Dit artikel hoort bij: Deltanieuws #4 2018

Verslag van de vijf parallelsessies

1. Wat als Antarctica smelt?

De zeespiegel stijgt misschien veel sneller dan we dachten. Drie wetenschappers deelden hun nieuwste kennis met zo’n 600 deelnemers in de sessie ‘Zeespiegelstijging, what if… Atlantis’. Over omvangrijke zeespiegelstijging, hoe we daarmee om kunnen gaan en wat ons brein met die kennis doet. Inge Diepman vroeg bestuurders of het tijd is voor plan B. De zaal discussieerde al twitterend mee.

Voorkomen is beter dan genezen

Michiel van den Broeke, hoogleraar Polaire Meteorologie, bracht slecht nieuws. De zeespiegel zou de komende honderd jaar wel eens meer dan 2 meter kunnen stijgen. Wetenschappers houden daar serieus rekening mee. De ijskappen op Antarctica smelten nu al sneller dan voorheen. Als het niet lukt de temperatuurstijging tot 2 graden te beperken, zoals afgesproken in Parijs, verliezen de ijskappen nog meer massa. Van den Broeke pleitte er tijdens de sessie voor om fors in te zetten op het beperken van de CO2-uitstoot: “Voorkomen is in dit geval veel beter dan genezen.”

Nederland Eilandenrijk

Versnelde zeespiegelstijging heeft gevolgen voor het Deltaprogramma. Jaap Kwadijk, wetenschappelijk directeur van Deltares, vatte de uitdaging samen: “Als de zeespiegel meer dan 1 meter stijgt tot 2100, kunnen we niet meer in kleine stappen denken. Dan moeten we kiezen voor een andere kaart van Nederland.” Deltares heeft verschillende opties verkend. Nederland als estuarium bijvoorbeeld, of als eilandenrijk. Kwadijk besloot optimistisch: “De kaart van Nederland is de afgelopen duizenden jaren voortdurend veranderd en er hebben altijd mensen gewoond.”

Maak het concreet

Ook Anjo Travaille, adviseur duurzame gedragsverandering, bracht een ongemakkelijke boodschap. “Deze verhalen moeten we wel kennen, maar mensen komen er niet door in beweging.” Ons brein kan niet omgaan met onzekerheden en lange termijn. Travaille schotelde de aanwezigen een oplossing voor: maak het concreet, dichtbij en logisch. Vertaal abstracte klimaatdoelen voor 2050 in een concreet doel voor burgers: onze wijk is energieneutraal in 2020. Maak de trein comfortabeler dan het vliegtuig, zodat het logisch is om de trein te kiezen.

Plan B

Is het tijd voor Plan B? Peter Heij, directeur-generaal Water en Bodem (IenW), zei hierover: “We moeten burgers stimuleren, belonen en uitdagen. Zij zien kansen die wij als rijksoverheid niet zien.” Hetty Klavers, dijkgraaf Waterschap Zuiderzeeland, benadrukte het belang van de adaptieve aanpak van het Deltaprogramma: iedere zes jaar de aanpak herijken.

Tot slot vroeg Inge Diepman aan de jongeren in de zaal of het klimaatprobleem in goede handen is. Een studente: “Ik heb angst over mijn toekomst. Er zijn veel mensen met klimaatverandering bezig, maar ik zie er in mijn eigen omgeving niet veel van.” Dat komt aan, de zaal gaf haar een warm applaus.

Podcast en integrale opname

Beluister hieronder een podcastverslag (9 minuten) van de parallelsessie over de zeespiegelstijging.

Liever de hele sessie terugluisteren (1,5 uur)? Dat kan middels de speler hieronder.

2. Stresstest ingeburgerd, maar nog niet bij bewoners

‘Stresstest’ blijkt een ingeburgerd woord. Stefan Kuks, watergraaf en voorzitter Stuurgroep Ruimtelijke Adaptatie, is er zelf verrast over. Ruim driekwart van de overheden is bezig. En Kuks spreekt bij zijn introductie tijdens de werksessie ‘Van stresstest naar risicodialoog’ de verwachting uit dat volgend jaar iedereen de stresstest heeft afgerond. Maar stresstesten zijn geen doel op zich. Ze vormen slechts een aanzet tot een dialoog. De vraag is hoe je van stresstest naar risicodialoog komt.

