Rivierklimaatpark IJsselpoort

In Rivierklimaatpark IJsselpoort werken negen landelijke, regionale en lokale overheden en Natuurmonumenten via een integrale gebiedsaanpak aan vier ruimtelijke opgaven in de uiterwaarden van de IJssel, tussen Arnhem en Giesbeek. Samen met bewoners, ondernemers, agrariërs en recreanten uit de uiterwaarden verkennen ze hoe ze het gebied zo kunnen inrichten dat wensen van alle belanghebbenden zoveel mogelijk worden behartigd: een balans tussen waterveiligheid en ontwikkeling van economie, natuur en recreatie. De druk op de beschikbaar ruimte is groot, onder de rook van Arnhem. Dat maakt het project uniek.

‘Er liggen veel kansen voor het plangebied’, vertelt omgevingsmanager Gerrit Dijkstra van provincie Gelderland enthousiast. Naast het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, Waterschap Rijn en IJssel, Rijkswaterstaat Oost-Nederland en Natuurmonumenten participeren de gemeenten Arnhem, Duiven, Rheden, Westervoort en Zevenaar in het project.
Aan regionale partijen, agrariërs, waterschappen, ondernemers en bewonersgroepen is gevraagd hoe zij het gebied zouden inrichten. Daartoe organiseerde het projectteam vorig jaar vijf werkateliers op vijf verschillende locaties, overdag voor specifieke groepen en ’s avonds met open inloop. ‘Daar is veel gebruik van gemaakt’, vertelt Dijkstra. ‘De belangen lagen soms ver uiteen. Maar er is een goede dialoog op gang gekomen. De sessies leverden in totaal tweehonderd beelden op die het projectteam heeft verwerkt tot vier concrete schetsen die vier oplossingsrichtingen vertegenwoordigen die als basis dienen voor het vervolgtraject.’

Een gedeeld beeld: de meeste belanghebbenden willen dat het gebied toegankelijker wordt en de belevingswaarde wordt vergroot. Dijkstra: ‘Vanuit de aangrenzende vijf gemeenten is die toegang nu erg beperkt. De uiterwaarden hebben veel potentieel om een voor de directe omgeving aantrekkelijk park te worden met recreatiemogelijkheden voor onder andere wandelaars, fietsers en watersporters. Door deze belangengroeperingen worden steeds meer claims gelegd op het gebied. En dan zijn er ook nog bestaande ruimteclaims van de landbouw, de scheepvaart en de industrie, naast de waterveiligheidsopgave.’

Vijf werkateliers leverden in totaal tweehonderd beelden op die het projectteam heeft verwerkt tot vier concrete schetsen die vier oplossingsrichtingen illustreren.

Haasje over

Dijkstra: ‘Het participatieproces is een zichzelf steeds herhalend proces. We maken een plan en leggen dat steeds terug in het gebied. Dan leg je die reacties weer voor aan de bestuurders en zo gaat het een paar keer heen en weer, een soort haasje-over.
'Een transparant en gelijkwaardig debat over zowel kansen als risico’s en issues met onze partners én de gebruikers van het gebied is natuurlijk essentieel voor een gedragen gezamenlijke toekomstvisie’, vindt Dijkstra. Zo zijn in oplossingsrichting twee nogal wat ambities opgenomen op het gebied van duurzame energiewinning: een wens die vooral vanuit de partners was geuit. Bewoners van het gebied rond het Rhederlaag hebben gereageerd dat ze niet tegen duurzame energieopwekking zijn, maar dat de plaatsing van windmolens en zonneparken te veel wordt voor het gebied waar de ruimtedruk al hoog is. ‘Dat zijn duidelijke kanttekeningen die we aan de stuurgroep voorleggen.’

Dijkstra vervolgt: ‘Een vraag die we veel uit het gebied kregen is of ze nu een keuze moeten maken tussen een van de vier oplossingsrichtingen. Als je dan uitlegt dat het uiteindelijk een mix wordt, snappen mensen dat.’

Veel burgers willen meer gebruikmaken van het gebied via nieuwe wandelroutes. Maar op verschillende plekken spelen problemen met de verkeersveiligheid, bijvoorbeeld op dijkjes.

