Natuur en water, groen en blauw, bieden veel voordelen in de stedelijke omgeving. Een groene en waterrijke omgeving draagt bij aan een schonere lucht, meer rust en een betere gezondheid voor bewoners. En het speelt een fundamentele rol bij klimaatadaptatie. Daar staat tegenover dat investeerders in groen en blauw veelal niet direct van die baten profiteren. Dus hoe kun je al dat mooie en gezonde groen en blauw financieren? Op het congres Building Green Smart and Healthy, eind januari in Den Haag, stond dat dilemma centraal.  

Waterlocaties zijn altijd gewild, maar dat groen meer is dan esthetisch aantrekkelijk, was wel het hoofdonderwerp op het congres, georganiseerd door Dutch Green Building Council (DGBC), Royal FloraHolland en De Groene Stad. Robbert Snep, senior onderzoeker Groene Steden bij de WUR, zei bij zijn presentatie Acht tips om groen effectief in te zetten: ‘We moeten goed nadenken over hoe we functioneel groen kunnen inzetten, want thema’s als luchtkwaliteit, hittestress en gezondheid spelen een steeds grotere rol in programma’s van eisen.’ 

’Goed groen begint met blauw’

Deltacommissaris Peter Glas, die de opening van het congres verzorgde, benadrukte dat groen sterk samenhangt met blauw. Hij riep op tot een integrale aanpak, om groen en blauw als onlosmakelijk verbonden elementen te benaderen. Glas: ‘Goed groen begint met blauw.’ Snep sloot zich hier volmondig bij aan: ‘Een duurzaam watersysteem is de basis voor effectief groen.’ Volgens de onderzoeker kunnen we wat dit betreft van de natuur leren: ‘De waterbalans in steden is anders dan in de natuur. Er infiltreert en verdampt nauwelijks water en dat is problematisch, want dan kun je geen extreme regenval opvangen of verkoeling bieden bij extreme hitte.  Benader de stad dus meer als een spons en zie water als een gratis grondstof die je vast kan houden en gebruiken.’ 

Classificatie van ecosysteemdiensten, die bijdragen aan het welzijn en de welvaart van de mens. Beeld De Urbanisten

Waarderen

We weten al langer dat groen en blauw ons allerhande diensten bewijzen, die verder gaan dan enkel ‘leuk om naar te kijken’, de zogenaamde ecoysteemdiensten.  De baten van deze ecosysteemdiensten uitdrukken in cijfers blijkt echter lastig, ook op het congres. In opdracht van de Gemeente Amsterdam namen ontwerpbureau De Urbanisten en het RIVM de proef op de som en gingen op zoek naar concrete antwoorden. Aan de hand van het model Groene Baten Planner berekende het team de baten van het Amsterdamse groen.  Daarnaast bracht het team de baten van vier groenstrategieën voor Amsterdam in beeld: groen in de buurt, stadsparken, metropolitane  landschappen (groene scheggen) en het verbindende groene netwerk. 

’De vele voordelen van een groene omgeving’

De resultaten zijn volgens de onderzoekers veelbelovend: men berekende dat dankzij het Amsterdamse groen zo’n 35.000 doktersbezoeken worden voorkomen en op de kosten door arbeidsverlies tot 150 miljoen euro wordt bespaard. Ook kan er 340 duizend kilo fijnstof worden opgenomen, kan de waarde van de woningen in Amsterdam met ruim 11 miljard euro toenemen en kan groen tot 140 miljoen m3 aan water opvangen, waarmee de gemeente op jaarbasis 11 miljoen euro aan waterzuiveringskosten bespaart. Dirk van Peijpe van de Urbanisten zet daarnaast de toename in vastgoedwaarde door een groenere omgeving in perspectief: ‘Een plus van 11 miljard euro toegevoegde woningwaarde is 330 keer het jaarlijkse budget dat Amsterdam uitgeeft aan beheer van openbaar groen.’ 