Extra aandacht

De verplichte stresstest is een van de zeven actiepunten uit het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie die op het vorige Deltacongres werden gepresenteerd. Henk van der Smit, secretaris van de stichting Belangenbehartiging Greenport Boskoop en adviseur integraal wateradvies Jemmer Blesma vertelden hoe die dialoog in het greenportgebied rond Boskoop uitpakt. De bedrijven in het gebied worden goed bij de dialoog betrokken. De heren spraken de zorg uit dat bewoners daarin ondersneeuwen. Die verdienen wat extra aandacht, vonden ze.

Gedragspsycholoog

De vraag is hoe je bewoners benadert. Sylvia Schot, projectleider Stadsbeek bij de gemeente Enschede, weet uit ervaring dat het nauw komt. Zo hebben bewoners van de textielstad een andere associatie met water dan bewoners van – pakweg – Giethoorn. Voor een inwoner van Enschede staat water al snel gelijk aan overlast, omdat er tot voor kort geen water was in de stad. Schot schakelde daarom een gedragspsycholoog in die burgers vertelde wat water betekent. “De woorden ‘stresstest’ of ‘risicodialoog’ moet je vooral niet gebruiken bij burgers”, benadrukte Schot. “Dat wekt alleen maar wantrouwen. Zeg liever ‘we gaan problemen oplossen’ en combineer dit met positieve onderwerpen zoals de aanleg van groen.”

Verkeerde woorden?

Dat was een mooi haakje naar een van de stellingen waarmee dagvoorzitter Kim Coppes de dialoog in de zaal voedde, namelijk dat stresstesten en risicodialogen verkeerde woorden zijn en er beter in termen van ‘kansen’ kan worden gesproken. Slechts een minderheid van de deelnemers in de zaal kon zich in deze stelling vinden. Jazeker, er liggen kansen en die moet je benadrukken, maar door alleen te spreken in termen van kansen creëer je ook een sfeer van ongewenste vrijblijvendheid.

Toch is het goed om over nieuw idioom na te denken, als aanvulling op het bestaande, beleidsmatige idioom, dat misschien wel is ingeburgerd in de vakwereld, maar bij burgers toch vaak de oren laat klapperen. Dat zei adviseur design thinking & klimaatadaptatie André Schaminée, die in een slotwoord de sessie mocht samenvatten. “Nederland telt 2,5 miljoen laaggeletterden. Men heeft geen idee waar beleidsmakers het over hebben.” Waterschap Delfland is daarom bezig met het maken van een ‘goede woorden-lijst’.

Echt meedoen

Schaminée gaf aan dat mensen pas in beweging komen als ze zich realiseren dat het om hen gaat, en dat ze écht mee mogen doen. “Een dialoog kan de indruk wekken dat je iets moet uitonderhandelen.” Maar meedoen betekent niet dat je het uit handen moet geven. “Uw expertise is en blijft noodzakelijk”, besloot Schaminée.

3. De rivier is van ons allemaal

Een verkenning Integraal Riviermanagement. Dat is waartoe 200 bezoekers van de sessie ‘Toekomst van het Rivierensysteem’ onder leiding van Frank du Mosch werden uitgenodigd. Met behulp van zeepkistverhalen van betrokkenen ‘uit het veld’, hartenkreten van bestuurders, filmpjes en stellingen met ‘zaalstemming’ via de mobiele telefoon, werd een beeld geschetst van het nieuwe programma. Over de bedoeling van Integraal Riviermanagement bestaat geen twijfel. Over de aanpak en de uitwerking lopen de denkbeelden uiteen.

SAMEN – COMPLEX – TOEKOMST – AFWEGEN  – UITDAGING; dat waren de meest gebruikte woorden van bezoekers voor Integraal Riviermanagement. Een mooie typering van het voornemen van minister Cora van Nieuwenhuizen om in het rivierengebied, samen met betrokken overheden, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties, een programma Integraal Riviermanagement (IRM) op te zetten. De bedoeling van dit programma is om tot betere en meer samenhangende oplossingen te komen voor waterveiligheid, waterkwaliteit, zoetwater, scheepvaart en natuur.

Rivier als systeem

Titus Livius, directeur Waterveiligheid, Klimaatadaptatie en Bestuur en plaatsvervangend directeur-generaal Water en Bodem (IenW) benadrukte de breedte van de opgave. “Integraal Riviermanagement is geen Ruimte voor de Rivier 2.0. Het wordt echt een nieuw programma waarin we nog integraler gaan werken en waar we de rivier als systeem gaan benaderen. Met alle thema’s en belangen die daarbij horen. Zo ook scheepvaart. De effecten van de huidige droogte laten zien hoe hard dat nodig is.”

