Niet meteen te groot denken, maar met kleine stappen de fysieke leefomgeving verbeteren zodat deze mooier wordt, groener en gezonder, én klaar is voor de klimaatverandering. In die gezamenlijk passie hebben gemeentelijk beleidsmedewerker duurzaamheid en klimaatadaptatie Nicolette Peters en adviseur klimaatadaptatie Mandy van Kouwen elkaar gevonden. Bevlogen vertellen ze over de successen in Boxmeer en het Land van Cuijk, waar ze al een paar jaar geleden begonnen met stresstests en risicodialogen. Met succes.

Ze kennen elkaar van de tijd dat Van Kouwen bij het Waterschap Aa en Maas werkte. Inmiddels is zij werkzaam bij Royal HaskoningDHV, is ze vanuit haar functie daar betrokken bij het programma voor klimaatadaptatie in Regio Noord-Oost Brabant en in het Land van Cuijk, een samenwerking van vijf gemeenten, Provincie Noord Brabant en waterschap Aa en Maas. En hebben nog altijd contact.

In het Brabantse Boxmeer en de buurgemeenten staat het onderwerp ruimtelijke adaptatie al zo’n vijf jaar hoog op de agenda. Opmerkelijk genoeg kwamen de eerste initiatieven uit de duurzaamheidshoek, met kleine en lokale initiatieven voor groene daken, gevels en tuinen. De versnelling kwam in 2016 toen de opeenvolging van zware hoosbuien voor grote problemen zorgde in de kernen én het landelijke gebied.

Nicolette Peters: ‘Zeker voor Boxmeer heeft met name de wateroverlast bijgedragen aan het besef van urgentie. Twee woningen waren onbewoonbaar. In verschillende gebouwen rondom de Weijer, waaronder een kinderdagverblijf moesten ze het water uit de gangen en lokalen scheppen. En de hulpverleners hadden grote problemen met ondergelopen straten. Dan hoef je de mensen niet meer uit te leggen dat het klimaat verandert.’

Nicolette Peters (gemeentelijk beleidsmedewerker duurzaamheid en klimaatadaptatie) en Mandy van Kouwen (adviseur klimaatadaptatie)

Uitdagingen

Ook het waterschap stond meteen extra op scherp. ‘We kregen toen een veelvoud aan schadeclaims binnen, weet Mandy van Kouwen nog te vertellen. ‘Er kwam zoveel water ineens naar beneden, dat het water niet weg kon en veel percelen in landelijk en stedelijk gebied onderliepen..Deze heftige buien gaan vaker voorkomen en hoe het watersysteem hierop aan te passen is een uitdaging. .’

Vanaf dat moment is de samenwerking geïntensiveerd. De gemeente Boxmeer en het waterschap organiseerden naar aanleiding van de wateroverlast samen een informatiebijeenkomst voor de burgers. ‘We kregen daarna een enorme stapel ingevulde formulieren terug met daarin beschreven waar de mensen problemen hadden ondervonden’, geeft Peters aan. ‘Sommige kwetsbare plekken hadden we al in het vizier. Toch kwamen er best nog wat verrassingen naar voren.’

Nicolette Peters: ‘Zeker voor Boxmeer heeft met name de wateroverlast bijgedragen aan het besef dat we iets moeten doen’

Zowel intern als extern werden collega’s erbij gehaald. Peters: ‘De collega van riolering heeft letterlijk bij iedereen aan de keukentafel gezeten om te bespreken wat er te doen stond voor ons als overheid en voor de mensen zelf. Op basis daarvan is een Masterplan Water gemaakt en vastgesteld. De raad gaf bovendien ruimte voor extra financiering.’

Klimaatbestendige bril

Van Kouwen vertelt hoe de lijn werd doorgetrokken ‘We zijn met de betrokkenen – boeren, ondernemers, burgers en gemeenten – een paar keer om de tafel gaan zitten om de knelpunten en oplossingen te bespreken. Een voorloper van de risicodialogen, zou je kunnen zeggen.’

‘Voor de aandacht van bestuur en politiek is het voor ons heel belangrijk geweest dat de regio Zuid-Nederland voorop is gaan lopen om wateroverlast en hittestress aan te pakken’, zegt Peters. ‘Mede daardoor hebben we kunnen versnellen en meer capaciteit op dit thema kunnen inzetten.

