Het afgelopen jaar heeft Deltaprogramma Rijnmond-Drechtsteden (DPRD) niet stilgezeten met betrekking tot de ambitie ‘water en ruimte structureel verbinden’. In het kader van de zes-jaarlijkse herijking kijkt Rijnmond-Drechtsteden naar de wenselijkheid en mogelijkheid om ruimte vrij te maken voor toekomstige dijkversterkingen. Ook in verband met de mogelijke versnelling van de zeespiegelstijging.

De Oostzeedijk in Rotterdam, een dijk die woonwijken en de binnenstad beschermt tegen hoge waterstanden in de Maas. Beeld Tineke Dijkstra

Belangrijke vragen dringen zich daarbij op. Hoe gaan we om met nieuwe en bestaande bebouwing van de dijken? Hoe houden we bij de verstedelijkingsopgave rekening met de waterveiligheidsopgave? Er zijn drie typen situaties, die we in de praktijk tegenkomen.   

1. Ruimte vrijhouden voor toekomstige dijkversterkingen
Uit eerdere onderzoeken is gebleken dat er instrumentarium aanwezig is om ruimte vrij te houden voor huidige en toekomstige dijkversterkingen. Het vergt een gezamenlijke visie van de overheden om dit ook daadwerkelijk te realiseren.
 

2. Bestaande bebouwing op de dijk
Als bestaande bebouwing moet wijken ten behoeve van een dijkversterking gaat dat vaak gepaard met hoog oplopende emoties, maatschappelijke weerstand en doorgaans hoge kosten. De vraag is hoe je daar mee om kunt gaan, en of het ook anders kan.
 

3. Verstedelijkingsopgave versus waterveiligheidsopgave
Bij een verstedelijkingsopgave is het belangrijk om rekening te houden met de waterveiligheidsopgave. Het gaat erom nieuwe ontwikkelingen (bijvoorbeeld woonwijken) beter te situeren of adaptief te bouwen, rekening houdend met bijvoorbeeld overstromingsgevolgen. Hierbij is het van belang om de toename van overstromingsgevolgen en schade in kaart te brengen, zodat dit bij voorkeur niet meteen leidt tot de noodzaak van een nieuwe dijkversterking.

Pilot(s)

DPRD doet nader onderzoek naar deze drie typen situaties door een aantal specifieke pilots te bekijken. Bestaande bebouwing op de dijk is vooral actueel aan de IJsseldijk van de Krimpenerwaard.  Voor de verstedelijkingsopgave die rekening houdt met waterveiligheidsaspecten wordt nog gezocht naar pilots. Ruimte vrijhouden op de dijk spreekt meteen tot de verbeelding en lichten we hieronder toe met een in het oog springende casus als pilot, namelijk ‘Feyenoord City’. Een gebiedsontwikkeling met daarin ook het toekomstige nieuwe Feyenoord-stadion.

Onderzoek naar een robuust geïntregreerd ontwerp van dijk en stadion. Beeld: OMA

Kern van Feyenoord City is het nieuwe stadion. Deze komt deels bovenop de bestaande kering. De voorliggende vraag is dan hoe de voetbaltempel - maar ook andere ruimtelijke ontwikkelingen rondom het stadion - en de toekomstige ruimte voor de waterkering zijn te combineren. En hoe daarbij rekening kan worden gehouden met de gevolgen van klimaatverandering. Een stadion van deze omvang wordt namelijk gebouwd voor honderd jaar en moet mogelijke wijzigingen in de klimaatscenario’s, zoals een versnelde zeespiegelstijging, het hoofd kunnen bieden. Uitdaging is dus om te komen tot een robuust geïntegreerd ontwerp van dijk en stadion en/of een adaptief ontwerp waarbij later alsnog aanpassingen kunnen worden verricht.

Behalve naar bedreigingen wordt in de pilot Feyenoord City ook gekeken of beiden opgaven elkaar misschien juist kunnen versterken. Wellicht kan het bouwwerk een rol spelen in de waterveiligheid van het gebied. Zo wordt dus gekeken naar mogelijkheden om het bouwwerk in de waterkering te integreren, en of het stadion als schuillocatie kan fungeren.
De betrokken partijen – de projectontwikkelaar, de gemeente en het waterschap – onderzoeken zodoende gezamenlijk hoe klimaatbestendigheid door een combinatie van robuust en adaptief bouwen een integraal onderdeel van het ontwerp kan zijn. Zo kan de casus Feyenoord City leerpunten opleveren over ruimtereserveringen voor dijken bij grote ruimtelijke ontwikkelingen in een dicht stedelijk gebied. Ook van de toepassing van het beschikbare instrumentarium kan geleerd worden voor toekomstige projecten.

Hoe verder?
Met de uitkomsten van alle pilots hopen we beter grip te krijgen op de geconstateerde vraagstukken. De verwachting is dat een gezamenlijke visie op dijken en daarmee verbonden vraagstukken kansen biedt voor een toekomstbestendige ruimtelijke ontwikkeling. Lokaal maatwerk is daarbij een gegeven.

Ruimtelijke handelingsperspectieven
Via de pilots wordt ook een herijking gedaan van de ruimtelijke handelingsperspectieven (zie Voorkeursstrategie DPRD ) en van de bijdrage die het Ruimtelijk Perspectief Dijken (dat de provincie Zuid-Holland binnenkort vaststelt) hierbij kan leveren. Dit geeft een handreiking voor de landschappelijke kwaliteit en gebruikswaarde van dijken in Zuid-Holland. Waterschappen een andere gebiedspartners zijn hierbij betrokken geweest.

Meer lezen over ‘Regionale waterbelangen en ruimtelijk beleid’? In DeltaNieuws 2018 #2 kunt u meer lezen. https://magazines.deltacommissaris.nl/deltanieuws/2018/02/rijnmond-drechtsteden .