'Samen de weg afleggen naar dat gemeenschappelijke doel'

Ze waren beiden meer dan één termijn gedeputeerde met waterveiligheid in hun portefeuille, Josan Meijers in Gelderland en Ben de Reu in Zeeland. Nu stoppen ze ermee. Deltanieuws kijkt samen het hen terug op de afgelopen jaren, waarin ze als bestuurder betrokken waren bij grote projecten voor de waterveiligheid, natuurontwikkeling en klimaatadaptatie onder andere in het kader van het Deltaprogramma. Rode draad in hun verhaal: neem de burger op tijd mee, leg het goed uit en blijf consistent.

De urgentie van het onderwerp waterveiligheid was tijdens hun bestuursperiode hoog genoeg. Nieuw was dat daar gebiedsontwikkeling aan werd gekoppeld, die dwong tot verbreding van het perspectief en het meenemen van andere belangen. Josan Meijers noemt het programma Ruimte voor de Rivier daarvan het beste voorbeeld. ‘Dat kunnen we achteraf beschouwen als zeer succesvol, maar laten we niet vergeten dat de start niet eenvoudig was. Het vroeg om een nieuwe manier van denken, waar je de hele omgeving in moest meenemen. Dat was niet makkelijk, dat moesten we leren. De aankondiging van de plannen leidde op veel plaatsen tot onrust en verzet. Ik vind overigens dat we daar uiteindelijk – met vallen en opstaan – goed mee zijn omgegaan.’ Ze noemt ter illustratie de Hoogwatergeul Veessen-Wapenveld, de groene geul die mee gaat stromen als het water in de IJssel heel hoog staat, en de rivierverruiming bij Lent en Nijmegen. ‘Daar zijn samen met de andere belanghebbenden, niet in de laatste plaats met agrariërs en andere omwonenden toch geweldige oplossingen bedacht, waar meerdere belangen op een voorbeeldige wijze zijn bediend.’

’We hadden aanvankelijk niet scherp wat het moest opbrengen’

Josan Meijers

Meijers vindt dat het bij de lopende Deltaprogramma’s Rijn en Maas nog niet overal voorspoedig gaat met de gebiedsaanpak. ‘Ik denk dat dit deels komt, omdat we zelf een hele mooie voorkeursstrategie hadden, maar daar geen kader aan gekoppeld hebben. We hadden aanvankelijk niet scherp wat het moest opbrengen: waar doen we het voor, waarom moet het water lager? Dat heeft veel onduidelijkheid opgeleverd. En als je niet weet waar je naartoe werkt, zoals een bepaalde waterstandsdaling, wordt het heel moeilijk om te bepalen wat een optimale oplossing is. De lopende projecten hebben daardoor vertraging opgelopen.’

Weerstand

Integraliteit houdt juist wel in dat je veel langer aan het praten bent, voordat je echt aan de slag kunt met concrete maatregelen, benadrukt Ben de Reu. ‘Je zult eerst moeten weten wat de effecten van bepaalde maatregelen zijn. Ik vind het altijd moeilijk om over oplossingen te spreken, laat staan te beslissen, als je het probleem niet eerst goed in beeld hebt. Dat vraagt dus veel overleg, veel data en feiten verzamelen.’

Vervolgens moet je die data en feiten in alle openheid delen met de omgeving, voegt de Zeeuwse gedeputeerde eraan toe. ‘Wegmoffelen van bepaalde informatie pakt uiteindelijk altijd rampzalig uit. Daarmee creëer je je eigen weerstand. En het is ook niet meer zo dat Rijkswaterstaat even kan bepalen wat waar gebeurt. Dan heb je binnen de kortste tijd je eigen gele hesjes-achtige volksprotest.’