We steken veel energie in het meenemen van collega’s. Zo zijn we met iedereen die ertoe deed vanuit Klimaatbestendig Land van Cuijk naar Rotterdam gereden om van collega’s te horen wat daar speelt en hoe ze het daar aanpakken. We hebben interne workshops georganiseerd, waarbij we projecten waar we mee bezig waren, met een klimaatbestendige bril op hebben bekeken. Aan de slag gegaan en zo breed mogelijk te trekken.’

Klimaatlabels

Inmiddels loopt in de gemeenten van het Land van Cuijk, waaronder dus Boxmeer, het derde uitvoeringsprogramma Klimaatbestendig Land van Cuijk 2030. De gemeenten werken daarin nauw samen met Waterschap en de Provincie Noord-Brabant. Na twee keer een programma van twee jaar loopt het nieuwe programma van dit jaar tot eind 2022. ‘Er was behoefte om het nu meteen voor een langere periode te doen’, legt Peters uit. ‘Klimaatadaptatie krijgt steeds hogere prioriteit in beleid en uitvoering, zodat de capaciteit in menskracht verder omhoog moet.’

Ze vertelt over hoe duurzaamheid en klimaatverandering thema’s zijn die in Boxmeer steeds meer in elkaar haken. ‘De stortbuien en hitteperiodes van de afgelopen jaren waren aanleiding om de actiepunten opnieuw door te lopen. Hittestress hebben we heel recent in beeld gebracht met een nieuwe hittestresskaart. Ons Masterplan Water staat bij onze gemeenteraad eind van het jaar op de agenda. Dat kan niet anders dan een integraal plan zijn, want je kunt de wateroverlast niet alleen voorkomen met nog bredere riolering. We moeten de openbare ruimte aanpassen en vooral vergroenen.’

Mandy van Kouwen (l) en Nicolette Peters bij het verdiepte plein in de Acacia. Beeld Marcel Bayer

De gemeente heeft klimaatlabels voor de openbare ruimte gelanceerd gebaseerd op eisen aan de natuurlijk opvang van regenwater, de oppervlakte aan groen en het aantal m2 aan schaduw. Voortdurend de raad en de bestuurders meenemen in de stappen die worden gezet, is vast onderdeel van de strategie. Peters: ‘Begin van de zomer dit jaar zijn we met de raad gaan wandelen om te vertellen wat we aan het doen zijn en wat nog in de planning zit. Zo hebben de raad en het bestuur een goed beeld van wat er nodig is, wat we al doen en nog moeten doen, en wat de opties zijn. Zo kunnen politiek en bestuur aan de knoppen draaien al naar gelang de ambities en prioriteiten.’

De andere gemeenten in het Land van Cuijk hebben dit idee overgenomen en gaan het verder uitrollen.

Gedeeld eigenaarschap

Op de fiets, rijdend langs een paar projecten, vertellen Peters en Van Kouwen over het belang om vooral de inwoners bij de plannen te betrekken. Zo is het pleintje aan de Marktstraat en Van Coothstraat, opnieuw ingericht met meer groen en hebben verschillende bewoners als experiment een hogere drempel gekregen. Peters: ‘Bij elke stap die we zetten proberen we de betrokkenen mee te nemen, om het bewustzijn voor de wateropgave te vergroten. In het verleden is veelal op plekken gebouwd waar je dat beter niet kunt doen. Het is een stukje bewustwording om te laten zien dat je rekening moet houden met de waterlopen. Die zijn nu niet meer zo zichtbaar, maar ze worden weer zichtbaar bij wateroverlast.’

Een volgende illustratieve plek is De Acacia, dicht tegen het centrum aan. We staan bij een verdiept plein, vormgegeven als een vierkante kuil met aflopende bestrating. De kuil is bedoeld voor wateropvang én doet dienst als speel- en ontmoetingsplek. ‘De buurt is door de collega’s van openbare werken nauw betrokken bij het ontwerp’, vertelt Peters. ‘Je ziet dat een thema als leefbaar aanslaat bij inwoners. Dat kun je als aanknopingspunt gebruiken om het te hebben over vergroening ten behoeve van de klimaatverandering. We hebben de inwoners met hun inbreng hard nodig. Zestig procent van de ruimte is handen van particulieren. Dat gedeeld eigenaarschap herkent Mandy sterk vanuit haar nieuwe rol. Zonder ‘gedeeld eigenaarschap’ ontstaat altijd een suboptimale inrichting tegen onnodig hoge kosten. Vanuit het perspectief van gedeeld eigenaarschap zoeken we naar oplossingen waar we samen aan werken.’

