De signaalgroep van het Deltaprogramma heeft in 2017 aangegeven dat de mogelijke versnelling van de zeespiegelstijging een van de externe ontwikkelingen is die aanleiding zou kunnen zijn om de deltabeslissingen, voorkeursstrategieën en deltaplannen te heroverwegen. Reden voor de deltacommissaris om een landelijke verkenning naar de zeespiegelstijging door kennisinstituut Deltares te laten uitvoeren. In afstemming hiermee zijn ook de mogelijke effecten verkend in de regio Rijnmond-Drechtsteden.

In 2015 is de Voorkeursstrategie Rijnmond-Drechtsteden vastgesteld. Op basis van het voorspelde scenario van een maximale zeespiegelstijging van 85 cm in het jaar 2100 is destijds een strategie opgesteld om met dijkversterkingen, aanpassingen van de stormvloedkeringen en gerichte strategieën voor buitendijkse gebieden hierop voorbereid te zijn. Inmiddels komen er nieuwe signalen: de zeespiegel zou nog wel eens sneller kunnen stijgen dan eerder werd aangenomen.

Vooruitlopend op de eventuele bijstelling van de KNMI- en deltascenario’s in 2021, en in afstemming met de landelijke verkenning, zijn - op initiatief van het Deltaprogramma Rijnmond-Drechtsteden en de gemeente Rotterdam - ook de mogelijke effecten verkend in de regio Rijnmond-Drechtsteden. Via een ‘hackathon*’ is met beleidsadviseurs van diverse partijen, kennisexperts van Deltares en universiteiten in een tijdsbestek van twee dagen inzichtelijk gemaakt wat een snellere zeespiegelstijging zou kunnen betekenen voor de waterveiligheid en zoetwatervoorziening in de regio Rijnmond-Drechtsteden en voor het stedelijk watersysteem van de stad Rotterdam.

Er is gekeken bij welke zeespiegelstijging bepaalde effecten optreden en, als gevolg hiervan, of een wijziging van de strategie mogelijk noodzakelijk is. Ook is bepaald wanneer die ‘knikpunten’ naar verwachting optreden, uitgaande van scenario's van circa 1,0 tot 2,0 meter zeespiegelstijging in 2100.

Stormvloedkeringen

De hackathon heeft belangrijke inzichten opgeleverd. Als eerste valt op dat er tot 2050 weinig verschil zit in de huidige en nieuwe scenario’s met betrekking tot  zeespiegelstijging. Die gaan pas in de tweede helft van deze eeuw uit elkaar lopen. De stormvloedkeringen blijven hoofdschakels in de strategiekeuzes. Ferdinand Diermanse, expert adviseur van Deltares: ‘Vervanging van de Maeslantkering staat in de huidige voorkeursstrategie genoemd tussen 2070 en 2100, afhankelijk van het deltascenario. Bij versnelde zeespiegelstijging kunnen de data voor vervanging naar voren worden gehaald (vanaf 2060). Maar er is mogelijk ook ruimte om meer zeespiegelstijging op te vangen. Gaan we bijvoorbeeld uit van een sluitfrequentie van maximaal drie keer per jaar (meer lijkt vanuit onderhoud en constructie niet mogelijk) dan kan de Maeslantkering ongeveer 1,0 m zeespiegelstijging (ten opzichte van 1995) aan en kan de kering ook bij het scenario van 2,0 meter zeespiegelstijging in 2100 nog tot 2080 mee. Andere optie is het sluitpeil aan te passen, maar hiermee komt wel een lastig dilemma op tafel. Door het sluitpeil te verlagen, sluit de kering vaker, wordt de waterveiligheid groter en hebben buitendijkse gebieden minder overlast. Daar staat tegenover dat de scheepvaart juist meer hinder ervaart en het onderhoud van de Maeslantkering onder druk komt te staan.’

