In de watersector werd er al langer rekening mee gehouden, maar half september was het ineens groot nieuws. De zeespiegel zou na 2050 wel eens veel sneller kunnen stijgen dan waar we voorheen rekening mee hielden. Zeespiegelstijging is daarom een belangrijk thema in het Deltaprogramma 2019 (DP2019). Geen maatregel wordt uitgesloten, afhankelijk van hoe de scenario’s zich ontwikkelen. Deltanieuws sprak met Bas Roels, zoetwateradviseur bij het Wereld Natuur Fonds (WWF) en waterschapbestuurder Hans Middendorp (Hoogheemraadschap van Delfland). De eerste vertegenwoordigt de ecologische school, de tweede zoekt de oplossing in de aanpak van het hele watersysteem, in dit geval van de Zeeuws-Hollandse Delta.

In een eerder artikel in Deltanieuws, Nieuwe inzichten rond zeespiegelstijging, benadrukte waterbeheeronderzoeker Marjolijn Haasnoot van Deltares dat een versnelde zeespiegelstijging niet alleen gevolgen heeft voor het Nederlandse kustbeheer, maar ook voor de beschikbaarheid van zoetwater, met name in het westen van het land. Haasnoot: ‘Door de stijgende zeespiegel treedt er meer zoutindringing op, zowel via kwel als via de rivieren, die we moeilijker kunnen lozen op de Noordzee. Dat kan problematisch zijn, want met name in zuidwestelijk Nederland zijn de rivieren belangrijke innamepunten voor zoetwater, die waterschappen gebruiken om in het geval van droogte het waterpeil op orde te houden en de kwaliteit te borgen.’

’Verplaats de innamepunten bij Bernisse en Gouda 20 km landinwaarts’ (Bas Roels)

Bas Roels_2
Bas Roels is ecoloog en zoetwateradviseur bij WWF.
Hans Middendorp is lid van het algemeen bestuur van Hoogheemraadschap van Delfland, vicevoorzitter van de Algemene Waterschapspartij (AWP).

Die innamepunten waar Haasnoot het over heeft, liggen wat betreft ecoloog Bas Roels, zoetwateradviseur WWF, te ver naar het westen waardoor ze een geleidelijke verzilting van het milieu beletten. Wat hem betreft verplaatsen we de innamepunten bij Bernisse en Gouda een heel eind verderop landinwaarts. ‘Dan heb je het hele probleem opgelost, want de Rijn voert voldoende zoetwater aan, ook in een droge zomer.’ Roels ziet een herstel van een natuurlijk estuarium, waar ook de rivieren deel van uit maken, als voornaamste oplossing om Nederland tegen zeespiegelstijging te weren. ‘En als het niet voldoende blijkt, dan kunnen we altijd nog naar extra technische oplossingen grijpen.’

Afsluiting Nieuwe Waterweg

Hans Middendorp, lid van het algemeen bestuur van Hoogheemraadschap van Delfland en vicevoorzitter van de Algemene Waterschapspartij (AWP), kijkt vooral naar het Haringvliet en de Oosterschelde: zeegaten die niet doen wat ze ooit deden, namelijk water afvoeren. ‘Als je de delta robuuster wilt maken, moet je ervoor zorgen dat het Haringvliet en de Oosterschelde weer gaan stromen. Daarmee krijg je weer een normale dynamiek van zandbanken en stopt de zandhonger waarbij de zandplaten steeds verder afkalven. Je herstelt een systeem waardoor onze kust weer op natuurlijke wijze aangroeit.’ Volgens Middendorp is daarvoor niet alleen een veel grotere kier in het Haringvliet nodig (sinds donderdag 15 november is het kierbesluit geëffectueerd, wat betekent dat de Haringvlietsluiten geregeld op een kier worden gezet, red). Tevens moet de Nieuwe Waterweg worden afgeknepen, omdat die nu het overgrote deel van het Rijnwater afvoert. Dat zou de bouw van een groot sluizencomplex betekenen aan de westkant van Rotterdam. Middendorp: ‘Bijkomend argument daarvoor is dat de Maeslantkering een faalkans heeft van 1:100, terwijl de wettelijke norm voor de overstromingskans in het gebied 1:100.000 is. Dat valt niet met elkaar te rijmen.’ 

’Zorg dat het Haringvliet en de Oosterschelde weer gaan stromen’ (Hans Middendorp)

De boodschap van Middendorp is helder: bouw die sluis en zet de kier in het Haringvliet verder open waardoor in de zeegaten weer een krachtige stroming op gang komt. ‘De huidige projecten voor natuurherstel in het Haringvliet zijn natuurlijk fantastisch, maar ik vind dat we groter moeten denken, zodat er op de langere termijn ook echte getijdennatuur kan ontstaan in het Haringvliet.’ 

Hans Middendorp: 'Zet de kier in het Haringvliet verder open waardoor in de zeegaten weer een krachtige stroming op gang komt'.

No regret-maatregel

Bas Roels is niet per definitie tegen de afsluiting van de Nieuwe Waterweg, maar hij staat een oplossing voor die in eerste instantie geënt is op natuurherstel. ‘Door het openstellen van de delta kunnen zich weer nieuwe waddengebieden vormen met slikken en schorren waar het water in en uit kan lopen, sediment kan bezinken en het land meegroeit.’ Stroomopwaarts moet je volgens Roels ruimte scheppen voor natuurlijke wetlands. ‘Die wetlands nemen veel CO2 op en dragen op een natuurlijk wijze bij aan mitigatie.’

