Tot 2050 zijn er geen grote veranderingen. Er is voldoende tijd om ons aan te passen aan de ontwikkelingen, maar we moeten die tijd wel benutten voor goed onderzoek. Dat waren de belangrijkste constateringen tijdens de Herijkingsmiddag Deltaprogramma Rijnmond-Drechtsteden, begin juli. Het advies uit 2014 is nog steeds robuust, concludeerde programmamanager Ina Konterman in haar openingswoord. ‘Preventie blijft de basis. We beperken de buitendijkse risico’s met gebiedsgerichte maatwerk. En voor zoetwater is stapsgewijze uitbreiding van de KWA (klimaatbestendige wateraanvoer) een belangrijk onderdeel van de strategie.’

Zo’n tachtig vertegenwoordigers van overheden, bedrijven, belangenorganisaties en kennisinstellingen waren in Rotterdam bijeen om mee te praten over de zesjaarlijkse herijking van de voorkeurstrategie Rijnmond-Drechtsteden en de deltabeslissing Rijn-Maasdelta uit 2014. Aan bod kwamen de zeespiegelstijging, maatschappelijke ontwikkelingen en mogelijke aanpassingsopties.

Tijdens haar presentatie keek Konterman terug op de afgelopen periode, van 2014 tot nu. Ze constateerde dat de maatregelen uit de strategie zijn of worden uitgevoerd. Ook de governancestructuur die destijds is opgezet, blijkt effectief. Alle partijen, zoals waterschappen, provincie, gemeenten, veiligheidsregio’s, Havenbedrijf en Rijk voeren met elkaar het werk uit in het Deltaprogramma Rijnmond-Drechtsteden.

Smeltende ijskappen

Harold van Waveren (Rijkswaterstaat) praatte de aanwezigen bij over de zeespiegelstijging. Hoe zit het precies? En wat is de impact op de voorkeurstrategie (VKS) in Rijnmond-Drechtsteden?

Geruststellend is dat de extra versnelling – als gevolg van afkalvend ijs op Antarctica – op zijn vroegst pas na 2050 merkbaar wordt, zo blijkt uit een verkenning van Deltares. De huidige voorkeurstrategie (VKS) blijft daarmee tot 2050 een goede basis om de delta leefbaar en bewoonbaar te houden. ‘Na 2050 zijn wel fundamentele keuzes nodig’, aldus Van Waveren. ‘Denk aan de houdbaarheid van zandsuppleties aan de kust of aanpassing van de afvoerverdeling.’

‘Hotspot voor energietransitie, hitte en verdichting’

‘In dit gebied spelen ontzettend veel opgaven. Rijnmond-Drechtsteden is een hotspot voor de energietransitie, voor het stedelijk hitte-eilandeffect en een potentiële hotspot voor de huishoudensontwikkeling, oftewel verdichting’, hield Willem Ligtvoet de zaal voor. De

onderzoeker bij het Plan Bureau voor de Leefomgeving (PBL) loodste de aanwezigen langs de belangrijkste maatschappelijke ontwikkelingen die impact hebben op de voorkeurstrategie (VKS).

‘Kijkend naar de link met de VKS, dan ligt die bij laag 2 (ruimtelijke ordening) en 3 (rampenbeheersing). Hitte, droogte en neerslagpieken: wordt dat voldoende meegenomen in de ruimtelijke inrichting? Kunnen we horizontaal evacueren makkelijker maken? En denk ook aan het functioneren van vitale en kwetsbare infrastructuur (energie, ICT, transport, ziekenzorg).’

Verticaal evacueren

Pim Neefjes (DPRD/Rijkswaterstaat) vatte samen welke aanpassingen van de Deltabeslissing Rijn-Maasdelta in beeld zijn. Het eerste concept van de herijking gaat in november dit jaar naar het Gebiedsoverleg en de Nationale Stuurgroep, waarna het in september volgend jaar wordt gepubliceerd in het Deltaprogramma 2021. Neefjes bevestigde het beeld dat Van Waveren eerder schetste: tot 2050 is er niet zoveel aan de hand, de VKS en de Deltabeslissing Rijn-Maasdelta – die over het grotere geheel gaat – zijn robuust genoeg. Dat betekent: de afvoerverdeling blijft gelijk, er komt geen extra berging, de zeezijde blijft afsluitbaar open en preventie blijft de basis: met een samenspel tussen dijkversterking en rivierverruiming.

’Deltabeslissing Rijn-Maasdelta tot 2050 voldoende robuust’

Evert van der Meide (DPRD/provincie Zuid-Holland) lichtte de belangrijkste aanpassingsrichtingen in de VKS Rijnmond-Drechtsteden toe: 
 

  • Nieuwe ontwikkelingen in de gebieden worden meegenomen in de VKS, zoals het afvallen van ‘de Slimme Combinatie’ voor het Eiland van Dordrecht.
  • Bij waterveiligheid buitendijks wordt het plan voortgezet om gebiedsgericht maatwerk in het hele gebied te gaan toepassen, de ervaringen in de pilots zijn positief.
  • Wat betreft evacuatie gaan de resultaten mee in de impactanalyses. Zo is in de Alblasserwaard gebleken dat veel woningen de zolder niet droog houden en verticaal evacueren hier dus niet mogelijk is.

Samen verder denken

Na het plenaire deel gingen de deelnemers uiteen in vier groepen. De leden van het programmateam Rijnmond-Drechtsteden organiseerden twee keer vier inhoudelijke workshops over de thema’s: ‘Preventie als strategie’, ‘Waterveiligheid en omgaan met ruimte’, ‘En als het mis gaat…’ en ‘De ruimte buitendijks’. In de workshops werden de deelnemers op de hoogte gebracht van de laatste ontwikkelingen en konden ze in gesprek gaan met de trekkers van deze thema’s.

Uit de vele positieve reactie na afloop was af te leiden dat de aanwezigen de bijeenkomst waardeerden. ‘Daar ben ik blij mee. Met deze bijeenkomst wilden we graag iedereen meenemen en dat wordt kennelijk op prijs gesteld’, reageert Ina Konterman. ‘De mogelijkheid is ook breed benut. Naast de usual suspects heb ik vertegenwoordigers van bedrijven, natuur- en recreatieorganisaties en nieuwe gemeenten gezien. Ik hoop dat zij geïnspireerd zijn geraakt, meer kennis hebben vergaard en met ons samen verder willen denken. Onze strategie is een goede basis voor de komende decennia, we hebben de tijd. Maar we moeten die tijd wel goed benutten om uit te denken welke mogelijkheden we hebben op de lange termijn.’

Hier kunt u het uitgebreidere verslag lezen