Een mogelijk versnelde zeespiegelstijging vanaf 2050 is een belangrijk thema in het nieuwe Deltaprogramma 2019. Hiermee rekening houdend, kan het nodig zijn de duinvorming verder landinwaarts te bevorderen. Uit onderzoek van de Universiteit Utrecht blijkt dat je het daarvoor benodigde zandtransport kunt sturen, door het graven van sleuven of kerven in de zeereep kunt sturen. Volgens Kust-programmamanager Chris Lansink sluit dit perfect aan bij adaptief deltamanagement: ‘zacht waar het kan, hard waar het moet’, het leidende principe achter het Deltaprogramma Kust.

‘Adaptief deltamanagement benut onder andere natuurlijke processen om de kust te beschermen. Natuurlijke processen bieden immers meer mogelijkheden voor ‘flexibel aanpassen’ dan constructies van staal of beton. Dat is precies wat we doen met zandsuppleties voor de kust. Je legt het zand neer voor de kust – soms relatief ver voor de kust – en laat natuurlijke processen verder hun werk doen. ’Met zicht op een mogelijk versnelde zeespiegelstijging vanaf 2050 kan het echter nodig zijn om de duinvorming verder landinwaarts te bevorderen. Dit is mogelijk zolang er voldoende geschikt zand beschikbaar is om te suppleren, en het op de juiste manier langs de kust aangebracht kan worden.

‘De laatste 20 jaar zien we op veel plaatsen dat de duinen inderdaad aangroeien. En dat is ook precies wat we nodig hebben om de waterkering voldoende sterk te laten zijn als de zeespiegel stijgt’, zegt Joost Veer, adviseur waterkeringen bij het Hoogheemraadschap van Rijnland. ‘Tot nu toe waait er dankzij de zandsuppleties aan de strandkant voldoende zand tegen het duin aan om de zeespiegelstijging te compenseren. En ook de ondiepe zeebodem kunnen we zo voldoende mee laten groeien. Tot zover dus een succesverhaal.’

Barrièrewerking

‘Maar als waterkeringbeheerder wil je soms liever dat het zand verder het duingebied inwaait en juist daar zwakkere plekken versterkt, en dat is lastig. Doordat de zeereep [de eerste duinenrij aan het strand, red.] juist als barrière werkt, lukt dat nu vaak niet op natuurlijke wijze.’ Met een beetje hulp van de waterkering- en natuurbeheerders lukt dat nu op een aantal plaatsen wel, benadrukt Veer. Daarbij is de barrièrewerking van de zeereep deels geslecht door het graven van kerven of sleuven. Veer: ‘Deze vormen als het ware een doorgeefluik naar het achterliggende duin. Bij grote ingrepen zoals de Noordwest Natuurkern in Nationaal Park Zuid-Kennemerland is recent door de Universiteit Utrecht aangetoond dat dit principe werkt; veel zand komt nu verder het duin in, maar daarmee ben je er nog niet.’

Natuurlijke processen

Lansink benadrukt het belang van vervolgonderzoek naar deze vorm van dynamisch kustbeheer. ’In het begin van de jaren negentig kwamen we erachter dat de Nederlandse kust aan het afkalven was. Daarom zijn we destijds al begonnen met zand suppleren, waarbij we, zonder dat we dat eigenlijk goed wisten, al gebruik maakten van de natuurlijke processen. Sindsdien zijn we veel te weten gekomen, vooral over de natuurlijke zandstromingsprocessen in het water voor de kust en op het strand. Maar van de dynamiek rond de verplaatsing van dit zand naar de duinen weten we nog relatief weinig. Nieuwe kennis omtrent deze processen kan zeer waardevol zijn.’

‘Natuurlijke processen hebben we niet in de hand, maar we kunnen wel een beetje sturen door zand gericht in het kustsysteem te pompen en kerven te maken’, benadrukt Veer. ‘De successen die we nu boeken zijn met de huidige suppletiehoeveelheden en wijze van suppleren.’

De grote vraag is volgens Veer of je met veranderend windklimaat en snellere zeespiegelstijging op termijn nog wel voldoende zand richting de duinen kan krijgen. ‘Het is niet moeilijk om je voor te stellen dat als je op meer plaatsen langs de kust vaker (of meer) zand moet aanbrengen, het een flinke puzzel wordt om iedereen te kunnen bedienen. Het wordt daarmee onzekerder of je het duin op dezelfde wijze als nu kunt laten meegroeien.’

Zichttermijn

Een acuut gevaar is er in veel duingebieden niet. Als het noodzakelijke onderhoud door middel van zandsuppleties blijft voortbestaan, is het kustsysteem voor de komende decennia voldoende waterveilig. De waterkeringbeheerders werken, wat betreft de ruimtelijke reserveringen, nu al met een zichttermijn van 200 jaar als het gaat om zeespiegelstijging. Als al die stijging dan al (veel) eerder of sneller optreedt, bijvoorbeeld al deze eeuw, is er dus nog wat marge. ‘Maar je wilt niet al je robuustheid gelijk weggeven als je er nog op kunt anticiperen. En ook al is het natuurlijke duin tussen bijvoorbeeld Hoek van Holland en Den Helder lokaal breder dan je strikt voor de waterkering nodig hebt, je wilt natuurlijk wel de drinkwaterproductie en de natuurwaarden die erin liggen beschermen.’

‘Kortom, er ligt nog een grote uitdaging om de komende jaren in de onderzoeksprogramma’s zoals Kustgenese 2.0 de knoppen waaraan we wel kunnen draaien goed te benoemen. En met samenhangende suppletiestrategieën te komen om zowel de zeebodem als het duin voldoende te laten meegroeien. Vooralsnog is het devies om nu alvast te beginnen met verstuiven en de kennis die we nog opdoen dan maar gaandeweg in de projecten te benutten. Al het zand wat tot die tijd aan komt waaien is dan in ieder geval pure winst.’