Ben de Reu

’ Er is met iedereen meegedacht om een oplossing te vinden’

De Reu geeft aan dat Rijkswaterstaat in Zeeland die les al jaren geleden ter harte heeft genomen. Hij noemt het voorbeeld van Waterdunen in Zeeuws-Vlaanderen. Bij de aanpak van de zwakke schakels in de kustverdediging, die eerst grote nadelige gevolgen zou hebben voor zowel de natuurontwikkeling als de recreatiesector, is volgens hem een oplossing gevonden die recht doet aan alle belangen. ‘Er was aanvankelijk veel gedoe en gedonder, omdat de boeren moesten wijken en er voor een deel sprake was van ontpoldering. Dat ligt nog altijd erg gevoelig in Zeeland. Nu zien de mensen wat de positieve kanten zijn, bijvoorbeeld voor de werkgelegenheid. Bij de boeren werkte nog een handvol mensen, nu bieden recreatie en toerisme, horeca en andere dienstverlening tientallen banen.’  

Ben de Reu: ‘Geef vanaf het begin aan waar de knelpunten en bestuurlijke dilemma’s zitten. Deel die met de mensen en neem ze inderdaad mee in de keuzes die je maakt’

Trots

Het uiteindelijke succes van Waterdunen is herkenbaar voor de Gelderse gedeputeerde Josan Meijers, die nogmaals verwijst naar Ruimte voor de Rivier en in het bijzonder naar de Hoogwatergeul Veessen-Wapenveld. ‘Woedend waren ze daar, want wij gingen vruchtbare grond opofferen. Nu zijn ze overwegend trots op hoe het eruit is komen te zien. Er is met iedereen meegedacht om een oplossing te vinden die voor hen acceptabel was. De bewoners zijn in staat gesteld om te blijven, of te verhuizen, en dezelfde hoeveelheid goede grond is teruggekomen. Ik ben, met alle betrokkenen, hartstikke trots op het resultaat. Het vraagt wel heel goed samenspel. Als je mensen zodanig kunt meenemen in keuzes en ze zelf stappen kunt laten zetten, kom je verder. Kijk naar de rivierverbreding bij Lent en Nijmegen, waar de mensen ook eerst de hakken in het zand zetten. Ze gingen zelfs in optocht naar Den Haag. Nu hoor ik niemand meer zeggen, dat die verbreding een foute beslissing is geweest. Ze zijn nog trotser op het gebied dan ze al waren.’

Josan Meijers: ‘We moeten het met elkaar doen. We moeten proberen samen op te trekken en oplossingen te zoeken’

’Geef vanaf het begin aan waar de knelpunten en dilemma’s zitten’

Neem de mensen mee in de keuzes die voorliggen, maar wees wel transparant en openhartig, vult Ben de Reu aan. Als onderwijsman zegt hij te weten dat nog een keer uitleggen meestal niet helpt. ‘Dan geef je eigenlijk de boodschap “Jij snapt het niet, je bent dom, dus nog maar een keer…” Dat gaat niet werken, zeker niet bij dit soort gevoelige kwesties. Geef vanaf het begin aan waar de knelpunten en bestuurlijke dilemma’s zitten. Deel die met de mensen en neem ze inderdaad mee in de keuzes die je maakt.’

Hij brengt de ontpoldering van de Hedwige in herinnering, waar volgens hem precies de verkeerde volgorde is gehanteerd: eerst afspraken met de Vlamingen maken, natuurcompensatie afspreken en het dan gaan uitleggen. De Reu: ‘Kom dan in ieder geval op een andere manier met de boodschap, in de trant van “De ontpoldering is nodig vanwege het economisch belang van de haven van Antwerpen en de afspraken in Europa. Daar hebben we mee te leven. Laten we proberen het beste ervan te maken.” Dat heeft toch te maken met leiderschap en bestuurlijk moed.’

Consistentie

Als een kwestie zo groot wordt dat de landelijke politiek zich ermee gaat bemoeien, wordt het er voor provinciale bestuurders zeker niet gemakkelijker op. Ben de Reu verwijst naar landelijke politici, zelfs uit het kabinet, die de mensen kwamen verzekeren dat het niet zou gaan gebeuren en het allemaal goed zou komen. ‘Daarmee kweek je onrust, verzet en onbegrip. Dan vertel je als bestuur en politiek geen consistent verhaal. Wees consistent, maar toon ook moed waar dat nodig is, luister naar de mensen maar praat ze niet klakkeloos naar de mond. Want je moet rekening houden met het moment dat je toch met een minder positieve boodschap terug moet.’

