Waddengebied

Dit artikel hoort bij: Deltanieuws #1 2019

Nepgolven en onderzoek naar geulen en voorlanden

Twintig uur lang beukten eind vorig jaar twee meter hoge, kunstmatig opgewekte golven op drie proeflocaties tegen de Waddenzeedijk aan. Doel was om te onderzoeken hoe de gras- en kleibekleding op de dijk dit watergeweld zou doorstaan. De golfoploopproeven maken deel uit van de Projectoverstijgende Verkenning (POV) Waddenzeedijken, een onderdeel van het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP). Om de invloed van natuurlijke dynamiek op de dijk te testen, lopen er ook onderzoeken naar geulmanagement en de invloed van voorlanden. 

De locaties voor golfoploopproeven bevinden zich in de beheersgebieden van waterschappen Noorderzijlvest, Hunze en Aa’s en Wetterskip Fryslân. Komend voorjaar worden proefvakken op de dijk aangelegd met daarin verschillende grasmengsels. Over vijf jaar vindt de golfoploopproef bij deze vakken opnieuw plaats. Zo wordt de huidige grasmat vergeleken met de grasmat in de proefvakken. 

’Nieuwe, sterkere grassoorten moeten de zeedijken beter beschermen’

Het ontwikkelen van nieuwe grassoorten voor zeedijken kan bijdragen aan een sterkere grasmat, die erosiebestendiger is en een hogere dichtheid en meer biodiversiteit heeft. Als de resultaten uit dit onderzoek positief zijn, kan dat leiden tot het opstellen van nieuwe- of aangescherpte rekenregels. De sterkte van de grasmat is namelijk onderdeel van het huidige toets- en beoordelingsinstrumentarium. Bijstelling van de rekenregels, door positieve onderzoeksresultaten, zou kunnen leiden tot besparingen, omdat dijken dan minder snel worden afgekeurd.  

Voor de proef is bij alle drie de proeflocaties een 8 meter hoge simulator op de Waddenzeedijk geplaatst. Dit instrument wordt wereldwijd gebruikt voor onderzoek. Het maakte urenlang hoge golven om zo een stormvloed na te bootsen. Na afloop kon gemeten worden welke invloed dit had op de grasmat. De diepte van de erosie varieerde van gemiddeld 10 tot ruim 40 centimeter. Naar verwachting is de rapportage met resultaten van deze nulmeting in april gereed. De beschreven resultaten vormen vervolgens de referentie voor de vervolgproeven die over ongeveer 5 jaar gaan plaatsvinden op de grasmat met de nieuwe grassoorten.  

Met de stimulator worden hoge golven nagebootst om de weerbaarheid van de dijkbegroeiing te testen

Wat te doen met een geul die naar de dijk kruipt?

Onderzoek naar geulmanagement 
 

Op diverse plaatsen in de Waddenzee dreigen geulen de dijk te ondermijnen. Na onderzoek van de waterschappen Hunze en Aa’s, Noorderzijlvest, Wetterskip Fryslân en Rijkswaterstaat Noord Nederland, blijken ‘zachte’ maatregelen, zoals morfologisch baggeren en/of zandsuppleties, te weinig positief effect te hebben. En is de maatschappelijke weerstand tegen harde maatregelen minder groot dan gedacht. Uiteindelijk is besloten om toch geen pilot uit te voeren.  

Doel van het onderzoek geulmanagement was na te gaan of tijdig morfologisch ingrijpen kostbare en niet-natuurvriendelijke oplossingen met harde materialen kan voorkomen. Onder zachte maatregelen verstaan we ingrepen met zand, bijvoorbeeld morfologisch baggeren of een geulwandsuppletie. De verkenning vond plaats rondom de Lauwersmeerdijk en het Vierhuizergat 

’Harde en zachte maatregelen liggen niet zover uit elkaar’

Het uitgevoerde morfologische en ecologische onderzoek plaatst vraagtekens bij de veronderstelde voordelen van geulmanagement. Zachte maatregelen moeten waarschijnlijk regelmatig onderhouden worden. Hoe vaak is erg onzeker en hangt af van de lokale omstandigheden, die moeilijk zijn te voorspellen. Zeker is dat frequent onderhoud zorgt voor hogere life cycle costs (LCC). Bovendien wordt het ecosysteem herhaaldelijk verstoord. De verschillen in effecten op de ecologie tussen harde en zachte oplossingen zijn daarom minder groot dan gedacht.   

