Dit artikel hoort bij: Deltanieuws #4 2019

Verslag van de vijf parallelsessies

Drie van de vijf parallelsessies vonden plaats in gekleurde ruimtes op de Deltaparade. De sessie over zeespiegelstijging trok zoveel mensen, dat hiervoor de grote zaal was gereserveerd. Lees hier alle verslagen.

1. Droogte en verzilting: hoe helpen we de boer?

De zomers van 2018 en 2019 hebben ons wakker geschud. Kunnen we deze droogte vaker verwachten? En welke oplossingen zijn er voorhanden? ‘Klimaatvrouw’ Margot Ribberink zocht de antwoorden in de sessie Droogte en verzilting; wie helpt de boer?

Vaker droog

“Er is nog geen robuust signaal dat deze droogte vaker gaat optreden”, concludeerde promovenda Imme Benedict. Zij deed onderzoek aan de Wageningen Universiteit naar de droogte van 2018. “Er is nog meer onderzoek nodig om het proces van droogte beter te begrijpen”, zo luidde haar boodschap aan beleidsmakers.

400 regenwormen

Dirk-Siert Schoonman (dagelijks bestuurslid Unie van Waterschappen) ziet de oplossing voor droogte en verzilting in afspraken over de waterverdeling (meer bufferen) en in maatregelen om de sponswerking van de bodem te verbeteren. Dat laatste kan volgens hem heel eenvoudig: met regenwormen. “Als je 400 regenwormen gangen in de bodem laat graven, dan kun je per hectare 200.000 liter meer water opvangen!” Schoonman wees verder op functieverandering; dat er een moment komt waarop je als waterschap bepaalde teelten op bepaalde plekken niet langer kan faciliteren. Makkelijker gezegd dan gedaan, klonk het uit de zaal. Toch zul je daar een democratisch besluit over moeten nemen, onderstreepte Schoonman.

Wie betaalt?

Belangrijk bij functieverandering of andere aanpassingen van agrariërs, is de financiering. De Zeeuwse biodynamische landbouwer Alex van Hootegem, die ook in de openingsfilm figureerde, kan hierover meepraten. De investeringskosten voor zijn systeem om via een zoetwaterbel water op te vangen bedragen € 3,5 ton. Maar wat als het misgaat? Van Hootegem neemt veel risico, cofinanciering zou eerlijk zijn. Knelpunt is echter dat ondernemers snel moeten beslissen en dat dit niet strookt met de vaak trage besluitvorming van overheden.

Waar zijn die mooie bodemplaten gebleven?

Bert Boerman, gedeputeerde van de provincie Overijssel, benadrukte dat droogte net zo goed een ruimtelijk als een economisch vraagstuk is. De oplossing ligt daarom bij ons allemaal: overheden, ondernemers en inwoners. Bewust en zuinig gebruik van water vindt Boerman heel belangrijk. En hij pleit voor terugkeer van bodemkennis in het onderwijs. “Waar zijn die mooie bodemplaten gebleven?”

De gedeputeerde noemde een aantal veelbelovende pilotprojecten, zoals de Nationale Klimaatbuffers en de Perceelwijzer: een app die agrariërs advies op maat geeft. “De opgave voor de regio is om al deze oplossingen met elkaar te verbinden en op te waarderen tot een structurele oplossing.”

Drie video’s over droogte en verzilting

Bekijk de drie video’s met meer oplossingen voor droogte en verzilting: Waterschap Scheldestromen en Waterhouderij Walcheren; Waterschap Vechtstromen en Coalitie Natuurlijke Klimaatbuffers; Waterschap De Dommel en Coalitie Bos en Hout.

2. Ruimtelijke adaptatie in uitvoering

Na het uitvoeren van stresstesten, waarbij de kwetsbaarheden als gevolg van het veranderende klimaat in beeld zijn gebracht, is het tijd voor het voeren van risicodialogen om uiteindelijk tot een uitvoeringsagenda te komen. Gert Dekker (Ambient) en Thomas Klomp (Samen Klimaatbestendig) gingen tijdens de interactieve parallelsessie ‘Ruimtelijke adaptatie in uitvoering’ in gesprek met deskundigen en deelnemers. De belangstelling was groot: de paarse dome puilde bijna uit!

Risicodialoog? Managementkreet

De sessie startte door de deelnemers via hun smartphone hun associatie met de term ‘risicodialoog’ door te laten geven. Een woordenwolk maakte de antwoorden direct inzichtelijk. Een managementkreet, een te vage term, een praatcircus: een greep uit de antwoorden die vervolgens mondeling werden toegelicht.

