Het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie roept gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk op om samen de kwetsbaarheden in kaart te brengen voor wateroverlast, hitte, droogte en de gevolgen van overstromingen in hun beheergebied. Rond het IJsselmeergebied wordt die handschoen steeds beter opgepakt. 

De gemeente Zeewolde voerde een ‘stresstest in één dag’ uit. Partners in de kop van Noord-Holland maakten een begin met gezamenlijke werkateliers ‘klimaatadaptatie’. En op Texel experimenteren partijen met concrete klimaatbestendigende maatregelen. Een overzicht. 

Voor Zeewolde is de klimaatstresstest allesbehalve een verplicht nummer. Insteek is niet: ‘We hebben het nou eenmaal afgesproken’, maar: ‘Welke nieuwe inzichten en handelingsperspectieven biedt de stresstest ons?’

Ter voorbereiding zijn eerst met behulp van satellietfoto’s en rekensoftware de kwetsbaarheden  voor hittestress en water op straat in kaart gebracht. Aanvullend zijn gegevens uit de Klimaateffectatlas gebruikt en zijn richtinggevende vragen opgesteld. Wat vertellen de kaarten? Wat zijn kwetsbare locaties? Welke verbinding is er met de grijze en groene infrastructuur? Welke politieke betekenis geven we hieraan? De gemeente Zeewolde en waterschap Zuiderzeeland, samen met vijf andere gemeenten opererend in de werkregio KAF (Klimaatadaptatie Flevoland), de provincie, de GGD en Rijkswaterstaat, zochten antwoord op die vragen.

Met behulp van satellietfoto’s en rekensoftware zijn de kwetsbaarheden voor onder meer hittestress op straat in kaart gebracht.

Praktijkoordeel

In een interactieve ochtendsessie verkenden collega’s van de gemeente en het waterschap vanuit verschillende vakgebieden welke klimaatthema’s relevant zijn voor Zeewolde. Ze spraken door welke type maatregelen denkbaar zijn, en zoomden concreet in op acht prioritaire locaties binnen de gemeente waar veel water op straat wordt verwacht en hittestress optreedt. Daar zijn vragen gesteld als: ‘Is er echt een probleem als er hier water staat?’ en ‘Hoe kan deze situatie worden verbeterd?’ In de middag is de groep op de fiets gestapt om de lokale situatie te bekijken en te komen tot een praktijkoordeel. 

Zoals verwacht spelen er voor Zeewolde geen acute risico’s. De hoofdinfrastructuur ligt relatief hoog waardoor de ontsluiting, ook bij hevige neerslag, niet in het geding komt. Lokaal zijn er wel potentiële knelpunten met wateroverlast. De kaart over het hitte-effect laat een mogelijke extra opwarming zien van het centrum en op een groot industrieterrein. Een satellietfoto van de heetste dag van het jaar bevestigt dit beeld voor het industrieterrein, maar laat voor het centrum een genuanceerder beeld zien. 

Een oplossing voor de locaties met wateroverlast lijkt in veel gevallen binnen handbereik. Door de groene en blauwe dooradering is er vrijwel altijd ruimte in de buurt om overtollig water naartoe te leiden. Dit vraagt om bewustwording bij collega’s van infrastructuur en groenbeheer om waterberging en –afvoer integraal mee te nemen bij de aanleg en het onderhoud. Daarnaast kunnen bewoners bijdragen door meer water vast te houden op eigen perceel. Ook dit vraagt om inzet op bewustwording bij inwoners en bedrijven.

Gemeenteraad aan zet

De stresstest in één dag is bedoeld als een eerste stap. De inzichten kunnen worden benut om gerichte vervolggesprekken te voeren over de (perceptie van) risico’s. Bijvoorbeeld met de winkeliers in het centrum of met de bedrijvenkring van het industrieterrein over hun ervaringen met hitte of wateroverlast. Na de droge zomer staat het onderwerp klimaatverandering in Zeewolde nu hoog op de politieke agenda. De presentatie van de resultaten van de stresstest tijdens de informatieavond voor de gemeenteraad werd dus goed ontvangen. Er is kennis gedeeld en wethouder Ewout Suithoff schetste een vervolg. Het is nu aan de raad om het ambitieniveau en de kaders vast te stellen.  


Andere gemeenten in Flevoland hebben aangegeven ook aan de slag te willen met de stresstest in één dag. 

Kop van Noord-Holland klimaatbestendig

Ook in de Kop van Noord-Holland wordt onderkend dat het klimaat verandert en neemt men maatregelen in het kader van het Deltaprogramma Ruimtelijke adaptatie. Bestuurders van de vier gemeenten - Texel, Den Helder, Hollands Kroon, Schagen -  het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier ( HHNK) en het Drinkwaterbedrijf Noord-Holland PWN hebben bij de vaststelling van het regionaal rioleringsplan de intentie ondertekend om de Kop van Noord Holland klimaatbestendig te maken. Een groot aantal partijen gaat met elkaar onderzoeken of de Noordkop in de toekomst voldoende klimaatbestendig is en zo niet, wat er nodig is om dit te worden. 

nieuw
Het eerste werkatelier, de gebiedsverkenning, heeft als doel met elkaar kennis uit te wisselen, het verhaal van het gebied te delen, samen een globale stresstest uit te voeren en de kwetsbaarheden in kaart te brengen.
foto2
De opbrengst is een eerste overzicht op kaart van kwetsbaarheden en bedreigingen en een eerste prioritering als input voor de risicodialoog tijdens het tweede atelier.