Tijdens werksessies en individuele raadplegingen van technische experts en maatschappelijke stakeholders bleek verrassend genoeg dat het wel meevalt met de veronderstelde weerstand tegen harde maatregelen in de Waddenzee. De zorgen over herhaaldelijke verstoring zijn minstens even groot. Daarentegen blijkt dat zorgvuldig omgevingsmanagement zorgt voor een prettige sfeer en basis voor samenwerking. Belangrijke voorwaarden daarbij zijn: een onafhankelijke projectleider, open uitwisseling van kennis en belangen en stapsgewijze terugkoppeling aan bestuurders, experts en maatschappelijke organisaties. Dit is na te lezen in de infographic die hieronder staat. 

’Een brug naar bestuurlijk gedragen oplossingen’

Op basis van de werksessies, gesprekken en onderzoeken hebben bestuurders van de waterschappen en de dijkbeheerders afgelopen najaar besloten om geen pilot met een zachte maatregel uit te voeren, vanwege onzekerheid over de kosten, onvoorspelbaarheid van de waterveiligheid en beperkte meerwaarde voor natuur en wetenschap. Oplossing voor de problematiek met geulen is maatwerk. Er dient lokaal naar de morfologische situatie gekeken te worden, en naar de relevante belangen in het gebied. Goede beheerafspraken in een vroeg stadium zijn nodig tussen de waterkeringbeheerder en waterbeheerder, nog voordat er daadwerkelijk problemen ontstaan. Zo is er tijd om tot bestuurlijk gedragen oplossingen te komen. Van belang is verder om tijdig alle partijen met relevante en soms urgente belangen in alle openheid te betrekken bij het proces, waarin verschillende maatregelen worden vergeleken en afgewogen. Goed inhoudelijk onderzoek in combinatie met stevig omgevingsmanagement verhoogt de kans op tijdig bestuurlijk gedragen oplossingen voor geulen die dijken bedreigen.  

Het onderzoek is afgerond met een infographic en handreiking om de werkwijze en kennis te delen met andere beheerders. De handreiking komt binnenkort op de website van de POV Waddenzeedijken: https://pov-waddenzeedijken.nl/geulmanagement/  

Samenwerking in het voorland

Invloed van voorlanden 
De voorlanden zijn voor veel partijen belangrijk, wees onderzoek in het Deltaprogramma Waddengebied al uit. Sindsdien geldt dit ook voor de beheerder van de waterkering. Ook omdat tegenwoordig de voorlanden meetellen bij de toetsing van de dijk. Daarom heeft de POV Waddenzeedijken het proces rondom samenwerken in de voorlanden gekozen als onderzoeksonderwerp. Het onderzoek richt zich op de mogelijkheid om tot een gezamenlijke visie te komen waarin beheer en onderhoud van voorlanden een rol speelt. De POV-W doet dit samen met betrokken partijen in een pilotgebied. 

Als pilotgebied koos de POV samen met Wetterskip Fryslân een gebied in Friesland waar veel voorland ligt: Noard-Fryslân Bûtendyks. Dit is een gebied waar ook zomerdijken zijn en waar meerdere partijen een rol spelen. Vorig jaar juli vond de eerste werkdag plaats met partijen die in dit gebied een belang hebben. De groep ging de kwelder op en vertelde elkaar daar wat de belangen zijn. Daarna zijn de uitwerkingsopties voor samenwerking besproken. Aan het einde van de werkdag waren er meerdere opties, die door iedere partij individueel zijn beoordeeld. De tweede werkdag was afgelopen oktober. Daar werd verder gewerkt met de oplossingen die tijdens de eerste dag waren bedacht en gewaardeerd. 

Twee pilots 

De voorlopige conclusie is: uitvoeren van twee potentiële kleinschalige pilots in het gebied. De ene pilot draait om distelbestrijding, de andere om zomerkades. Komend voorjaar moeten de mogelijkheden voor de invulling en opzet van beide pilots duidelijk zijn. Daarnaast wordt in het pilotgebied een gezamenlijke visie voor het voorland opgesteld, waarin alle partijen hun belang en standpunt kwijt kunnen om zo te bepalen waar ze elkaar vinden voor samenwerking. Voor de zomer moet een concept hiervoor klaar zijn. De resultaten van het onderzoek en de pilots zijn eind 2019 beschikbaar.  

Meer weten? https://pov-waddenzeedijken.nl/