Levendige en klimaatbestendige rivieren

Marleen Buitendijk van Koninklijke BLN-Schuttevaer bevestigde in haar zeepkistbetoog het belang van goede vaarwegen. “Schepen kunnen met de lage waterstanden van vandaag maar een kwart van hun lading vervoeren en dat kost veel geld. Als sector zijn we daarom heel blij met IRM.” Vergelijkbaar enthousiasme over IRM kwam in het zeepkistbetoog van Michiel van den Bergh, Zoetwateradviseur bij het Wereld Natuur Fonds. “In de lijn met IRM ontwikkelen we levendige en klimaatbestendige rivieren. Met slimme functiecombinaties kunnen we de prachtige riviernatuur terugkrijgen.”

Goede samenwerking

De bestuurlijke hartenkreten lieten zien dat de weg naar een nieuwe programma ook zorgen oproept. Josan Meijers, gedeputeerde van de Provincie Gelderland schetste waar de benodigde goede samenwerking voor haar aan moet voldoen: “Rijk en regio zijn partners!” Meijers verwoorde haar angst voor vertraging van lopende projecten. “Ik voel een vacuüm.” Lambert Verheijen, dijkgraaf Waterschap Aa en Maas, deelde deze angst en betoogde het belang van de omgeving als centraal middelpunt. Nellie Kalfs, hoofdingenieur-directeur Rijkswaterstaat Oost-Nederland bevestigde de complexiteit van de opstartfase: ”We schaken op verschillende borden. Dat moet ook, want de rivier is van ons allemaal. Een mooie rol voor Rijkswaterstaat om gastheer en de verbinder te zijn, zodat de minister uiteindelijk de juiste besluiten kan nemen.”

4. Omgevingsvisie vereist pijnlijke keuzes

“Een nieuwe omgevingsvisie vereist scherpe en pijnlijke keuzes.” Dat stelde Co Verdaas, hoogleraar gebiedsontwikkeling aan de TU Delft, tijdens de sessie ‘Omgevingsvisies, ook Deltaprogramma!’. Daarmee zette hij de toon van het debat. “Puzzelstukjes - waar we net zo lang aan schaven tot alle scherpe kantjes eraf zijn - die doen geen pijn meer, maar hebben vervolgens ook geen betekenis meer.”

Klimaatproof Brabant

In Noord-Brabant is de nieuwe omgevingsvisie toevallig op de dag van het Deltacongres naar de Provinciale Staten gestuurd voor besluitvorming. Klimaatproof Brabant is daarin genoemd als een van de vier hoofdopgaven, zegt Rick van den Berg, programmamanager Omgevingswet. “We willen ruimte creëren voor dynamische opgaven, zoals de klimaatverandering; in een cyclisch proces dat we kunnen aanpassen bij nieuwe inzichten.” Het gevoel van urgentie is er, en ook het besef dat moeilijke keuzes nodig zijn, signaleert hij. Een punt waar het zeker al schuurt, is de keuze voor energie uit de aarde of voor drinkwater. “Dat kan op bepaalde plekken gaan knellen. Voor de langere termijn vinden we het veiligstellen van de drinkwatervoorziening dan belangrijker dan energie.”

Herkenbare visie

“Met de rivieren IJssel, Vecht en Zwarte Water om ons heen is Zwolle een deltastad. We zijn ingesloten door water”, benadrukt de Zwolse wethouder voor water en klimaatadaptatie Ed Anker. Wat daar het gevolg van kan zijn, toont hij met beelden van ondergelopen straten in de stad bij hevige regenval. “Het kan dus niet anders dan dat klimaatverandering centraal staat in onze omgevingsvisie.” In die visie moet iedereen zich herkennen, zo betoogt hij. “Deze moet zo concreet worden dat mensen zich erdoor geïnspireerd en ondersteund voelen. Het fysieke kapitaal van stad en landschap vormt het fundament, maar onze mensen zijn de dragers”.

Kracht in de samenleving

Als voorbeeld van de kracht in de samenleving noemt hij Adriaan Mosterman, die samen met zijn buren de tuin zo heeft ingericht dat regenwater optimaal wordt opgevangen en er energie wordt opgewekt. Anker: “Wat daar gebeurt, laat zien dat je het grote verhaal bouwt op heel veel kleine verhalen. Ongelooflijk hoe hij met zoveel betrokkenen dit heeft kunnen doen, en nog betaalbaar ook.”

Mosterman, hovenier van beroep, onderstreept dat de overheid moet aansluiten bij wat de mensen willen en soms al doen. “Wat moeten we met een programma en een verordening? Ze moeten ons helpen om de problemen op te lossen.” Hij benadrukt wel dat “pijn nodig is om in beweging te komen.”

