Dijkgraaf Rogier van der Sande is sinds 1 januari het nieuwe gezicht van de Unie van Waterschappen. Daarvoor was Van der Sande (1966) gedeputeerde in de Provincie Zuid-Holland en wethouder in Leiden. Een waterbestuurder van buiten dus. Met de provinciale- en waterschapverkiezingen in het vizier, stelde Deltanieuws Van der Sande vijf vragen.

‘Het belang van de waterschapsverkiezingen voor het Deltaprogramma is dat de waterschappen nieuwe besturen krijgen. Dat heeft natuurlijk invloed op de beslissingen die een waterschap neemt.’

Rogier van der Sande: ‘ ‘Naast de bekende en zichtbare opgaven zoals wateroverlast, droogte en bodemdaling zie ik de digitale transformatie als een grote uitdaging.’

’De klimaatverandering is de abstractie voorbij’

1. Wat heeft uw voorganger Hans Oosters u in zijn overdracht specifiek meegegeven betreffende het Deltaprogramma?

‘Dat partners in het Deltaprogramma (Rijk, provincies, waterschappen, gemeenten, red.) geen aansporing nodig zullen hebben om de urgentie voor maatregelen vast te houden. De klimaatverandering is de abstractie voorbij en met het Deltaprogramma proberen we rampen voor te blijven. Om grote schade door wateroverlast en droogte te voorkomen, zullen we dus goed moeten blijven samenwerken en het Deltaprogramma biedt daarvoor de noodzakelijke paraplu.’
 

2. U bent ook nog dijkgraaf van Rijnland. Daar gebeurt veel. Hoe gaat u beide functies combineren en waar liggen uw prioriteiten het eerste half jaar?

‘Ik ben fulltime dijkgraaf van Rijnland en parttime voorzitter van de Unie van Waterschappen. Uiteraard ben ik de komende maanden veel voor de Unie op pad om de relaties en de leden beter te leren kennen en zal ik richting de waterschapsverkiezingen veel doen in mijn rol als landelijke voorzitter. Maar mijn werkzaamheden als dijkgraaf blijven ook gewoon doorgaan. Mijn werkzaamheden bij de Unie van Waterschappen en bij Rijnland liggen op een natuurlijke wijze in elkaars verlengde. De belangen zijn hetzelfde alleen is het perspectief voor Rijnland lokaal en voor de Unie landelijk.'

’Dichtbij bewoners en bedrijven in de eigen regio’

3. Op 18 maart, vlak voor de PS- en WS-verkiezingen, organiseert u uw eerste Waterschapsdag. In de uitnodiging stelt u de vraag wat de burger verwacht van de overheid en wat dit vraagt van een modern waterschapbestuurder. Wat zou u hierop zelf antwoorden?

‘Inwoners mogen van een bestuurder verwachten dat hij problemen en uitdagingen benoemt, én oplossingen aandraagt. Ook als die minder makkelijk en minder populair zijn. Zo hebben wij als waterschappen naast het Rijk, provincies en gemeenten een belangrijke verantwoordelijkheid in het leveren van een bijdrage aan het oplossen en aanpakken van grote maatschappelijke vraagstukken zoals klimaatadaptatie, hoogwaterbescherming, energietransitie en circulaire economie. Bij al deze onderwerpen ligt voor elk waterschap afzonderlijk een grote opgave in de eigen regio. Er wordt juist daar, dicht bij bewoners en bedrijven, van ons een betekenisvolle en zichtbare bijdrage aan die opgaven verwacht.’

’Klimaatverandering is bij uitstek een opgave die je niet alleen aankunt’

4. Waarin zien we de gezamenlijkheid van provincies en waterschappen? Hoe kunnen provincies en waterschappen elkaar helpen als het bijvoorbeeld gaat om de aanpak van droogte?

‘Omgaan met klimaatverandering is bij uitstek een opgave die je niet alleen aankunt. Daarom werken de waterschappen op verschillende terreinen samen met de provincies, gemeenten en het Rijk. Bijvoorbeeld in het Deltaprogramma, maar ook in het Interbestuurlijk Programma zijn afspraken gemaakt over het verduurzamen en klimaatbestendig inrichten van Nederland. Iedere partij heeft daarin zijn eigen verantwoordelijkheid. Bij droogte zijn de waterschappen verantwoordelijk voor het verdelen van het beschikbare water en de zorg dat er voor iedereen voldoende water is. Provincies hebben hierbij vooral de zorg voor de natuur. De afstemming tussen de overheden is goed. Daarnaast proberen wij samen met kennisinstellingen oplossingen te vinden om water voldoende vast te houden.’

5. Welke ander opgave(n) ziet u zelf als grote uitdaging in de komende bestuursperiode? Waar moeten we nu écht mee aan de slag als het gaat om het Deltaprogramma?

‘Naast de bekende en zichtbare opgaven zoals wateroverlast, droogte en bodemdaling zie ik de digitale transformatie als een grote uitdaging. Meegaan met digitale ontwikkelingen is de verantwoordelijkheid van alle overheden en dus ook van de waterschappen. Om alle kansen te grijpen die de informatiesamenleving de waterschappen biedt, zullen de waterschappen moeten leren zich sneller aan te passen aan de voortdurende veranderingen in de digitale wereld.’