Op gezette tijden treden nieuwe bestuurders aan in de verschillende bestuurlijke overleggen van het Deltaprogramma. We vroegen drie nieuwe bestuurders, alle drie tevens lid van de Nationale Stuurgroep Deltaprogramma, naar hun uitdagingen voor de komende periode.

Gedeputeerde Grashoff ziet het als zijn primaire verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat noodzakelijke veiligheidsmaatregelen goed worden ingepast. ‘Hoe we de rivieren inrichten op hoogwater heeft grote impact voor de gebieden langs de rivier. Brabant gaat voor de combinatie van rivierverruiming en dijkversterking, zodat we de rivier niet nog verder insnoeren, maar juist de ruimte geven en tegelijk bijdragen aan een fraaie omgeving.’

Integrale gebiedsontwikkeling
Hij ziet daarbij een cruciale rol voor de provinciale overheid tussen rijk en regionale partners, met een instrument als de structuurvisie voor de ruimtelijke borging. Maar daarnaast vooral ook bij het verbinden van betrokken partijen. ‘Niet voor niets zijn we voorzitter van de Stuurgroep Deltaprogramma Maas. We zien goede kansen voor integrale gebiedsontwikkeling zoals die momenteel in de plannen voor Meanderende Maas - het dijktraject tussen Ravenstein en Lith - en het project Oeffelt zijn uitgewerkt. Rivierverruiming en dijkversterking gaan hand-in-hand met economische gebiedsontwikkeling en robuuste natuur.’ 

’Waterbeheer is niet langer vanzelfsprekend alleen een zaak van de overheid’ Rik Grashoff, gedeputeerde Noord-Brabant (Natuur, Water en Milieu), voorzitter van de Stuurgroep Deltaprogramma Maas en het Gebiedsoverleg Zuidwestelijke Delta

De effecten van klimaatverandering leggen de zwaktes in het huidige watersysteem bloot, constateert de Brabantse gedeputeerde. ‘Er ontstaat steeds meer schade en overlast in tijden van warmere, nattere én drogere omstandigheden. We zijn dus nu nog niet klimaatproof.’ Hij noemt het grondgebied van Brabant essentieel om in de Zuidwestelijke Delta voldoende zoetwater vrij te spelen voor de toekomst. ‘Momenteel investeren we veel geld in maatregelen voor een toekomstbestendige zoetwatervoorziening van West-Brabant. Dit doen we door via de Roode Vaart in Zevenbergen een tweede ‘zoetwaterkraan’ naar het gebied te maken. Als provincie maken we ons er hard voor dat ook vervolgmaatregelen mogelijk zijn, zodat het zoetwater van een betere kwaliteit is en per saldo minder zoetwater wordt verbruikt. Ook als het Volkerak op lange termijn zout mocht worden.’

Gezamenlijke verantwoordelijkheid
Er liggen in het Deltaprogramma fantastische kansen als we uitgaan van deze samenhang en die weten te verzilveren’ aldus Grashoff. ‘Dat leidt ongetwijfeld tot gesprekken over de rol van de overheid en bijbehorende kosten en risico’s. Waar houdt de verantwoordelijkheid van de overheid op en waar begint die van de maatschappelijke partijen? Waterbeheer is niet langer vanzelfsprekend alleen een zaak van de overheid. De aanpassingen van onze leefomgeving die we moeten maken, zijn taken van overheid, bewoners en bedrijven.’

Op de vraag wat de grootste uitdaging is voor de komende jaren noemt Jeroen Haan direct: ‘het veranderende klimaat en de daaruit voortvloeiende gevolgen voor de ruimtelijke inrichting van Nederland.’ Specifiek voor de Stichtse Rijnlanden denkt hij daarbij als eerste aan de bodemdaling in het veenweidegebied, het veranderende landschap en de rol van de agrarische ondernemers daarin. ‘Een enorm grote opgave, waar we met de collega-overheden en met de bewoners en ondernemers voor staan. Momenteel kijken we met gebiedscollectieven van samenwerkende boeren, wat er moet gebeuren en wat de opties zijn.’

De dijkgraaf legt uit: ‘Vroeg of laat komen we voor de vraag te staan of we vasthouden aan het principe van peil volgt functie, maar dan gaat de daling steeds harder, of dat we het grondgebruik aanpassen aan de natuurlijke omstandigheden. Als waterschap hebben we de ambitie uitgesproken om de bodemdaling met 50 procent te remmen in 2030. Dat was 25 procent in 2050. We moeten dus het dubbele bereiken in een derde van de eerder geplande tijd. Daarbij komt dat we als waterschap ook onze rol en belangen hebben bij de energietransitie, die zeker impact zal hebben op het landschap. We zitten bij de RESsen en kijken wat we daar zelf aan kunnen bijdragen met onze locaties voor waterzuivering en aquathermie.’