Voor de vier verschillende groenstrategieën werden vervolgens de extra toegevoegde baten van groen en blauw berekend. Elk van de vier strategieën heeft eigen voordelen, dus volgens de onderzoekers is de één niet per se wenselijker dan de ander. ‘Maar als je snel stappen wilt maken, ligt het vergroenen van de stad op buurtniveau het meest voor de hand’, zegt Van Peijpe. ‘Bij deze aanpak van groen dichtbij heeft iedereen direct baat en je kunt deze strategie goed koppelen aan andere urgente opgaven, zoals de energietransitie.’  

De groene en blauwe verbindingen in Amsterdam in beeld gebracht. Beeld De Urbanisten

Wie betaalt?

Het rendement van een groene en waterrijke omgeving is dus aan te tonen, maar degenen die ervan profiteren, zijn niet altijd degenen die erin investeren. Zo profiteren partijen die groen in de openbare ruimte ontwikkelen, financieren en beheren (vooral gemeenten), niet direct van lagere ziektekosten en minder arbeidsuitval. Maar profiteren vastgoedontwikkelaars wel direct van publieke investeringen in groen en blauw, aldus van Peijpe.  

’Private investeerders willen groene en blauwe waarden meteen verzilveren’

Tegen dat dilemma lopen ze in Rotterdam aan bij het stimuleren van multifunctionele daken. De 14,5 km2 aan platte daken die de Maasstad rijk is, biedt veel mogelijkheden, net als het groen in Amsterdam. Met groenaanplant kunnen ze dienen als groene omgeving, voor groente- en kruidenproductie, als wateropslag en CO2 opvang, als energieopwekker en ontmoetingsplek. ‘De multifunctionele daken bieden kwalitatieve waarde, maar voor de private investeerders is het belangrijk dat je die ook kunt verzilveren’, vat Robert de Kort van Arcadis het samen. Uit de analyse door Arcadis en de gemeente bleek dat de kosten van een groen dak hoger zijn dan de directe baten, omdat maatschappelijke baten niet terugvloeien naar de financier. De Kort: ‘We merkten wel dat private investeerders vaak alsnog wel open stonden voor het ontwikkelen van een multifunctioneel dak, omdat het hen de kans biedt om iets speciaals toe te voegen aan een gebouw. Ook gaven zij aan dat een groen dak communicatie met de buurt zou kunnen vergemakkelijken, omdat buurtbewoners het simpelweg mooi vinden.'

Puntensysteem

Een andere manier om ontwikkelaars te motiveren om te investeren in het ontwikkelen van groen vinden we in Den Haag. Daar hanteert de gemeente een ‘groen puntensysteem’ bij aanbestedingen, met een lijst ingrepen die natuur-inclusiviteit bevorderen. Architecten en ontwikkelaars, die meedingen naar de opdracht, kunnen punten verdienen door deze ingrepen in hun ontwerp op te nemen. Per project wordt een minimale punteneis vastgesteld. Irene Mulder, beleidsmedewerker Stad en Landschap bij de Gemeente Den Haag: ‘Het puntensysteem is op meerdere schaalniveaus toepasbaar, van gebouwgebonden ingrepen tot de publieke ruimte en grootschalige infrastructuur.’ De ingrepen waar ontwerpers punten voor kunnen verdienen, verschillen per schaalniveau. Zo worden op het gebouwniveau punten verstrekt voor een groene gevel en op het niveau van de openbare ruimte voor het aanleggen van een (mini)park en waterpartij. Verder verschillen de eisen naargelang het type gebied, omdat in bijvoorbeeld een woonwijk andere behoeften zijn dan in een winkelgebied.  

De gemeente heeft bewust gekozen voor deze project-specifieke benadering. ‘We willen dit niet in een algemene wet of voorschrift vatten, want dan beperk je de creativiteit van de architecten en ontwikkelaars’, aldus Mulder.