Mitigatie blijft de basis, benadrukt Roels. Tegelijkertijd is hij realistisch. Als aan het einde van de eeuw blijkt dat de zeespiegelstijging 3 meter is, dan gaan we het met zijn plan niet redden. Maar zo lang niet duidelijk is welke kant het écht op gaat, is een aanpak gebaseerd op natuurherstel de beste aanpak, vindt hij, mede omdat het volgens hem een no regret-maatregel is. ‘Je maakt het land weerbaarder en bouwt tegelijk aan een natuurlijk landschap waar mensen zich goed voelen. Stapels onderzoeken wijzen op een causaal verband tussen natuur en welbevinden. Dit wordt gek genoeg nooit meegenomen in de besluitvorming.’

Middendorp antwoordt daarop: ‘Het is weliswaar een no regret-maatregel, maar de kier is niet gratis, evenmin als natuurherstel langs het Haringvliet. Je kunt het geld maar één keer uitgeven.’

In natuurgebied De Slufter op Texel stroomt het zeewater met het getij mee in- en uit. In de duinen langs de Noordzee is een inkeping gemaakt waardoor in het gebied een heel eigen en uniek ecosysteem is ontstaan. Goed voorbeeld van een flexibele en duurzame kustzone. Er is natuur met geulen, plassen, brak water en vegetatie. Mensen kunnen, in het grootse en uitgestrekte terrein, wandelen over wandelpaden en bruggetjes.

Robuuste maatregelen

Middendorp beschouwt zeespiegelstijging als een robuust gegeven waar alleen robuuste maatregelen tegen zijn opgewassen. ‘Zeespiegelstijging is een tamelijk onomkeerbaar proces. Zelfs als we morgen het CO2-probleem hebben opgelost, dan gaat het stijgen van de zeespiegel nog honderden jaren door. Het is voor mij een vrij futiel verschil of die meter stijging in 2070 of in 2095 realiteit is. De stijging gaat daarna gewoon verder. Je kunt tot 2050 wachten met de beslissing of het bouwen van die sluis nodig is, maar het komt er toch een keer van. Er ligt nu een kans om een iconisch waterbouwkundig project neer te zetten dat bovendien bijdraagt aan het herstellen van een natuurlijke situatie in de Zuidwestelijke delta doordat het een natuurlijke stroming weer op gang brengt.’

‘Er ligt nu een kans om een iconisch waterbouwkundig project neer te zetten’ (Hans Middendorp)

Voor ingrijpende maatregelen zoals de bouw van een complete dijk in zee is het te vroeg, volgens Middendorp. Maar mocht op een zeker moment blijken dat de zeespiegelstijging richting de 5 meter gaat, dan ontkomen we volgens hem niet aan nóg grotere civieltechnische ingrepen. 

Zoetwaterbelangen

‘Technisch beschouwd, kunnen we een dijk of eiland voor de kust aanleggen’, beaamt Roels. Maar de nadelige ecologische effecten van zo’n ‘monomane’ aanpak zullen ingrijpend zijn. Bovendien vergen dergelijke megaprojecten grote publieke investeringen. ‘Die zijn ook niet gratis’, benadrukt hij.

Welke maatregel we ook nemen, hij heeft consequenties voor de zoetwatervoorziening. En dat leidt al snel tot bezorgdheid. Het kierbesluit is dan ook niet zonder slag of stoot genomen. De grens tussen brak en zoet water mag zich niet verder oostwaarts verplaatsen, richting het innamepunt bij Bernisse. Dat bedreigt de zoetwatervoorziening voor de Zuid-Hollandse eilanden en een deel van Rotterdam. Minister Van Nieuwenhuizen heeft beloofd de brakwater-zoetwatergrens nauwgezet te bewaken en de Haringvlietsluizen dicht te doen mocht deze grens te ver oostwaarts opschuiven. 

Roels ziet het liefst dat de innamepunten bij Bernisse en bij Gouda naar het oosten worden verplaatst. De uitbreiding van de klimaatbestendige wateraanvoer is wat hem betreft een eerste stap. ‘Als natuurorganisaties pleiten we daar al lang voor.’

Ander landgebruik

Voor Middendorp kan de kier in het Haringvliet niet ver genoeg open. Voor zoetwater moeten er nieuwe voorzieningen komen, bijvoorbeeld een buffer in het Volkerak, dat na de afsluiting van de Nieuwe Waterweg is te voeden met zoetwater dat nu linea recta in zee verdwijnt. Die zeesluis heeft vele directe en indirecte voordelen, benadrukt Middendorp. ‘Ik sluit niet uit dat er op een gegeven moment een zeesluis komt’, zegt Roels. ‘Maar vooralsnog is het naar het oosten verplaatsen van innamepunten een veel beter optie, goedkoper en minder ingrijpend. En daarmee blijft de delta zoveel mogelijk open, wat het startpunt is van onze visie, waarin de natuurlijke processen die ons land gevormd hebben weer hersteld worden en daarmee gaan groeien met de zee. Met duinen, kwelders, wadplaten en uiterwaarden. Tegelijk levert dat  een bijdrage aan de kwaliteit van leven, vestigingsklimaat, ruimte voor recreatie én klimaatmitigatie, want natuur houdt veel CO2 vast.’ 

Roels heeft, net als Middendorp, in elk geval geen gebrek aan ambitie. De aanpak die hij voorstaat is zelfs radicaal te noemen, want in grote delen van het land zullen we het huidige grondgebruik dan moeten opgeven. Roels wijst ook op de kansen, bijvoorbeeld voor woningbouw op terpen en deltadijken die in zijn plan zijn voorzien. Sterker: hij denkt dat we een groot deel van de 1 miljoen nieuwe huizen, die volgens het kabinet tot 2030 nodig zijn, hoog en droog te kunnen wegzetten. Dat biedt perspectief.