In het project Oostvaardersoevers wordt de mogelijkheid onderzocht om het moerasdeel van de Oostvaarders- en Lepelaarplassen met het water van het Markermeer te verbinden. Dit kan de waterkwaliteit en natuur in alle drie gebieden ten goede komen. Verder onderzoekt het team of het project is te koppelen aan andere opgaven in het gebied zoals toerisme, recreatie, dijkversterking en de financieringsmogelijkheden. Half februari is hiervoor een bestuurlijke samenwerkingsovereenkomst getekend. 

Vanwege de klimaatverandering zijn er maatregelen nodig om ervoor te zorgen dat het IJsselmeergebied op de lange termijn de stijgende zeespiegel, meer en heftigere stormen en temperatuurstijging robuust en veerkrachtig kan opvangen. Daarnaast moet er ruimte blijven voor economische ontwikkelingen in het gebied. Rijkswaterstaat heeft in het kader van de Delta-aanpak Waterkwaliteit en Zoetwater in 2017 verkend wat er nodig is om alle grote wateren ecologisch gezond en toekomstbestendig te maken. Dit in opdracht van de ministeries van IenW en LNV, als onderdeel van het programma Grote Wateren van Nederland, met financiering vanuit het Deltafonds. Oostvaardersoevers is één van de projecten onder dit programma.

’Is er een koppeling mogelijk tussen de ecologische- en de mogelijke waterveiligheidsopgave?’

Helemaal boven: Vanwege de veiligheid zijn veel land-water overgangen langs het IJsselmeer hard, zoals bij de Oostvaardersdijk, terwijl de unieke natuurgebieden Oostvaarders- en Lepelaarplassen gebaat zijn bij een meer natuurlijker overgang. Beeld Lineair Hierboven: Schematische voorstelling van het project Oostvaardersoevers.

Waterschap Zuiderzeeland beheert de Oostvaardersdijk. Dit jaar toetst het waterschap de dijk aan de waterveiligheidsnormen. Eind van dit jaar zal duidelijk zijn of de dijk versterkt moet worden. Als er een versterkingsopgave is, kan gekeken worden of en in welke mate het mogelijk is om de ecologische opgave en de waterveiligheidsopgave te koppelen. Zo’n koppeling kan mogelijk leiden tot win-win situaties, zoals ook de Houtribdijk volgens het principe building with nature wordt gerealiseerd. 

Betere ecologie 

De huidige situatie waarin het meer van de moerasgebieden is gescheiden, zorgt ervoor dat er geen uitwisseling mogelijk is van water, vissen en nutriënten en er geen toegang is tot migratiegebieden. Het Markermeer kent (door de wind) een hoge waterdynamiek en er zijn weinig nutriënten. In de Oostvaarders- en Lepelaarplassen is juist weinig waterdynamiek en zijn er veel nutriënten. Al met al ligt er een flinke uitdaging om deze wateren met elkaar te verbinden, vooral ook door het hoogteverschil van maar liefst vier meter. De verbinding moet zorgen voor een grotere biodiversiteit, meer soorten leefgebieden en dus een betere verbinding met het achterland, aldus Petra van Konijnenburg, projectmanager Oostvaardersoevers vanuit Rijkswaterstaat. 

De waterkwaliteit van het Markermeer moet verbeteren, dit willen we doen door juist de verbinding te zoeken met binnendijkse gebieden, aldus Arjen van der Schee, projectleider vanuit provincie Flevoland. Het project heeft een directe verbinding met het Deltaprogramma, want het heeft grote raakvlakken met zoetwater en klimaatbestendigheid. De ambitie is om een vitaal zoetwater-natuurgebied te ontwikkelen, dat toekomstige klimaatveranderingen kan opvangen en dat beleefbaar is voor bewoners en bezoekers. Van Konijnenburg vult aan: We hebben het hier onder andere over de temperatuurstijging en dus ook over de stijgende watertemperatuur. Die heeft namelijk grote invloed op het ecosysteem. We willen er daarom voor zorgen dat er meer verschillende leefgebieden komen, die de veranderingen in temperatuur makkelijker kunnen opvangen zodat de natuurkwaliteit niet achteruit gaat. 

Samenwerkingsovereenkomst 

Maar hoe verhoudt die slimme verbinding zich dan tot de dijken en dammen, die gemaakt zijn om het achterland te beschermen? De bescherming van het achterland is een randvoorwaarde binnen het onderzoek. Deze veiligheid moeten we blijven garanderen’, benadrukt Van Konijnenburg. Op welke manier, dat zoeken we nu uit.  