Essentie ligt in bewustwording

Als we ons niet aanpassen aan het veranderende klimaat, kan de schade in onze steden oplopen tot zo’n zeventig miljard euro in de periode tot 2050. Volgens Stefan Kuks, voorzitter van de Stuurgroep Ruimtelijke adaptatie en tevens watergraaf van Waterschap Vechtstromen, ligt de essentie van de risicodialoog daarom in het creëren van bewustwording: zijn we bereid om deze schade te accepteren of gaan we eraan werken om de schade te beperken? “Elke bedreiging is een uitdaging en biedt ook kansen, maar laten we het zeker geen kansendialoog noemen,” benadrukt Kuks. “Overheden hebben de verantwoordelijkheid om eerlijk te zijn naar de samenleving over de risico’s en bijbehorende maatregelen. Maar zij kunnen niet alle lasten dragen. Daarom moeten we bijvoorbeeld ook vastgoedexploitanten en woningcorporaties erbij betrekken.”

Praktijkvoorbeelden

Drie korte video’s lieten praktijkvoorbeelden zien van organisaties die zich in de dialoogfase bevinden. Elke video eindigde met een vraag voor de deelnemers: hoe zorgen we ervoor dat alle informatie uit de risicodialogen de weg vindt naar beleid en maatregelen binnen onze kleine gemeente? Hoe zorgen we ervoor dat onze mooie ideeën om de leefomgeving prettiger te maken niet stranden in financiële kaders? Welke inspanningen kan een woningcorporatie doen om problemen door klimaatverandering voor te zijn? Via de smartphones rolden de antwoorden binnen.

Sneak preview Routekaart Risicodialoog

Om organisaties te helpen bij het voeren van de risicodialoog, ontwikkelt het team Ruimtelijke adaptatie momenteel een Routekaart Risicodialoog. Begin december zal deze beschikbaar zijn. Coördinator Yigall Schilp gaf alvast een sneak preview. Je kan kiezen voor een korte of een uitgebreide route en gebruikmaken van verschillende tools. De Routekaart Risicodialoog zal gaandeweg verrijkt worden met meer praktijkvoorbeelden en ervaringen van gebruikers, besloot Schilp zijn verhaal.

Ga met inwoners in gesprek

Cartoonist Auke Herrema tekende mee tijdens de sessie. Ina Adema, vicevoorzitter van de Stuurgroep Ruimtelijke adaptatie en burgemeester van Lelystad, sloot af. Zij vindt dat organisaties meer in gesprek moeten gaan met inwoners. “Natuurlijk is het complex, maar we moeten niet doen alsof we nog nooit een inwoner hebben gesproken. Zoek ze op, ga langs bij dorpsraden, bezoek mensen op wijk- of zelfs buurtniveau. Geef concrete voorbeelden, juist ook van kleine initiatieven en laat zien hoe inwoners zelf kunnen bijdragen.” Volgens Adema zijn de koepels en het Rijk momenteel met elkaar in gesprek over een stimuleringsregeling voor initiatieven voor Ruimtelijke adaptatie. Deze zal in 2021 in werking moeten treden. Komend jaar staat vooral in het teken van de risicodialogen, de uitvoeringsagenda en het vormgeven van deze regeling.

3. Deltaprogramma in de stad

In steden moet heel veel gebeuren op het gebied van klimaatadaptatie. Dat kunnen overheden niet alleen; ze hebben de bewoners nodig. Er zijn allerlei manieren om bewoners enthousiast te krijgen, dat bleek wel tijdens deze deelsessie ‘Deltaprogramma in de stad’. De inspirerende voorbeelden buitelden over elkaar heen.

De wereld een beetje beter

“Spreek mensen aan op hun drijfveren en benut hun creativiteit. Dat werkt bij ieder thema, dus ook bij klimaatadaptatie.” Dat zei Floor Ziegler, die zichzelf een stadmaker noemt: iemand die, vanuit maatschappelijk belang, de wereld een beetje beter wil maken. “Overal zijn stadmakers”, zei ze tegen de goedgevulde zaal, "ook onder ambtenaren en bestuurders. Met stadmakers kun je gemeenschappen vormen waaraan iedereen kan meedoen. Je begint klein, en bouwt van daaruit verder. Zo maak je het verschil.” Ziegler heeft een Stadmakerscoöperatie opgericht, waar zich steeds meer mensen en groepen bij aansluiten.

