ik tot op de dag van vandaag supergaaf vind, is dat we de slag hebben gemaakt naar de begroting. Het College én de gemeenteraad hebben klimaatadaptatie al een tijdlang als thema omarmd en er wordt substantieel geld voor vrijgemaakt. Ik denk dat dat een cruciale factor is geweest.’

'Overstromingen en wateroverlast zijn onze grootste zorgen’

Aanhaken
Janssen legt uit dat wat ze in Zwolle nu doen zijn oorsprong ook voor een belangrijk deel in het IJssel-Vechtdeltaprogramma heeft. ‘Daarin werken we samen met verschillende gemeenten, het waterschap en de provincie, én met bewoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties. We doen mee aan de City Deal Klimaatadaptatie, een landelijke samenwerking tussen publieke en private partners, en aan RIVUS, het regionale samenwerkingsverband in de afvalwaterketen. Door al die initiatieven hebben we veel kunnen experimenteren en ontdekken, samen met andere partijen. Dat is wat we andere overheden ook aanraden: haak aan bij wat er al gebeurt.’

Geert Janssen: ‘We hebben veel kunnen experimenteren en ontdekken, samen met andere partijen. Dat is wat we andere overheden ook aanraden: haak aan bij wat er al gebeurt.’

Heideveld: ‘Wat ook belangrijk is: dat je klimaatadaptatie verweeft met andere grote thema’s, zoals de energietransitie en de circulaire economie. Binnen het Deltaprogramma maken we ons daar sterk voor. Stresstesten? Die zijn voor ons eigenlijk niet nieuw. We zijn daar op watergebied al veel langer mee bezig. Een jaar of vier, vijf geleden voerden we de eerste "stresstests light" uit, waarbij we ook keken naar hitte, extreme neerslag en droogte. Dat deden we samen met het Waterschap Drents-Overijsselse Delta, en in nauw overleg met partners. Heel vlot ging dat. Sindsdien zijn we de stresstesten steeds aan het verfijnen. In de uitgebreide stresstesten nemen we ook de riolering en de watergangen mee, en de nieuwe meetgegevens van uitgevoerde projecten. Ja, ik denk wel dat je kunt zeggen dat we daarin koploper zijn.’

Complexe watersituatie
‘We kwamen er wel achter dat Zwolle te maken heeft met een heel specifieke situatie, vergeleken met andere gemeenten’, gaat Heideveld verder. ‘Droogte, daar hebben wij niet direct last van, met zoveel water dat de stad in komt. Overstromingen en wateroverlast zijn onze grootste zorgen.’

’Het water komt bij ons van vijf kanten’

Janssen vult hier aan: ‘Het water komt bij ons van vijf kanten: van boven, vanuit het IJsselmeer, via Vecht en IJssel, van de Sallandse weteringen, en van een ondergrondse rivier vanaf de Veluwe die bij Zwolle omhoog komt. Het is een heel complexe situatie. Het water stroomt echt dóór de stad heen.’

Al die inzichten zijn verwerkt in de Zwolse Adaptatiestrategie. Als onderdeel daarvan is in beeld gebracht wie de stakeholders zijn. Dat leverde een forse lijst op, aldus Heideveld. ‘Woningbouwcorporaties, waterschappen, het Rijk, inwoners, verzekeringsmaatschappijen, verenigingen van bedrijventerreinen... Die hebben allemaal input geleverd in de strategie.’

‘Tegelijkertijd zijn we gaan nadenken: hoe gaan we de wijken in’, merkt Janssen hierbij op. ‘Zeventig procent van het grondgebied in onze gemeente is privaat. Je moet dus altijd het gesprek aangaan met private partijen.’

Eerst inventariseren
Heideveld, lachend: ‘Nee, dat noemen we nog steeds niet de risicodialoog. Dit hoort nog bij de stappen die daaraan voorafgaan: de feiten op tafel krijgen, een beeld krijgen van de kwetsbaarheden. Stakeholders identificeren, iedereen zo goed mogelijk laten aanhaken. En vervolgens met alle partijen in geprek gaan: wat is er mogelijk, hoe kunnen ze meedoen, waar hebben zij behoefte aan als het gaat om een adaptatiestrategie?’

