Voorheen konden bewoners vaak pas inspreken op plannen die al bijna af zijn. Waterschap Drents-Overijsselse Delta draait het proces om. Bij de versterking van de IJsseldijk tussen Olst en Zwolle zijn maatschappelijke organisaties, mede-overheden en direct betrokken eigenaren en bewoners vanaf het vroegste planstadium aan zet. Een bijzondere rol is weggelegd voor de dijkdenkers. Deltanieuws sprak met Margreet Krol, omgevingsmanager bij het waterschap, en dijkdenker Marcel Ellenbroek.

Het participatietraject moet uiteindelijk uitmonden in een uitgewerkt plan per alternatief. Eind 2019 beslist het waterschapsbestuur welk alternatief voor dijkversterking de voorkeur heeft. Tussen 2020 en 2022 vindt de planuitwerking plaats. Dan werkt het waterschap het voorkeursalternatief samen met alle betrokken partijen verder uit. Ook worden in deze periode bijbehorende vergunningen aangevraagd en worden alle plannen ter inzage gelegd.

Maar bedrijven, bewoners en andere overheden zijn al voordat de eerste streep op papier komt, betrokken bij het project. In februari 2018 heeft het Dagelijks Bestuur van het waterschap besloten welke mogelijkheden voor dijkversterking per dijktraject in de verkenningsfase worden onderzocht. Dit is beschreven in een onderzoeksplan; de notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD). Samen met andere overheden en bewoners kijkt het waterschap ook of er kansen liggen om de dijk en omgeving nog mooier en aantrekkelijker te maken.

Kennis ophalen

Omgevingsmanager Margreet Krol van het waterschap is verantwoordelijk voor het participatie- en communicatieproces. De functie van omgevingsmanager betekent niet dat je de omgeving managet, verheldert ze. ‘Ik ben verantwoordelijk voor het managen van activiteiten in de omgeving, ter bevordering van het participatie- en communicatieproces. Het doel is om kennis uit de omgeving op te halen die van pas komt bij de totstandkoming van de voorkeursalternatieven. Ook geeft het participatieproces inzicht in de verschillende belangen zodat deze meegenomen kunnen worden bij de besluitvorming over het Voorkeursalternatief. Dat doe ik niet alleen, er is een heel team met verschillende disciplines actief.

Nieuwe veiligheidseisen

Sinds 1 januari 2017 gelden er nieuwe veiligheidseisen voor veel dijken in Nederland. Ook voor de IJsseldijk. Met deze nieuwe eisen moeten Salland en Zwolle een betere bescherming tegen overstromingen krijgen. Bij een eventuele doorbraak stroomt een groot gebied onder. Het water van Olst tot Zwolle staat dan 1 tot 3 meter hoog en een groot deel van Salland krijgt te maken met grote wateroverlast.

‘Kenmerk van de IJsseldijk is dat de dijk vrij zandig is’, weet Krol. ‘Dat betekent een vergroot risico op piping. Dat herkennen bewoners ook. Met het hoogwater in januari zagen we op veel plekken aan de binnenkant van de dijk water tegen de dijk aan staan. In sommige gevallen ook met zand. Dat is een signaal dat de dijk aangepakt moet worden.’

Dijkdenkers op de dijk bij Olst

Dijkdenkers

Het participatietraject bestaat uit een institutioneel spoor met een klankbordgroep met maatschappelijke organisaties en een groep medeoverheden, die reageren op plannen en deelnemen aan ontwerpateliers. Daarnaast is een groep van inmiddels bijna 100 ‘dijkdenkers’ betrokken. Een van die dijkdenkers is Marcel Ellenbroek, die met zijn vrouw Anke in een huis in de teen van de dijk woont, in Zwolle. Samen met zijn echtgenote is hij op een informatiebijeenkomst gevraagd dijkdenker te worden. Ellenbroek is zich ervan bewust dat hij uiteindelijk geen beslissing neemt over het voorkeursalternatief dat wordt gekozen en dat de dijkversterking mogelijke consequenties heeft voor het uitzicht vanaf de bovenverdieping van zijn huis. ‘Nu nog kijken we uit over de IJssel. Ik kan wel eisen dat daar een mooie glasplaat in moet komen, maar dat heeft niet veel zin. Wij zijn geen dijkdenkers die enkel voor ons eigen belang opkomen. We vinden het ook leuk om de kennis, die wij van de omgeving hebben, te delen.’

Waterputten

De dijkdenkers participeren in een belevingswaardeonderzoek. Onlangs hebben zij in verschillende groepen met een cultuurhistoricus over de dijk gefietst en de dijkdenkers hebben zelf hun verhaal kunnen inbrengen. Zo wees Anke Ellenbroek op de aanwezigheid van oude waterputten van drinkwaterbedrijf Vitens. Zij suggereerde om deze in te zetten voor het bergen van zoetwater dat in tijden van droogte kan worden opgepompt.

Deze en andere suggesties van de dijkdenkers worden zorgvuldig geregistreerd in een databank en dat levert volgens Krol nieuwe inzichten op. ‘We hebben beter in kaart kunnen brengen waar langs de dijk precies de plekken zitten met waardevolle flora. Eén dijkdenker gaf ons oude tekeningen van de IJssellinie: een oud defensiewerk uit de jaren ’60 dat het mogelijk moest maken een deel van Salland onder te laten lopen, mochten de Russen invallen. De gebiedskennis die de dijkdenkers inbrengen helpt ook bij het maken van de milieueffectrapportage (MER). Kortom: dijkdenkers zijn ontzettend waardevol.’

Het projectteam voor de versterking van de IJsseldijk is nu bezig met het onderzoeken van oplossingsrichtingen, waarbij gebruik wordt gemaakt van de input van de dijkdenkers en de opbrengst van de ontwerpateliers, waar enkele dijkdenkers ook in participeerden. In 2019 moet dat uitmonden in een voorstel voor een voorkeursalternatief waarna een consultatieperiode volgt. Eind 2019 wil het waterschapsbestuur een hoofdrichting kiezen. Na drie jaar uitwerkingstijd moet de eerste schop in 2023 de grond in.