Er is geld genoeg

Uit de zaal kwamen verschillende vragen over geld: hoe financier je al deze mooie initiatieven? Stadmaker Ziegler was hierover heel duidelijk: “Er is heel veel geld, bij ministeries, in Europa, in lokale potjes of je vindt het via crowdfunding in de samenleving. Als je samen optrekt, creatief en vindingrijk bent, dan kom je echt aan geld. Stadmakers zijn hier heel goed in.”

Spetterflat in Rotterdam

Maria Kluijtenaar is projectleider bij de Rotterdamse woningbouwvereniging Havensteder. Zij vertelde over een aantal initiatieven waarbij Havensteder samenwerkt met bewoners, ontwerpers, architecten, gemeenteambtenaren, het waterschap en kunstenaars. Een bijzonder project is de Spetterflat, waar regenwater wordt opgevangen door meer groen aan te brengen en water wordt opgeslagen onder de grond. “We werkten samen met de Stichting Tussentuin; zij deden het participatietraject. Mijn advies is: luister naar de bewoners! En ga niet alleen maar iets vertellen.”

Kleine bossen in de stad

“Geef bewoners een project dat ze zelf kunnen uitvoeren, verlaag de drempel.” Dat was het advies van Maarten Bruns, projectleider IVN. Hij werkt met ‘tuiny forests’: kleine stukken grond worden omgetoverd tot een mini-bos met biologisch gekweekte, inheemse bomen en struiken. Dat kan zelfs in een tuin van 6m2, in een halve dag! “Zo’n mini-bosje is ook goed voor de bodem; de stad kan dan echt gaan werken als een spons.” De gemeente Weert maakt er echt werk van: daar zijn al 50 tuiny forests aangevraagd. “We gaan samen met de gemeente de buurten in om bewoners te enthousiasmeren.”

Goed taalgebruik: makkelijk of moeilijk?

Hugo Gastkemper van stichting RIONED brak een lans voor makkelijk taalgebruik. “Heb het niet over klimaatadaptatie, maar over anders omgaan met extreem weer. Professionals moeten weten hoe ze mensen het beste kunnen aanspreken. Houd het simpel als het simpel is, en maak het alleen moeilijk als dat ook kan.” Niet iedereen was het met hem eens, een van de aanwezigen vond eenvoudig taalgebruik het toppunt van arrogantie. Anderen meenden juist dat het getuigt van kennis van zaken als je in staat bent om iets eenvoudig uit te leggen. Columnist Frank van Pamelen deed er nog een schepje bovenop door het taalgebruik in het Deltaprogramma op de korrel te nemen. Zijn kritische blik stemde tot nadenken over de betekenis van woorden. “Zeeland is een raar woord: je bent zee, of je bent land.”

4. Waarom een overstroming een crisis is, game over…

Een realitycheck crisisbeheersing. Dat kregen de circa tachtig bezoekers van de parallelsessie ‘Waarom een overstroming een crisis is, game over…’.  Gespreksleider Marco Zannoni van het Instituut voor Veiligheids- en Crisismanagement legde samen met een aantal crisisbestrijders de ‘puzzel van ellende’. Over verantwoordelijkheden, het maken van cruciale keuzes en de zelfredzaamheid van mensen.

Casus: zware noordwesterstorm

De casus: zware noordwesterstorm op de Noordzee. Met een verwachte piek in Vlissingen over tien dagen. Hisso Homan, calamiteitenmeteoroloog van het KNMI, gaf een korte duiding aan windverwachtingen en legde uit hoe deze vertaald worden naar waterstandsverwachtingen.

Cruciale keuze: evacueren?

Jaap Verweij, programmamanager van water/crisismanagementcentrum van Rijkswaterstaat nam het stokje over en lichtte toe hoe door middel van kleurcodes de overstromingsdreiging wordt gemonitord. Daarna was het podium voor Jeroen Meijering (Veiligheidsregio Zeeland) die tijdens een calamiteit de rol van operationeel leider heeft. Samen met Rob van der Zwaag, burgermeester van Veere, vertelde hij over GRIP-niveaus en het maken van die cruciale keuze: evacueren of niet? Van der Zwaag: “Het besluit zelf is niet het meest lastige, dat is door experts onderbouwd. Maar hoe krijgen we iedereen uit het gebied?

Gewenst gedrag

Ingrid van den Berg, adviseur communicatie GHOR Hollands Midden, schetste hoe alles in het werk wordt gezet om inwoners continue van de juiste informatie, met handelingsperspectieven, te voorzien. “Welk gedrag wil je dat mensen vertonen?” Actieve communicatie met een duidelijke afzender via voldoende platformen en kanalen is doorslaggevend voor effectieve crisiscommunicatie.