Het hoogteverschil van vier meter zorgt er bijvoorbeeld voor dat we moeten nadenken over onderwaterdammen, vooroevers of golfbrekers. Ook dit wordt meegenomen in het onderzoek. 

'Bescherming van het achterland is een randvoorwaarde binnen het onderzoek'

Er ligt een flinke uitdaging om het Markermeer en de natuurgebieden met elkaar te verbinden, vooral ook door het hoogteverschil van maar liefst vier meter.

Het idee om een verbinding te maken tussen het Markermeer en de Oostvaarders- en Lepelaarplassen leeft al tijden bij de provincie Flevoland en Rijkswaterstaat. Het plan staat al een paar jaar op de agenda en er is ook vanuit de stuurgroep Markermeer- IJmeer aandacht voor gevraagd. In januari 2018 was hierover het eerste contact tussen de provincie en Rijkswaterstaat. Zij waren van mening dat er nu echt actie nodig was en zij bleken niet de enigen. Inmiddels is op 13 februari jl. de samenwerkingsovereenkomst getekend door provincie Flevoland, Rijkswaterstaat Midden-Nederland, de gemeenten Almere en Lelystad, waterschap Zuiderzeeland, Staatsbosbeheer en het Flevo-landschap. Daarin is afgesproken dat zij hun krachten bundelen en samen kijken naar mogelijke oplossingen en financieringsmogelijkheden. Van der Schee: De samenwerking gaat goed, er is veel onderling vertrouwen tussen de partijen en het is mooi om te zien hoe rijk en regio elkaar scherp houden. De partijen uit de regio weten precies wat er speelt en daar kunnen we binnen het project slim gebruik van maken.   

Recreatie en toerisme 

De betrokkenheid van bewoners en maatschappelijke organisaties is van fundamenteel belang voor het draagvlak bij de verbinding. Er is met bewoners bij gemaal Blocq van Kuffeler en recreatieplas ‘t Bovenwater gesproken. De komende periode worden meer bewoners en belangenorganisaties bij de plannen betrokken. De mensen die in of rondom het betreffende gebied wonen, of bedrijven en organisaties die in of rondom het gebied gevestigd zijn, weten vaak veel, juist over het gebied. Zij kunnen heel interessante ideeën hebben en die horen wij dan ook graag, aldus Arjen van der Schee. Ook de markt wordt uitgedaagd om mee te denken over een innovatieve, betaalbare oplossing. 

Binnen het onderzoek wordt gezocht naar mogelijkheden en combinaties met andere ontwikkelingen en projecten, om de beleving in dit bijzondere gebied te vergroten. Van der Schee: Natuurbescherming, waterkwaliteit en veiligheid staan voorop. Maar we moeten niet vergeten dat het verbinden van deze gebieden ook aantrekkelijk moet zijn voor de bewoners. Misschien is die stap extra wel mogelijk om er een toeristische trekpleister van te maken. Dit kan een impuls geven aan het Nationaal Park Nieuw Land. Ook hier denken we nu over na. Hoe zorgen we voor zichtbaarheid en hoe willen we ons verhaal vertellen? Al deze zaken willen we in evenwicht met elkaar ontwikkelen. 

Verbindingen leggen, verscheidenheid benadrukken  

Het IJsselmeergebied is het grootste zoetwatergebied van West-Europa en van internationaal belang voor broedvogels, trekvogels en vissen. Het is geen natuurlijk zoetwatermerengebied, maar ontstaan door het aanleggen van de Afsluitdijk. De aanleg hiervan heeft de veiligheid van ons land vergroot, maar heeft wel een ecologische keerzijde. De land-water overgangen zijn hard, er zijn weinig verschillende typen leefgebieden en de verbinding met het achterland is beperkt. Natuurlijke zoetwatermeren hebben moerassige oevers, die van belang zijn voor bijvoorbeeld de voortplanting en het opgroeien van vis. De Oostvaarders- en Lepelaarplassen, twee grote moerasgebieden, liggen direct naast het Markermeer, maar zijn op dit moment van elkaar gescheiden door de Oostvaardersdijk 

Planning

Het onderzoek richt zich dit jaar op het uitwerken van verschillende alternatieve oplossingen, financieringsmogelijkheden en koppelkansen. De resultaten van dit onderzoek bepalen of er een MIRT-verkenning start en of alternatieven verder onderzocht worden. De voorlopige planning ziet er als volgt uit:  

  • 2019: onderzoek mogelijke oplossingsrichtingen en financieringsmogelijkheden en besluitvorming of verkenning kan starten; 

  • 2019-2020: verkenning; 

  • 2021-2022: planstudie; 

  • 2023-2024: de voorbereiding van de realisatie, waarna de uitvoering kan starten.