Politieke moed

De samenleving vraagt van bestuurders om een afweging te maken wat het zwaarst weegt, brengt Co Verdaas in. Hij verwijst naar het voorbeeld van Nijmegen waar voor het verbreden van de Waal een aantal mensen gedwongen moest verhuizen. “Vervelend, maar het is nu wel veiliger voor veel meer mensen. Je hebt als overheid altijd de rol om belangen te wegen, en een besluit te nemen.” Daar knelt het vaak met het vierjarige ritme van de politiek. “De Deltabesluiten zijn afspraken die over langere tijd blijven staan. Dat zou ook moeten gelden voor een ruimtelijke adaptatievisie op lokaal en regionaal niveau. Daar is politieke moed voor nodig.”

Slim ontwerpen

Scherpe keuzes zijn dan zeker nodig, maar altijd op basis van samenwerking, vult wethouder Ed Anker aan. Dat lukt in het Overijsselse best goed, vindt hij. “Het verschilt per regio hoe de cultuur is om meer of minder tijd te nemen om er samen uit te komen of dat je vaker jouw bevoegdheden gebruikt.” Dirk Siert Schoonman, heemraad bij waterschap Vallei en Veluwe, legt de nadruk op de noodzaak van integraal ontwerpen om problemen in de toekomst voor te zijn. “Het is de kunst om meerdere problemen op te lossen door een slim ontwerp. Je kunt de kosten beheersen door juist integraal te denken en te werken.” Bij klimaatadaptatie gaat dat best goed, ervaart ook hij. Want iedereen voelt het belang.

5. Ruimtelijke adaptatie is niet sexy

Het was en bleef droog. En ‘die mooie zomer’ is nog altijd niet voorbij. Nog steeds ondervinden waterbeheerders hinder van de droogte. Dit soort droge zomers met grote watertekorten zullen in de toekomst vaker voorkomen. Hoe voorkomen we dan grote schade en overlast? En hoe zorgen we voor gezamenlijk urgentiebesef in de koude fase? "Ruimtelijke adaptatie is namelijk niet sexy." 

Integrale aanpak

Aan de hand van vier sprekers werd in de sessie ‘Zoetwater en ruimtelijke adaptatie’ gefilosofeerd over dit vraagstuk. Allereerst kwam Liz van Duin van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat aan het woord. Volgens haar bleek deze zomer dat waterkwantiteit en -kwaliteit hand in hand gaan. "Deze zomer werden de meeste zwemverboden ooit ingesteld, vanwege blauwalg en botulisme. Dat is toch jammer in zo'n warme tijd." Om oplossingen te vinden moet de zoetwaterproblematiek volgens haar dan ook integraal worden aangepakt.

Heet, heter, heetst 

Dat ruimtelijke adaptatie veel facetten kent, werd ook duidelijk in de presentatie van Patrick van der Broeck, dijkgraaf van waterschap Limburg. Hij vertelde dat hij deze zomer in de stad Venray 28 graden op de thermometer zag staan, terwijl op een steenworp afstand in zijn dunbevolkte dorpje Oirlo het kwik niet boven de 24 graden uitkwam. Aanpak van hittestress in steden ziet hij dan ook als een belangrijk onderdeel in de ruimtelijke adaptatie.

Dalende bodem, stijgende zeespiegel 

Met waterkwaliteitsproblemen en hittestress ben je er nog niet. In de veenweidegebieden daalt de bodem sneller dan dat de zeespiegel stijgt. Wethouder Hilde Niezen van Gouda liet weten dat dit anders moet. "Als we blijven doen wat we deden, krijgen we wat we al kregen," en daarmee riep ze alle polderaars op niet vast te blijven zitten in vaste patronen, maar samen op zoek te gaan naar oplossingen. Dat dit oplossingen soms uit onverwachte hoek kunnen komen, bewees Daphne van der Wal met haar burgerinitiatief voor een klimaatbestendig Arnhem. Ze verzocht de overheden in de zaal experimenteerruimte voor burgers te creëren.

Gezocht: Wim Kuijkentjes!

De zaal ging aan de hand van stellingen van de sprekers met elkaar in gesprek. De belangrijkste uitkomsten waren dat alle partijen in Zoetwater en Ruimtelijke adaptatie elkaar beter moeten leren kennen en dat er behoefte was aan "Wim Kuijkentjes": regionale ambassadeurs die staan voor het gemeenschappelijke belang.

Inclusief podcast