Zeven dagen zelfredzaam

En wat dan als de dijken breken? En we te maken krijgen met een overstroming? Marcel Matthijsse, strategisch beleidsadviseur crisisbeheersing van Veiligheidsregio Zeeland en programmamanager WAVE2020, sloot af met een inkijkje in de nationale reddingsvloot. Belangrijk thema: zelfredzaamheid. Hoe zelfredzaam is iedereen als het zeven dagen duurt voordat er hulp komt? Want dat blijkt de gemiddelde tijd te zijn die nodig is om mensen uit een overstroomd gebied te krijgen. “Zorg dus dat je goed bent voorbereid, zowel als individu als op organisatieniveau en onderschat het effect van een overstroming niet!” luidde het afsluitende advies van gespreksleider Zannoni.

5. Zeespiegelstijging: aanpak, actualiteit en kennis

De zeespiegel stijgt nu twee keer zo snel als honderd jaar geleden. Wat brengt de toekomst? Zo’n 800 mensen, de helft van het aantal aanwezigen op het Deltacongres, kwamen naar de sessie ‘Zeespiegelstijging: aanpak, actualiteit en kennis’. Hoezeer het onderwerp leeft, bleek uit de digitale poll: 86 procent vindt zeespiegelstijging een urgent probleem.

Voorkomen kan niet meer

Rob van Dorland (KNMI) maakte het probleem concreet. De afgelopen eeuw steeg de zeespiegel wereldwijd met 2 mm per jaar, de laatste tien jaar met 4 mm per jaar. Smeltend ijs en opwarmend water zijn trage processen, waarschuwde Van Dorland, ze gaan nog eeuwen door. Wat we nu extreem vinden - een uitzonderlijk hoge stormvloed, langdurige droogte - is in 2100 jaarlijkse kost. Zijn dringende advies: begin met mitigatie. Voorkomen kan niet meer, beperken wel.

Grip op zeespiegelstijging

Met de maatregelen in de voorkeursstrategieën van het Deltaprogramma kunnen we tot 2050 uit de voeten. Dat stelden Annemiek Roeling (IenW) en Jos van Alphen (Staf deltacommissaris). ‘’We houden sowieso bij alle maatregelen rekening met maximaal 1 meter in 2100, en ook 2 meter is waarschijnlijk nog binnen de strategieën op te vangen. De gemiddelde stijgsnelheid in de wereld is de laatste jaren versneld van 2 naar 4 mm per jaar. Langs de Nederlandse kust is deze versnelling echter nog niet zichtbaar, door grote regionale verschillen in opwarming, uitzetting en zwaartekracht. En door de grote jaarlijkse variabiliteit van de zeespiegelstijging in de Noordzee als gevolg van bijvoorbeeld ons windklimaat. Het Kennisprogramma Zeespiegelstijging heeft een animatie gemaakt die de opzet van het Kennisprogramma Zeespiegelstijging toont.

Nederland en Vlaanderen moeten samenwerken

Ook Vlaanderen heeft met zeespiegelstijging te maken. “We zijn op dezelfde manier bezig”, constateerde Peter van Besien (Infrastructuur Kust). Het Masterplan Kust is volop in uitvoering. Zandsuppleties, golfdempende uitbouwen en een nieuwe stormvloedkering brengen de veiligheid tot 2050 op orde. Tegelijkertijd kijkt Vlaanderen in de Kustvisie naar extremere zeespiegelstijging. De uitgangspunten zijn verrassend bekend: adaptief werken, meewerken met natuurlijke processen. Maar er is ook een nieuwe bij: aansluiten bij de kustsystemen van de buren.

Niet overhaast, wél in de benen

In de afsluitende paneldiscussie vlogen de bestuurlijke dilemma’s over de tafel. Theo van de Gazelle (Rijkswaterstaat): “Robuust is niet altijd adaptief. De stormvloedkering Oosterschelde staat er in 2100 nog goed bij, maar moet dan ieder jaar dicht. Funest voor de ecologie.” Gerhard van den Top (Expertise Netwerk Waterveiligheid) vroeg zich hardop af of de moeizaam bereikte peilopzet op het IJsselmeer genoeg zoetwater biedt voor de toekomst. Nee, was het stellige antwoord van Hetty Klavers (Unie van Waterschappen). “We denken nog steeds dat we vanuit overvloed kunnen redeneren, we moeten vanuit schaarste denken.” Titus Livius (Infrastructuur en Waterstaat) citeerde tot slot de minister: “We hebben tijd om ons voor te bereiden, maar we hebben geen tijd te verliezen.”

Hetty Klavers: “Het is een illusie dat we kunnen blijven doen wat we doen”