Werkateliers

Om een gebied ruimtelijk klimaatbestendig te maken, is het van belang te weten hoe het gebied is ontstaan, hoe het functioneert en op welke onderdelen en plekken aandacht nodig is om het gebied voor de toekomst klimaatbestendig te maken. Twee werkateliers voor betrokkenen uit de regio moeten zorgen voor draagvlak en bouwstenen opleveren die als input kunnen dienen voor de regionale omgevingsvisie. 

Dit participatieproces, waaraan alle betrokken partijen uit het gebied deelnemen, is gebaseerd op het principe ‘weten, willen en werken’. 

Weten: waar gaat het over, wat is het probleem, wie zijn erbij betrokken, hoe kunnen kennis en inzichten worden gedeeld?

Willen: bestuurlijk draagvlak organiseren onder de betrokken stakeholders en gemeenschappelijk aanpakken;

Werken: uitvoeren van concrete acties, pragmatisch, gezamenlijk, op alle niveaus.

Het eerste werkatelier, de gebiedsverkenning, heeft als doel met elkaar kennis uit te wisselen, het verhaal van het gebied te delen, samen een globale stresstest uit te voeren en de kwetsbaarheden in kaart te brengen. De opbrengst is een eerste overzicht op kaart van kwetsbaarheden en bedreigingen en een eerste prioritering als input voor de risicodialoog tijdens het tweede atelier.

Het tweede werkatelier, de gebiedsvertaling, heeft als doel om met elkaar een risicodialoog aan te gaan, aan te geven waar noodzakelijke acties moeten plaatsvinden en waar mogelijke kansen liggen. Deze route naar ruimtelijke adaptatie biedt vervolgens ook bouwstenen voor de regionale omgevingsvisie.

Texel experimenteert

Op Texel, als onderdeel van de regio, wordt al langer nagedacht over de noodzaak om enerzijds alles te doen om klimaatverandering tegen te gaan en anderzijds maatregelen te nemen om de gevolgen op te kunnen vangen.

Texel is bijzonder omdat de effecten van klimaatverandering hier misschien eerder zichtbaar en merkbaar zijn dan op het vasteland. Bovendien is Texel een beetje ‘Nederland in het klein’: er zijn duinen, dijken, bossen, polders, een beetje reliëf, keileem en zand. En nog een belangrijk verschil met ‘de overkant’, zoals de rest van de wereld heet vanuit Texel: het zoete water komt op Texel alleen maar uit de lucht vallen. Daar moeten natuur en landbouw het mee doen. Alleen drinkwater wordt aangevoerd met een pijp vanuit Den Helder. 

Maatschappelijke organisaties hebben eind jaren tachtig van de vorige eeuw de Stichting Duurzaam Texel opgericht en de gemeente heeft in 2007 al uitgesproken om in 2020 zelfvoorzienend te willen zijn met duurzame energie en water. 

De gemeente, het hoogheemraadschap, de ondernemers, de provincie en natuur- en landbouworganisaties werken in het kader van Texel Water sinds 2000 goed samen aan concrete maatregelen, van ‘slimme stuwen’ tot natuurvriendelijke oevers, van dijkverzwaring (soms op een heel innovatieve wijze) tot het laten meegroeien van de duinen met de zeespiegelrijzing, van meerlaagse veiligheid tot het in beeld brengen van de gevolgen van mogelijke calamiteiten. Ze doen daarnaast onderzoek naar en experimenteren met compleet andere oplossingen, zoals met zilte teelt, met ondergrondse opslag van zoet water en met betere monitoring.

Er is al veel gebeurd, maar er moet nog veel meer gebeuren. Ook op Texel. Zo vragen de transitie naar een circulaire economie, naar een duurzame energievoorziening en naar een regio die de gevolgen van de onvermijdelijke klimaatverandering zo goed mogelijk aan kan, om veel aandacht. 

Zo loopt er het project ‘Zilte aardappelketen in de Waddenregio - meeboeren met zilt’, waarin het Texelse Zilt Proefbedrijf met steun van onder meer de Waddenprovincies en het Waddenfonds proeven doet met aardappelrassen onder zilte omstandigheden. Het proefbedrijf test ook andere gewassen als wortel, aardbeien en sla op zouttolerantie om te kijken welke akkerbouw in de toekomst met de toenemende verzilting mogelijk is.

Met een toegekende subsidie uit het Waddenfonds gaat Texel komend jaar beginnen met de opslag van zoetwater in een ondergrondse bel boven het zoute water, die gebruikt kan worden in droge tijden.

Betrokken partijen

De volgende partijen zijn betrokken bij het uitdenken van de regionale maatregelen voor ruimtelijke adaptatie in de Kop van Noord-Holland en op Texel. De gemeenten, de provincie, het waterschap, bewonersorganisaties, nutsbedrijven, Rijkswaterstaat, de GGD, de Regionale Uitvoeringsdienst NHN, de,Veiligheidsregio NHN, Greenport NHN, Ontwikkelingsbedrijf NHN, de woningcorporaties, de landbouworganisaties, de Kamer van Koophandel, de bouwsector, onderwijs-, natuur- en landschapsorganisaties.