Nederland is goed voorbereid op een langere periode van droogte, zoals die zich dit jaar voordeed. De Landelijke Coördinatiecommissie Waterverdeling (LCW) kwam bijeen en verschillende maatregelen lagen klaar. Zo is het peilbesluit voor een flexibel IJsselmeerpeil al toegepast. Ook de Kleinschalige Wateraanvoervoorziening (KWA) werkte goed en heeft zelfs een grotere capaciteit dan gedacht. Minder te voorzien waren de verzilting in het IJsselmeer en het Amsterdam-Rijnkanaal, en het sterk gedaalde bodemwaterpeil op de hoge zandgronden. Niet alle schade kon helaas worden voorkomen.

Zowel in het Bestuurlijk Platform Zoetwater (BPZ) in het kader van het
Deltaprogramma Zoetwater, als in het Overlegorgaan Fysieke Leefomgeving (OFL) (voorheen Overlegorgaan Infrastructuur en Milieu (OIM)) en in de zoetwaterregio’s zelf is teruggeblikt op de recente droogteperiode.

Met zekere voldoening kan worden vastgesteld dat de samenwerking, zoals die de afgelopen jaren tussen Rijkswaterstaat en de waterschappen in het kader van Slim watermanagement is gegroeid, tijdens de periode van watertekort zijn vruchten heeft afgeworpen. Wel werden regionale verschillen zichtbaar in de effecten van het watertekort tussen gebieden met en zonder aanvoer. Met name de gebieden zonder aanvoer hadden problemen. Voor de gebieden met wateraanvoer zijn de problemen relatief beperkt gebleven.

Vanwege langdurige droogte zijn de sluisdeuren gesloten en pompt het gemaal De Aanvoerder zoetwater vanuit het Amsterdam Rijnkanaal de Leidsche Rijn in, richting het westen.

Onverwachte knelpunten

De meeste knelpunten, die zich voordeden, waren verwacht. Toch kwamen er ook knelpunten in beeld die niet altijd (in die mate) verwacht waren. De meest in het oog springende: verzilting van het IJsselmeer en het Amsterdam-Rijnkanaal, aanzienlijk gedaalde grondwaterstanden op de hoge zandgronden en een lastige duiding van enkele categorieën in de verdringingsreeks.

Het zoutgehalte in een deel van het IJsselmeer is nog steeds hoger dan de gewenste waarde die drinkwaterbedrijven hanteren voor de productie van drinkwater (150 mg/l). De overschrijding van de gewenste waarde leidde ertoe dat af en toe de inname van water bij Andijk door drinkwaterbedrijf PWN moest worden gestaakt. Daarnaast was de verzilting van het Amsterdam-Rijnkanaal (ARK) vanuit het Noordzeekanaal veel sterker dan in het verleden. De gevoeligheid van het ARK voor verzilting was zodanig dat extra onttrekkingen voor de Kleinschalige Wateraanvoervoorziening en de Kromme Rijn kritisch werden.

Onverwachte verzilting van het IJsselmeer en het Amsterdam-Rijnkanaal

Een ander punt van aandacht vormden de grondwateronttrekkingen. Tijdens de droogte is er onder andere voor drinkwater meer grondwater onttrokken dan voorzien. De grondwaterstanden op de hoge zandgronden zijn nu zeer laag. Het is de vraag of de aanvulling van het grondwater deze winter voldoende zal zijn voor volgend voorjaar. Deze vraag is geagendeerd op de net ingestelde Beleidstafel droogte [zie kader] en het IPO is de trekker van dit onderzoek.

Evaluatie drie sporen

De droogteperiode wordt via drie sporen geëvalueerd:

  • Deltaprogramma Zoetwater: lessen vertalen naar de maatregelen in het Deltaplan Zoetwater;
  • Beleidstafel Droogte: voorstellen om de leerervaringen van de droogtecrisis waar nodig te vertalen naar beleid. Deze tijdelijke hulpstructuur is nodig, omdat er op dit moment geen gremium is dat de volle breedte dekt van de beleidsvelden die worden geraakt door de droogte;
  • Evaluatie Crisisaanpak watertekort zomer 2018: bezien of verbeteringen nodig zijn in de samenwerking tussen betrokken partijen ten tijde van crisis en/of in het ‘Landelijk Draaiboek Waterverdeling en Droogte’.

Beleidstafel Droogte

Minister Cora van Nieuwenhuizen heeft, onder coördinatie van het ministerie van IenW, een Beleidstafel Droogte ingericht. Hierin zullen alle relevante overheden en stakeholders een rol hebben. Met de Beleidstafel wil de minister een goed beeld krijgen van de effecten op de middellange en lange termijn, inclusief de effecten van genomen maatregelen als extra onttrekkingen uit het grondwater en de verzilting.

