Het KNMI heeft inmiddels de balans opgemaakt en trekt een duidelijke conclusie: de zomer van 2018 was de warmste in ruim drie eeuwen. De hoge temperaturen – van soms meer dan 35 graden – veroorzaakten samen met de wind en onvoldoende toevoer uit de Rijn en de Maas een grote verdamping én watervraag. Op 2 augustus officieel resulterend in een landelijk watertekort dat ernstiger was dan de meest droge zomer tot nu toe, in 1976. Voorspellingen van het KNMI, dat zulke droogteperioden vaker ziet aankomen, vragen om voortvarende uitwerking en realisering van de maatregelen in het Deltaplan Zoetwater.

Afgelopen zomer hebben waterbeheerders al acute maatregelen getroffen om de droogte het hoofd te bieden, hierbij gebruikmakend van maatregelen die onder de vlag van het Deltaprogramma Zoetwater zijn ontwikkeld en de samenwerking die is ontstaan. Betrokken overheden en organisaties zullen de komende tijd ook gebruiken om de opmerkelijke periode van droogte te evalueren. De opgedane inzichten uit de evaluaties zullen in het Bestuurlijk Platform Zoetwater (BPZ) worden geconsolideerd.

Voorstellen DP2020

Deltacommissaris Wim Kuijken heef het BPZ gevraagd hem te adviseren over hoe de lessen van de droogte vertaald kunnen worden naar voorstellen voor het Deltaprogramma 2020 en verder. De resultaten zullen ook worden benut bij de zes-jaarlijkse herijking van het Deltaprogramma, die onlangs is gestart. Het is van belang hierbij een relatie te leggen met het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie en met de risicodialogen, die ruimtelijke maatregelen in beeld zullen brengen en die schade ten gevolge van droogte kunnen beperken.

Reservering Deltafonds

De verwachting dat meer en lange perioden van droogte in de toekomst vaker kunnen voorkomen, benadrukken de noodzaak om voortvarend verder te werken aan het realiseren van de maatregelen van het Deltaplan Zoetwater. Voor het vervolg op het maatregelenpakket zoetwater fase 1 wordt voor de volgende fase (2022 t/m 2027) 150 miljoen euro binnen het Deltafonds gereserveerd. Dit vervolg dient ter uitvoering van verdere maatregelen tegen schade ten gevolge van droogte en verzilting.