’Het belang van regionale rivieren voor de zoetwatervoorziening is groter dan we denken’ Jeroen Haan, dijkgraaf van Hoogheemraadschap Lid van De Stichtse Rijnlanden, het Bestuurlijk Platform Zoetwater.

Een sterke Lekdijk is uit het oogpunt van veiligheid de belangrijkste opgave voor De Stichtse Rijnlanden, vindt Haan. ‘Voor de hele westelijke Randstad is dat een cruciale veiligheidsschakel. Als de dijk bij de Lek doorbreekt, gaat het water naar Leiden, Gouda, tot in de Haarlemmermeer. Over de volledige lengte van ons beheersgebied, dat is 55 km, gaan we die dijk versterken.’

De dijkgraaf, lid van de Nationale Stuurgroep Deltaprogramma en het Bestuurlijk Platform Zoetwater, wijst verder op het belang van de regionale rivieren als de Hollandse IJssel en aan de Oude Rijn voor de zoetwatervoorziening. ‘Als het water in de Lek door langdurige droogte te laag komt te staan, dan kunnen wij geen water meer inlaten in het Kromme Rijn-gebied. We inventariseren momenteel kansrijke maatregelen voor een verbeterde doorvoer naar dat gebied. Daarvoor zit ik ook om de tafel met de andere waterbeheerders, inclusief Rijkswaterstaat en het ministerie, om te bespreken wie waarvoor verantwoordelijk is. Want als je bij wijze van spreken de Nieuwe-Waterweg openhoudt ten behoeve van de Rotterdamse haven, dan komt de bal in feite bij ons als regionale waterbeheerders te liggen om het oprukkende zoute water tegen te houden. Daar moeten we vroegtijdig samen goede afspraken over maken.’

Veiligheid staat altijd voorop voor de Friese gedeputeerde Douwe Hoogland. Toch vindt hij het nodig om vanuit een breder perspectief naar de opgaven te kijken. ‘We moeten proberen om het maximale uit de opgaven te halen, door goed te bekijken welke belangen we nog meer kunnen dienen.’ Hij noemt de Waddenzeedijk in Noord-Friesland, waar naast dijkverzwaring de mogelijkheden zijn om een duinenrij aan te leggen. ‘Voor de natuur, de recreatie en het toerisme, zou dat een mooie investering zijn. Ik voel momenteel bij alle betrokkenen, zelfs bij het waterschap, de wil om daar in ieder geval naar te kijken. We moeten hier nog veel over praten en dit is zeker nog geen beleid, maar ik vind het wel een interessant perspectief."

Zoetwatervoorraad
Zo ziet gedeputeerde Hoogland meer uitdagingen, zoals op het gebied van ruimtelijke adaptatie en de zoetwatervoorraad. ‘Met de stresstesten hebben we een goed beeld van de kwetsbare plekken. De volgende stap is om daar in lokaal én regionaal verband naar te kijken en daar samen een programma voor te maken, dat voor alle betrokkenen continuïteit biedt in de toekomst.’

'De hoeveelheid zoetwater wordt een opgave op zich, zelfs in Friesland' Douwe Hoogland, gedeputeerde Friesland (Natuur, Water, Milieu, Veenweidegebied), voorzitter Deltaprogramma Waddengebied

Het Friese veenweidegebied heeft al vele jaren de volle aandacht van Hoogland. ‘Ik ben zelf boer geweest, en weet wat er speelt. Ik denk dat we niet ontkomen aan verdere peilverhoging, om meer CO2 vast te houden en de bodemdaling af te remmen, maar ook om voldoende zoetwatervoorraad aan te houden voor langdurige droogteperiodes. We halen ’s zomers gigantische hoeveelheden water uit het IJsselmeer om onze boezemwateren op peil te houden. Ik denk dat we dat niet kunnen volhouden.

Het is mij duidelijk dat we om veel redenen anders moeten gaan boeren. De agrariër houdt absoluut een blijvende rol in het veenweidegebied; maart wel extensiever en met andere gewassen. We zitten volop in het overleg met de sector, het waterschap en andere belanghebbenden over hoe we dat dan gaan organiseren, en hoe we het veenweidegebied gaan inrichten.’