Geheel in de traditie van eerste deltacommissaris Wim Kuijken zette Peter Glas op het afgelopen Deltacongres (14 november) weer een speciaal project in het Zonnetje. Dit keer een project waarin alle opgaven uit het deltaprogramma samenkomen: zoetwatervoorziening, waterveiligheid en ruimtelijke adaptatie: het Project Toekomstbestendig Noordzeekanaal – Amsterdam Rijnkanaal. ‘Op het gebied van Slim Watermanagement is hier iets op gang gekomen dat naar meer smaakt’, zei Glas. Hij doelde onder meer op de succesvolle samenwerking tussen de verschillende waterbeheerders tijdens de droogte van 2018 en 2019, waardoor verzilting werd tegengegaan. Cristel de Zwaan (Rijkswaterstaat), Rob Tijsen en Hilga Sikma (beiden van Waternet) ontvingen met trots de vaas die bij ‘het zonnetje’ hoort.

1. Hoe belangrijk zijn het Noordzeekanaal en Amsterdam-Rijnkanaal in de Nederlandse water infrastructuur?

‘Het Amsterdam-Rijnkanaal en het Noordzeekanaal zijn voor de aan- en afvoer van water voor een groot deel van West-Nederland van groot belang. De polders met zijn steden, landbouw, bedrijven en natuur wateren af op dit hoofdwatersysteem, dat in open verbinding staat met het boezemsysteem van Amstel, Gooi en Vecht. Als de afvoer naar zee (via IJmuiden; op dit moment de enige stuurknop) stokt, heeft dat grote consequenties voor zowel de polders en steden in het gebied als voor de functies op de kanalen. Het Markermeer kan in bepaalde situaties nog functioneren als tijdelijke waterberging voor dit watersysteem, maar het gehele watersysteem zit nu al aan zijn grenzen.

Het Amsterdam-Rijnkanaal is ook heel belangrijk voor het aanvoeren van zoet water naar natuurgebieden, drinkwater, landbouw en doorvoeren van water naar het westen van Nederland. De twee kanalen zijn onlosmakelijk verbonden met de aanliggende watersystemen, vandaar dat wij altijd spreken over het ARK/NZK-gebied.’

2. Hoe belangrijk is het dat het watersysteem Amsterdam-Rijnkanaal-Noordzeekanaalgebied straks toekomstbestendig is?

‘Heel belangrijk. Het systeem zit echt aan zijn grenzen; wateroverlast, watertekort en verzilting geven nu al problemen. Die problemen zullen door klimaatverandering, economische en ruimtelijke ontwikkelingen alleen maar toenemen. De effecten raken vervolgens niet alleen het waterbeheer, maar hebben juist ook impact op de ruimtelijke ordening in de regio. Het feit dat een groot deel van West-Nederland hiervan afhankelijk is, geeft al aan hoe belangrijk het is om het gehele watersysteem van het ARK/NZK- gebied toekomstbestendig te maken.’

3. In welke sectoren zitten de bedreigingen?

‘Het is niet één sector die bedreigd wordt, het is gewoon een heel groot gebied waar veel mensen wonen en werken, dat steeds vaker last krijgt van wateroverlast, een tekort aan zoet water en waar op veel plaatsen verzilting optreedt. In extreme gevallen kan het betekenen dat gemalen van polders niet meer kunnen afvoeren en dat dus bijvoorbeeld stedelijk gebied wateroverlast gaat krijgen of dat de peilen op de kanalen zo hoog staan dat de beroepsscheepvaart niet meer kan varen met alle logistieke problemen van dien. Of dat het water niet zoet genoeg is en daardoor de landbouw schade ondervindt of in kwetsbare natuurgebieden onomkeerbare schade optreedt. En zo is er nog veel meer te noemen. De zomer van 2018 heeft weer laten zien hoe belangrijk zoet water is en de bestrijding van verzilting. Tegelijkertijd hebben de ruimtelijke en economische ontwikkelingen ook impact op het watersysteem.’

4. Aan welke oplossingen moeten we denken?

‘De oplossingen zijn divers en het vergt echt tijd de komende jaren om ze in beeld te brengen. Het gaat hierbij zowel om maatregelen in het watersysteem, dus vasthouden-bergen-afvoeren, als in de ruimtelijke ordening. Dan kun je denken aan waterneutraal bouwen en kringlooplandbouw. Je moet niet alleen het watersysteem, maar het gehele gebied robuuster en toekomstbestendig maken. Zeker in West-Nederland waar de druk op de ruimte groot is. Je moet elke nieuwe ontwikkeling zo gaan uitvoeren dat het klimaatadaptief is en je minder afhankelijk wordt van het functioneren van het (hoofd)watersysteem door bijvoorbeeld meer water vast te houden of te bergen en minder afhankelijk te zijn van zoet water.

Voor het watersysteem zelf zijn door de zeespiegelstijging krachtiger pompen nodig, is er buffercapaciteit nodig om piekafvoeren tijdelijk te bergen en moet de faalkans van het systeem worden verlaagd, bijvoorbeeld door het spreiden van het risico door verschillende afvoermogelijkheden. Met elkaar hebben we al geconstateerd dat individuele maatregelen niet voldoende zijn, maar dat er een systeemshift nodig is. En dat kan allen maar als het integraal wordt aangepakt.’

5. Hoe werkt het traject Toekomstbestendig Amsterdam-Rijnkanaal-Noordzeekanaal gebied aan die oplossingen?

‘Als eerste is het belangrijk om de knelpunten voor nu en de toekomst scherp te krijgen; zowel in het waterbeheer als op het land. Dat maakt helder waarom je aan oplossingen moet werken en geeft inzicht hoe de knelpunten richting toekomst alleen maar groter worden als we niks doen. Denk daar bijvoorbeeld aan de impact van zeespiegelstijging, waardoor de waterafvoer naar zee steeds meer onder druk komt te staan. Daarnaast werken we aan mogelijke oplossingsrichtingen die we met elkaar willen verbinden en vooral inbrengen in concrete projecten of andere trajecten. We werken als waterbeheerders van de waterschappen, Rijkswaterstaat en de provincies vanuit een gezamenlijk watersysteem, over beheergrenzen heen. We werken integraal, zowel water als RO, zowel hoog peil, laag peil als verzilting. We verbinden met de verschillende functies, we verbinden aan andere projecten en processen, we verbinden landelijk aan lokaal en we verbinden via een routekaart de toekomst met huidige activiteiten, zodat we kansen benutten om in bestaande trajecten het toekomstbestendig watersysteem mee te nemen.

De urgentie om hier nu mee aan de slag te gaan is groot. Niks doen is namelijk geen optie voor dit gebied en daarom zijn we dit traject ook gezamenlijk gestart.’