Het Deltaprogramma rapporteert jaarlijks onder andere over de voortgang van de maatregelen die we treffen om ons land te beschermen tegen hoogwater en eventuele overstromingen. In het kader van die waterveiligheid en zoetwaterbeschikbaarheid besteedt het DP2020 speciale aandacht aan de opzet van het Kennisprogramma Zeespiegelstijging, dit naar aanleiding van het eerdere advies van de deltacommissaris om de gevolgen van een mogelijk versnelde zeespiegelstijging nader te onderzoeken. Ook in DP2020: de verdere ontwikkeling van het programma Integraal Rivier Management.

Kennisprogramma Zeespiegelstijging

Volgens de verkenning die kennisinstituut Deltares op verzoek van de deltacommissaris in 2018 presenteerde, zal de versnelde stijging op zijn vroegst vanaf 2050 merkbaar kunnen worden. Tegelijk illustreert de verkenning dat bij een extreme zeespiegelstijging meer fundamentele keuzes over de bescherming en inrichting van onze delta onvermijdelijk zijn. Nader onderzoek was geboden. De minister van Infrastructuur en Waterstaat zegde de Tweede Kamer in het najaar van 2018 toe een vijfjarig Kennisprogramma Zeespiegelstijging te gaan uitvoeren.

Dit kennisprogramma, opgezet door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en de staf Deltacommissaris in nauwe samenwerking met de andere partners van het Deltaprogramma, is inmiddels uit de startblokken. Prioriteit gaat uit naar onderzoek dat de kans op versnelde zeespiegelstijging en de mogelijke gevolgen daarvan beter in beeld brengt. Het IPCC Special Report on the Ocean and Cryosphere in a Changing Climate (SROCC), dat in de loop van september verschijnt, vormt een belangrijke bouwsteen.

'Kennisprogramma Zeespiegelstijging uit de startblokken'

Dit kennisprogramma, opgezet door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en de staf Deltacommissaris in nauwe samenwerking met de andere partners van het Deltaprogramma, is inmiddels uit de startblokken. Prioriteit gaat uit naar onderzoek dat de kans op versnelde zeespiegelstijging en de mogelijke gevolgen beter in beeld brengt. Het IPCC Special Report on the Ocean and Cryosphere in a Changing Climate (SROCC), dat op 23 september verschijnt, vormt een belangrijke bouwsteen.

Vijf sporen

Het Kennisprogramma heeft een looptijd van vijf jaar, volgt de structuur van het Deltaprogramma en ordent de belangrijkste kennisvragen langs vijf sporen:

  1. Onderzoek en kennis zeespiegelstijging: wat kunnen we verwachten?
  2. Systeemverkenningen: wat is de houdbaarheid van de voorkeurstrategieën?

  3. Signaleringsmethodiek: hoe weten we wanneer we moeten handelen?

  4. Alternatieven en adaptatiepaden: handelingsperspectief voor de verre toekomst?

  5. Implementatiestrategie: kennisvragen rond governance, communicatie en transitiemanagement.

De nadruk zal de eerste jaren liggen op spoor 1, 2 en 3. In het kader van spoor 5 (communicatie) is een flyer gemaakt met algemene informatie over het Kennisprogramma Zeespiegelstijging.Het Kennisprogramma zal een belangrijke bouwsteen zijn voor het eventueel aanpassen van de koers van het Deltaprogramma.

Parallelsessie Deltacongres

Op het Nationaal Deltacongres op donderdag 14 november wordt een parallelsessie over het Kennisprogramma Zeespiegelstijging georganiseerd. Kijk voor meer informatie over deze sessie op de website van het Deltacongres.

Programma Integraal Rivier Management

In juli 2019 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat met bestuurders van zowel Deltaprogramma regio Rijn als Maas gezamenlijke afspraken gemaakt en opdracht gegeven voor het starten van het programma Integraal Riviermanagement (IRM).

In de Rijn(takken) en de Maas komen verschillende grote opgaven van Rijk en regio samen. Het Rijk heeft opgaven voor waterveiligheid, scheepvaart, ecologische waterkwaliteit en natuur, zoetwatervoorziening en rivierbodembeheer. Regionale opgaven betreffen onder meer natuur, recreatie, economie en een aantrekkelijk woon- en vestigingsklimaat. Ook ligt er een opgave voor ruimtelijke adaptatie. Door klimaatontwikkeling en erosie van het zomerbed worden sommige opgaven groter en komen er nieuwe opgaven bij. Aanleiding voor de minister om het voornemen uit te spreken om een programma voor Integraal Rivier Management op te zetten, samen met overheden, bedrijven en maatschappelijke organisaties in het rivierengebied.

Inrichting programma IRM

Er is een stuurgroep Integraal Rivier Management (IRM) ingericht, die in september 2019 voor het eerst bij elkaar komt. In de stuurgroep nemen vertegenwoordigers van Rijk, de Deltaprogramma regio's Rijn en Maas regio’s en staf Deltacommissaris plaats. De overheden zijn het erover eens dat het belangrijk is de rivier als één systeem te zien en de opgaven integraal te benaderen. Waterveiligheid wordt gezien als randvoorwaarde voor andere opgaven, waarbij rivierverruiming en -inrichting mogelijkheden bieden om verschillende opgaven voor het riviersysteem te verbinden. De stuurgroep IRM heeft de opdracht gekregen om in drie sporen invulling te geven aan het op een meer integrale wijze naar de toekomst van het rivierengebied te kijken. Deze sporen zijn:

  1. Beleidsontwikkeling
    In 2019 en 2020 werken de partijen aan richtinggevende beleidskeuzes voor de toekomst van het rivierensysteem. Daarmee geven zij ook invulling aan de herijking van de voorkeursstrategie voor de Rijn en de Maas. Het streven is dat de beleidskeuzen in 2021 worden vastgelegd in een beleidskader.
  2. Ontwikkelen werkwijze
    In 2018 hebben de partijen geïnventariseerd welke opgaven relevant zijn voor IRM. Daarnaast geven de overheden verder inhoud aan de integrale benadering door binnen het programma IRM een gezamenlijk afwegingskader op te stellen om tot een keuze te komen voor aan te pakken opgaven.

  3. Voorbereiden besluitvorming uitvoering
    Projecten die volgen voor de uitvoering van IRM kunnen in het Deltaprogramma worden opgenomen, in bestaande uitvoeringsprogramma’s en mogelijk deels in een nieuw IRM-uitvoeringsprogramma.

Deltafonds en IRM

In het Deltafonds is een bedrag van 375 miljoen euro gereserveerd voor IRM-projecten in de periode 2029-2031. Vanaf 2032 is dat 80 miljoen euro per jaar.