Janssen vertelt vervolgens dat ze kaarten hebben gemaakt waarop kwetsbare plekken staan aangegeven, voor hitte en wateroverlast. ‘Al in een vroeg stadium wilden we erachter komen: is dit iets waar stakeholders op zitten te wachten? Dat bleek zo te zijn. Iedereen was erg enthousiast.’

‘Je moet het zien als een viertrapsraket: eerst kennis vergaren en delen. Dan een gevoel van urgentie creëren. Vervolgens werken aan eigenaarschap. En dan in actie komen’, is de ervaring van Heideveld. ‘Maar inmiddels noem je dat wel een risicodialoog, hoor’, zegt Janssen. ‘Het is een geleidelijke overgang, een vloeiend proces. Samen op tafel krijgen: dit is de opgave, hoe gaan we dat nu dan aanpakken, ook met bewoners.’

Tijd voor vrijmaken
‘Ook intern heb je met veel partijen te maken’, benadrukt Heideveld. ‘Klimaatadaptatie doe je niet zomaar even ernaast. Je moet er binnen je organisatie tijd en geld voor vrijmaken, en dat lukt niet altijd. Dat maakt het wel complex. Je kunt zo’n strategie niet opstellen met alleen een klein kernteam. Het vraagt inzet van je hele organisatie.’

‘Wij bevinden ons in de mooie positie dat we een stevig team hebben’

Janssen: ‘Wij bevinden ons in de mooie positie dat we een stevig team hebben. Veel gemeenten hebben dat niet, dat maakt het lastig. Aan de andere kant: als zij zien wat er allemaal kan, en ze zijn een beetje positief ingesteld, dan kunnen dingen opeens in een stroomversnelling raken.’

‘Communicatie is daarbij heel belangrijk, binnen je organisatie én naar buiten toe’, stelt Heideveld. ‘En dat vang je niet alleen op met je gemeentelijke persberichten’, haakt Janssen aan. ‘Je moet de boodschap overal laten doordringen. Vorig jaar hadden wij in de binnenstad een soort pop-up-informatiestand over klimaatadaptatie, met een rondleiding. En we hebben een "klimaatroadshow" opgezet om onze collega’s mee te nemen.’

Heideveld maakt de opsomming af: ‘We hebben een uitgebreide website met veel toegankelijke informatie, bijvoorbeeld een animatie die uitlegt welke voordelen onze aanpak nog meer heeft, naast klimaatadaptatie. En die water- en hittekaarten, die zijn echt fantastisch. Ze laten zien waar de knelpunten liggen in je eigen wijk, straat en zelfs op perceelsniveau. Je kunt dan doorklikken naar tips over wat je zelf kunt doen. En er zelf informatie aan toevoegen.’

Meerjarig uitvoeringsprogramma
Nu de adaptatiestrategie er is, zijn initiatieven structureel in de hele stad te honoreren en op te zetten, vindt Janssen. ‘Tot op heden werkten we veelal met ad hoc-projecten. We zijn nu bezig een meerjarig uitvoeringsprogramma te maken dat aansluit op bestaande initiatieven en ze met elkaar verbindt. We willen inzichtelijk hebben wat de opgaven in de komende jaren zijn, welke gemeentelijke projecten er op stapelstaan. Als je die twee inventarisaties op elkaar legt, dan zie je waar de overlap is en waar de gaten vallen.’

Heideveld: ‘Daarbij horen bijvoorbeeld ook prestatieafspraken met woningbouwcorporaties. Zij moeten zeker gaan meedenken over klimaatadaptatie in hun projecten. Daar zijn trouwens al heel mooie voorbeelden van. Je kunt ze bekijken op onze website.’

‘Ja, we zijn al een heel eind op weg’, besluit Janssen. ‘Maar het is natuurlijk nooit klaar. Die dialogen gaan steeds door. Samen kom je dan steeds een stukje verder.’

De zeven tips van Zwolle

  • Haak aan bij bestaande initiatieven
  • Leg de link met andere grote thema’s, zoals de energietransitie
  • Zorg voor ruimte in de begroting
  • Werk niet alleen met een klein kernteam, maar betrek je hele organisatie erbij
  • Communiceer op verschillende manieren, niet alleen via de geijkte nieuwsbrieven
  • Verwerk klimaatadaptatie in de prestatieafspraken met woningcorporaties
  • Pionier en experimenteer! Bundel later je ervaringen tot een adaptatiestrategie