Het was lang en extreem droog in de zomer van 2018; wat goed liet zien voor welke uitdagingen de toekomst ons zou kunnen stellen. Waterbeheerders hebben er alles aan gedaan om de schade te beperken, en zullen dit blijven doen. Maar negatieve gevolgen zijn in deze extreme situatie nauwelijks te voorkomen.

De landelijke coördinatiecommissie waterverdeling (LCW) zorgt - waar nodig - voor afspraken over hoe het beschikbare water in Nederland te verdelen. Deze verdeling gebeurt op basis van een wettelijk vastgelegde volgorde: de verdringingsreeks. Concreet betekent dit dat tekorten die zouden leiden tot maatschappelijke ontwrichting – in termen van veiligheid, drinkwater en onomkeerbare natuurschade - zo lang mogelijk worden uitgesteld. Omdat droogte zorgt voor negatieve effecten op natuur en economie, vooral landbouw en scheepvaart, is het zaak ook hier de schade zoveel mogelijk te beperken.

Acute maatregelen

Zowel in het hoofdwatersysteem (van grote wateren, zoals de Rijn en het IJsselmeer) als in het regionale watersysteem zijn deze zomer daarom droogtemaatregelen genomen. Om verstandig te kunnen omgaan met onze grootste zoetwatervoorraad in het IJsselmeer werd het waterpeil tijdens de afgelopen droogte 'dieper of verder uitgezakt': het waterpeil werd verlaagd. Hierdoor kwam extra water beschikbaar. Het nieuwe flexibele peil in het IJsselmeer werd en wordt intensief gemonitord. Om de dreiging van verzilting in West-Nederland het hoofd te bieden, zijn de kleine wateraanvoervoorzieningen (KWA) op 24 juli aangezet. Hiermee wordt zoetwater meer bovenstrooms uit de Lek en het Amsterdam-Rijnkanaal gehaald. Bij verschillende sluizen - waaronder de Irenesluis (Wijk bij Duurstede), de zeesluis IJmuiden, de Krammersluis, de Goereesluis en de Lorentzsluizen - is een aangepast schutregime ingesteld; ook hier om verzilting terug te dringen. Al had dit wel tot gevolg dat de scheepvaart zich geconfronteerd zag met langere wachttijden. Verder zijn er regionale sproeiverboden ingesteld, vooral op de Hoge Zandgronden, waar geen of nauwelijks wateraanvoer mogelijk is.

Deltaprogramma Zoetwater

Ging het deze warme zomer vooral om crisismanagement en slim watermanagement, om Nederland echt goed voor te bereiden op meer en lange perioden van droogte is ook structurele aandacht nodig. In het Deltaprogramma Zoetwater werken overheden én gebruikers samen aan die voorbereiding. Zo wordt hard gewerkt aan het in kaart brengen van de waterbeschikbaarheid, met het doel inzicht te krijgen in risicogebieden met zoetwatertekorten, zowel in normale als in droge omstandigheden. In regionale afspraken leggen overheden en gebruikers vast wat de verantwoordelijkheden en inspanningen bij de overheid liggen en wat de verantwoordelijkheden en restrisico’s zijn voor de gebruiker. Gebruikers kunnen zich hierop voorbereiden, bijvoorbeeld door innovaties in te voeren. Te denken valt aan zuiniger omgaan met water, het beter vasthouden van water in natte tijden, (voor later gebruik in droge tijden), en het slimmer regelen en verdelen van de wateraanvoer. Het gaat hierbij niet alleen om kleine ingrepen, zoals het aanleggen van een duiker. Ook wordt bekeken hoe we  in Nederland op lange termijn de ruimtelijke indeling kunnen afstemmen op het watergebruik. Moeten we bijvoorbeeld in een kustgebied waar verzilting optreedt wel bloembollen willen verbouwen? Of kunnen we dit beter elders doen?

Uitvoeringsprogramma

Onder regie van het Deltaprogramma Zoetwater wordt sinds 2015 ook al volop gewerkt aan uitvoeringsmaatregelen overal in Nederland. Via het Deltaplan Zoetwater (2015-2021) investeren Rijk en regio circa 400 miljoen euro in verbeteringen. Ruim 150 miljoen euro komt uit het Deltafonds en is bijvoorbeeld bestemd voor het verbeteren van de aanvoer naar West-Nederland via aanpassing van de klimaatbestendige wateraanvoer (KWA).

Deltaplan Zoetwater

Het Deltaplan Zoetwater voorziet in een stapsgewijze uitbreiding van de KWA. In eerste instantie gaat het om een uitbreiding van circa 7 naar circa 15 kubieke meter per seconde. Daarnaast gaat het om het vergroten van de zoetwatervoorraad in het IJsselmeer via het nieuwe peilbesluit van 14 juni 2018. Ook gaat het om het vergroten van de buffercapaciteit op de Hoge Zandgronden, vaak kleinschalig op veel verschillende plekken.

Partners in het Deltaprogramma Zoetwater onderzoeken momenteel welke maatregelen er genomen kunnen worden in de tweede fase (2022 t/m 2027). Dit gebeurt mede op basis van knelpuntanalyses en op basis van de resultaten van de eerste fase, inclusief uitgevoerde pilots en onderzoeken. En natuurlijk ook op basis van lessen uit de opmerkelijke periode van droogte in de zomer van 2018, die ons in de praktijk liet zien waar de knelpunten zitten en welke maatregelen zouden kunnen helpen.

Droogte in Deltafonds

Droogteperioden zoals we onlangs meemaakten, zullen in de toekomst vaker voorkomen. Het is dus noodzakelijk om te blijven investeren om Nederland voor te bereiden op extreem weer. Voor het vervolg op het eerste maatregelenpakket in het Deltaplan Zoetwater (2022 tot en met 2027) heeft het Rijk 150 miljoen euro in het Deltafonds gereserveerd.