'In het bestuurlijk netwerk is het van belang om elkaar vast te houden’

Daar sluit Josan Meijers zich volmondig bij aan. Ze preciseert: ‘Bestuurlijke moed betekent net zo goed dat overheden elkaar moeten opzoeken, naast elkaar moeten staan en elkaar vast moeten houden, ook al is jouw focus een andere. Dat is veel moeilijker dan dat je alleen gefocust blijft op je eigen opdracht. Dit raakt ook de kern van het Deltaprogramma. We moeten het met elkaar doen. We moeten proberen samen op te trekken en oplossingen te zoeken; samen de weg afleggen naar dat gemeenschappelijke doel. Daar ligt een van de sleutels voor integraal werken.’

Dat geldt trouwens al bij de beleidsvoorbereiding, vindt Meijers. ‘Op projectniveau hebben we daarvoor grote stappen gezet. Het wordt al snel één groep als je mensen uit heel veel verschillende sectoren en organisaties in een projectorganisatie bij elkaar zet met een bepaalde opdracht.’ De Reu heeft die ervaring eveneens: ‘Je moet als bestuurder organiseren dat mensen elkaar meer zien en spreken. Want dat gaat niet altijd vanzelf. Soms ben je regisseur, soms verbinder, soms moet je even schoppen. Het gaat niet altijd met stroop.’

Klimaatverandering

De urgentie om in te spelen op de klimaatverandering  neemt intussen toe.

‘De klimaatverandering manifesteert zich. De ene keer ineens veel water, grote tekorten niet veel later; het gebeurt, en naar verwachting steeds vaker’, constateert gedeputeerde Meijers. ‘We zijn met onze overheidspartners en maatschappelijke organisaties bezig met een landelijk traject voor algemene strategische zoetwatervoorraden. Dat wordt de komende jaren een heel belangrijk thema. Als we geen water hebben, houdt het op!’

’Als we geen water hebben, houdt het op!’

Haar Zeeuwse collega De Reu houdt het beeld vast van de landbouwer, die tot z’n enkels in de modder staat en z’n hele aardappeloogst naar de knoppen ziet gaan, en daarna van de bloemkoolteler, die een bloemkool  omhooghoudt en met z’n vingers tot poeder vermaalt. ‘Er zit amper zes weken tussen’, zegt hij nog steeds met verbazing.

De acute droogte en vooral het feit dat Zeeland zelf geen zoetwatervoorziening heeft, brengt de discussie over verzilting en zout maken van het Volkerak-Zoommeer weer volop terug op de agenda, signaleert De Reu. ‘Met name de ZLTO en de natuurorganisaties zien hun kans schoon om op z’n kop te zetten waar we vijftien jaar over bezig zijn geweest.’ Maar de andere optie – zoetwaterbekken op het land – gaat ten koste van vruchtbare grond, moet hij erkennen. En zoveel ruimte is er in Zeeland niet. ‘Dat wordt dus een enorme discussie’, voorspelt hij.

Hetzelfde geldt voor het verder ophogen van de dijken en versterken van de Deltawerken. ‘Iedereen snapt dat je daarmee niet eindeloos kunt doorgaan. Maar wat betekent het voor de economie, de natuur en de veiligheid als je sommige stukken land teruggeeft aan het water? Dat is een complex vraagstuk, zonder eenvoudige oplossingen.’ De Reu geeft zijn opvolger het advies mee om in ieder geval altijd het bredere perspectief en de langere termijn voor ogen te houden. ‘Dus niet alleen blijven denken in termen van waterhuishouding. De hele klimaatdiscussie gaat in wezen over de afweging van economische belangen, over de toekomst van onze kleinkinderen.’

‘Blijf bezig. Niet alleen praten en studeren, kies die maatregelen waarvan je weet dat ze vroeg of laat nodig zijn, en ga het doen’, is het advies van Josan Meijers aan haar opvolger. ‘Alleen op die manier laat je resultaat zien en houd je de mensen aangehaakt.