Anderzijds kan het sluitpeil ook omhoog, zodat de sluitfrequentie niet of in beperkte mate toeneemt bij een stijgende zeespiegel. Maar dat betekent dan weer dat de dijken achter de kering verhoogd moeten worden. Steeds belangrijker wordt het om, bij toekomstige vervanging van de Maeslantkering, naast het alternatief van een nieuwe afsluitbaar open kering ook te kijken naar varianten, zoals het alternatief van een gesloten zeezijde met sluizen. Deze overweging is nu al in de voorkeursstrategie opgenomen.

Diermanse vervolgt: ‘Daarnaast heeft meer extreme zeespiegelstijging tot gevolg dat het zee-gedomineerde gebied van de Rijn-Maasmonding in landwaartse richting uitbreidt, waardoor het waterstands-verlagende effect van Ruimte voor de Rivier-maatregelen op sommige locaties zal afnemen. Wat betreft de zoetwaterbeschikbaarheid is de verwachting dat bij een zeespiegelstijging van 1,0 meter de Klimaatbestendige Water Aanvoer (KWA) steeds vaker nodig zal zijn. En vanaf 2,0 meter zeespiegelstijging voldoen de reguliere inlaatpunten langs de Hollandse IJssel niet meer en is een permanent alternatief nodig voor de zoetwatervoorziening van West-Nederland.’

Ruimtelijke adaptatie

De Voorkeursstrategie Rijnmond-Drechtsteden is met name gericht op waterveiligheid, maar de actuele aandacht van het Deltaprogramma verbreedt zich naar het stedelijk watersysteem en ruimtelijke adaptatie. ‘Vanuit de gemeente Rotterdam waren wij dan ook erg benieuwd naar de effecten van extreme zeespiegelstijging op het stedelijk watersysteem en de ruimtelijke inrichting’, aldus Arnoud Molenaar, Chief Resilience Officer bij de gemeente Rotterdam. ‘Want nu al kent de stad permanent grondwaterproblemen, problemen met houten heipalen en niet gefundeerde oude panden. Vanuit de hackathon is geconcludeerd dat een stijgende zeespiegel leidt tot een toename van de zoutlast en stijgende grondwaterspiegels. In Rotterdam zal de doorspoel- en afvoercapaciteit (drainage, riolering) vergroot moeten worden om de problemen te mitigeren of te voorkomen. Gelukkig zetten we al jaren in op de verbetering van de waterkwaliteit en vergroting van de buffercapaciteit voor grond- en neerslagwater. Dus dat pad moeten wij zeker blijven bewandelen.’

De hackaton wees verder uit dat de bestaande lokale problemen met het opbarsten van waterbodems in de stad slechts beperkt zullen verergeren. Ook effecten op de diepe infrastructuur, zoals metrotunnels zijn naar verwachting beperkt. Zelfs bij een toename van 2,0 meter zeespiegelstijging vallen de effecten nog binnen de bestaande veiligheidsmarges van de objecten. De grote vraag is hoe het stedelijk systeem het houdt bij nog verdergaande zeespiegelstijging. Wat betekent dat voor de ruimtelijke inrichting en bijbehorende locatiekeuzes?

Ina Konterman, programmamanager van het Deltaprogramma Rijnmond-Drechtsteden, concludeert op basis van de hackathon dat de voorkeursstrategie voorlopig adaptief genoeg lijkt. ‘In de komende herijking van de voorkeursstrategie gaan we hier meer specifiek naar kijken. Het is goed om te weten dat de scenario’s pas na 2050 uit elkaar gaan lopen en dat de vervangingsdatum van de Maeslantkering - ook bij extremere zeespiegelstijging - niet heel veel naar voren hoeft te gaan. Nadenken hoe je de kering vervangt wordt wel steeds belangrijker, want de zeespiegelstijging stopt niet na 2100.’

*)Een hackathon is een bijeenkomst van software- en website-ontwikkelaars, designers en business-strategisten om gezamenlijk aan een thema te werken. Het doel is om in een kort tijdsbestek (meestal in 24 uur tijd) een innovatieve en creatieve oplossing te bedenken omtrent een bepaald thema of om een probleem van een bedrijf op te lossen.