Van oud naar nieuw op de schoolpleinen: ’Op momenten dat er iets belangrijks gebeurt in hun leven staan mensen open voor verandering.’ (Mandy van Kouwen) Beeld: Ingrid Langenhoff

‘Maak het niet direct heel groot’, adviseert Van Kouwen. ‘Maak een begin in een buurt of wijk waar toch al een verandering gaat plaatsvinden. Op momenten dat er iets belangrijks gebeurt in hun leven staan mensen open voor verandering. En het maakt nogal een verschil of je een blok met sociale woningen gaat renoveren of dat je in een nieuwbouwwijk aan de slag gaat. Verdiep je in de mensen, sluit aan bij hun leefwereld, vermijd abstracte terminologie.’

Groenblauwe schoolpleinen

Wat drijft mensen, waar worden ze enthousiast van. Ga de straat op, praat met de mensen, geef ze de gelegenheid hun ideeën in te brengen. Dat is de vaste aanpak van Peters. ‘Neem je collega’s van sociale zaken mee, want die weten als geen ander wat er speelt en wie je er zeker bij moet betrekken.’

Zo heeft ze dat bijvoorbeeld gedaan bij een pop-up kwekerij in een nieuw woningbouwproject, waar ze een kopje thee en een kom soep serveerden voor de nieuwe bewoners. Binnenkort staat er een tuinborrel gepland. ‘Het bevordert het sociale contact, en wij hebben een ingang om de inrichting van de tuinen en straten te bespreken. Op een gegeven moment vroegen mensen ons of de kwekerij niet kon blijven.’

’Je ziet dat stedelijk gebied steeds meer aandacht krijgt in de agenda’s van de waterschappen’

Groenblauwe schoolpleinen is een ander deelproject. Peters: ‘Allemaal sterk betegeld. We willen die vergroenen en zo inrichten dat het water weg kan, maar zodanig dat de weg van het water goed zichtbaar is. Daar zit meteen een educatief aspect aan. Voor dit project hebben we zo’n vier ton opgehaald bij de provincie. Ons doel is om eind 2022 in Land van Cuijk vier schoolpleinen opnieuw te hebben ingericht. In een eerder project hebben we er al een gedaan, een andere is in uitvoering.’

‘Met die schoolpleinen heb je meteen een uitgelezen mogelijkheid om de ouders erbij te betrekken. Je kun er ontmoetingsplekken van maken, waar ook andere inwoners gebruik van kunnen maken’, vult Van Kouwen aan.

Dit soort stappen zet je geleidelijk. Het hoeft niet van vandaag op morgen, benadrukt ze. ‘We hebben nog wel even de tijd.’

Belangrijke winst van de laatste jaren, juist door de innige samenwerking op het water en klimaatbestendigheid, is dat het waterschap ook in het stedelijk gebied z’n rol pakt, al is dat niet direct de verantwoordelijkheid. Van Kouwen: ‘Al het water dat in stedelijk gebied valt, komt uiteindelijk naar de beken en rivieren daarbuiten. Je ziet dat stedelijk gebied steeds meer aandacht krijgt in de agenda’s van de waterschappen.’

Peters stelt ter illustratie daarvan dat het zelfs niet meer zo’n vreemde gedachte is dat het waterschap meehelpt aan maatregelen in het stedelijk gebied, en de stad bij maatregelen in het landelijk gebied. ‘We zitten vaak met elkaar tafel en het gesprek over wie wat betaalt wordt tegenwoordig vanuit een heel andere grondhouding gevoerd. De betrokken partijen snappen dat we het met z’n allen moeten doen. Het waterschap zet vol in op personele en financiële ondersteuning van Klimaatbestendig Land van Cuijk. Wat aangeeft hoe belangrijk ze dit vinden. Dat toont zeker betrokkenheid. Ik vind dat een compliment.’