De Beleidstafel zal ook aandacht besteden aan verdere verbetering van de inzet van beschikbare maatregelen, voor zover deze niet aan de orde komen in het Deltaplan Zoetwater. De Beleidstafel kan aanbevelingen doen, maar geen beslissingen nemen. De aanbevelingen die voor het Deltaprogramma van belang zijn, worden besproken in het Bestuurlijk Platform Zoetwater en de Stuurgroep Deltaprogramma. De beleidstafel heeft een tijdelijk karakter.

Acht ‘hotspots’

Het watertekort heeft gevolgen voor veel gebruiksfuncties zoals de landbouw, scheepvaart en natuur. De precieze gevolgen zijn pas te bepalen als overal het watertekort is verdwenen, de rivieren weer hun ‘normale’ afvoer hebben en de grondwaterstanden hersteld zijn.

'Aanzienlijk gedaalde grondwaterstanden op de hoge zandgronden'

De verdringingsreeks heeft zich bewezen als een zinvol instrument voor de discussies over de waterverdeling. Wel deden zich meningsverschillen voor bij de duiding van een paar categorieën, zoals het onderscheid tussen kapitaalintensieve en niet kapitaalintensieve teelten en de vraag wat onomkeerbare natuurschade is. Dit is een van de zaken waar de Beleidstafel Droogte zich over zal buigen.

De recente droogteperiode heeft aangetoond dat de zogenaamde acht hotspots in het hoofd- en regionale watersysteem terecht zijn gekozen. Afgelopen zomer deden zich hier de grootste knelpunten voor, waar bovenregionale belangenafweging tussen gebruiksfuncties en/of gebieden nodig is. Met name het belang van grondwater en natuur vragen extra aandacht.

Om een volgende stap te maken in het verkennen van kansrijke maatregelen en het herijken van de zoetwaterstrategie is een aantal cruciale vragen ter sprake gekomen in het Bestuurlijk Platform Zoetwater (BPZ) van half november: hoe benutten we de zoetwatervoorraad uit het IJsselmeergebied, hoe gaan we in de toekomst om met verzilting, hoe verdelen we het water over de Rijntakken bij laagwater, bij wie ligt de verantwoordelijkheid ten aanzien van de benodigde grondwaterverkenningen?

Het BPZ zal deze bovenregionale afwegingen de komende tijd nader bestuderen en bespreken. De BPZ-leden hebben afgesproken dat naast het vergroten van het aanbod ook  het beperken van de watervraag van belang is.

droogte klein
Droogvallende poel langs de IJssel

Evaluaties stroomlijnen

Ook in andere overleggen van verschillende overheden zijn de droogte, het watertekort en de aanpak daarvan geëvalueerd. Zo is tijdens het OFL (voorheen OIM), eind oktober al, onder andere vastgesteld dat vasthouden van water voor de natuur, de landbouw en de drinkwatervoorziening meerdere doelen kan dienen naast het terugdringen van het watertekort.

Lees hier: Informeel overleg Deltaprogramma OIM/OFL

'Watertekort door verschillende overheden geëvalueerd'

Hoewel de droogteperiode nog niet overal is afgelopen, zijn verschillende waterschappen, provincies en Rijkswaterstaat al gestart met hun eigen evaluaties van de maatregelen en effectiviteit daarvan, al dan niet in de Regionale Droogte-Overleggen (RDO’s). Het RDO is een van de gremia in de crisiskolom die in het ‘Landelijk Draaiboek Waterverdeling en Droogte’ is opgenomen. In dit overleg delen waterschappen, regionale onderdelen van RWS en provincies tijdens (dreigende) watertekorten informatie en stemmen maatregelen en bijbehorende communicatie met elkaar af.

Peilschaal waterhoogte aan de Lek, tussen Culemborg en Beusichem

Voorkeursstrategie Zoetwater

De droogte van 2018 biedt niet alleen mogelijkheden om in operationele termen voor een volgende extreme droogteperiode te leren, maar het biedt ook nieuwe inzichten voor de voorkeursstrategie voor zoetwater. De deltacommissaris heeft dan ook het Bestuurlijk Platform Zoetwater (BPZ) gevraagd om de inzichten te consolideren en gezamenlijk lessen te trekken met het oog op de maatregelen in het Deltaplan Zoetwater.

De Stuurgroep Deltaprogramma heeft op 29 november ingestemd met de door het BPZ geadviseerde aanpak voor consolidatie van de lessen van de droogte: de lessen uit de individuele en/of RDO-evaluaties worden in de bestuurlijke overleggen van de zoetwaterregio’s besproken incl. evt. doorvertaling naar de regionale maatregelen die in de nu lopende eerste fase en/of voor de tweede fase. Daar waar regio-overstijgende afwegingen moeten worden gemaakt, vindt het bestuurlijke gesprek inclusief het formuleren van een voorstel voor het Deltaplan Zoetwater plaats in het BPZ.

Tijdens de stuurgroep heeft de deltacommissaris gevraagd om via het BPZ tijdens toekomstige perioden van droogte een meer eenduidige communicatie verder uit te werken.