Cruciale keuzes

Dijkstra: ‘Om een transparant en gelijkwaardig proces te garanderen wordt de stuurgroep geadviseerd door onafhankelijke deskundigen. Er is een Klankbordgroep, met leden uit het gebied op diverse aandachtgebieden, die adviseert of de omgeving voldoende betrokken is geweest. Er is een Kwaliteitsteam dat adviseert over de inhoudelijke kwaliteit van processen en producten.’ De Commissie m.e.r. adviseert onder andere bij het wegen van belangen. Dijkstra: ‘ ‘De Commissie m.e.r. heeft ons gevraagd uit de oplossingsrichtingen een aantal cruciale hoofdkeuzes te halen waar we de komende periode voor staan. Het adviesbureau berekent die hoofdkeuzes vervolgens door op wat het gaat betekenen voor de scheepvaart, natuur, landbouw en recreatie. Daarnaast berekenen we voor de verschillende hoofdkeuzes de financiële effecten. Dat levert allemaal informatie op die bestuurders mee zullen wegen in de definitieve besluitvorming.’

Wat die onderscheidende hoofdkeuzes zijn, daarover gaat het projectteam de komende periode in overleg met Stuurgroep Rivierklimaatpark IJsselpoort en de gebruikers van het gebied, zoals agrariërs en recreanten. Dijkstra verduidelijkt: ‘Dat gaat niet over de vraag of er wel of niet meer wandelpaden in het gebied moeten komen, want dit botst niet met andere functies en is eigenlijk zonder problemen in elk voorkeursalternatief in te passen. Maar bijvoorbeeld wel om wat te doen met de hoge zomerkades in de uiterwaarden. Door die hoge kades blijven de uiterwaarden heel lang droog. Dat is gunstig voor de landbouw. Agrariërs kunnen de uiterwaarden bijna net zo intensief gebruiken als de gronden die erbuiten liggen. Maar voor de natuur en de doorstroom van de uitwaarden zelf is het niet optimaal. Op het moment dat je van het idee van die kades afstapt, levert dat natuurwinst op, maar voor de landbouw is het ingrijpend. Daarin zal een afweging moeten worden gemaakt.’

Het belang van participatie is het centrale thema van de tweejaarlijkse Rivierendag die DP Rijn op maandag 19 november organiseert. Participatie is een veelbesproken onderwerp aan de vergadertafel, maar hoe werkt het in de praktijk? In een interactief programma gaan bezoekers kennis delen, leren van elkaar én elkaar bewust maken van de impact van goede en minder effectieve participatie. De Rivierendag wordt georganiseerd voor de projectleiders en bestuurders van waterschappen, gemeenten, provincies en het Rijk, maatschappelijke belangenorganisaties en deskundigen die werken aan Lange Termijn Ambitie Rivieren. Zie website voor meer informatie en aanmelden.

Win-wins

Dijkstra benadrukt dat het niet alleen gaat over landbouw versus natuur, maar vooral ook over win-wins in het gebied. ‘De landbouwsector heeft al aangegeven of bedrijfsverplaatsing mogelijk is. Dat helpt niet alleen de landbouwsector, die nu al klem zit in het gebied, maar stimuleert ook de natuur en draagt bij aan het halen van klimaatdoelstellingen.’

Een andere mogelijke win-win is het watersportgebied Rhederlaag. Daar zitten watersportverenigingen en verschillende jachthavens die regelmatig last hebben van lage waterstanden. Dat komt doordat de IJssel alsmaar verder ingedamd is en zich steeds verder insnijdt. En als de rivier buiten haar oevers treedt, laat ze een laagje slib achter op de uiterwaarden waardoor die verder ophogen. Dijkstra: ‘Dat proces kun je doorbreken, door de uiterwaarden te verlagen of de rivierbodem te verhogen. Hier zouden zowel de natuur als de recreatiesector van kunnen profiteren. Komende jaren onderzoeken we wat mogelijk is en de Commissie m.e.r. zal de effecten van een eventuele ingreep bestuderen.’

Hoe verder

Komende anderhalf jaar werkt het interne projectteam met ambtelijke vertegenwoordigers van de tien partners de vier oplossingsrichtingen uit tot één voorkeursalternatief. Nadat de Stuurgroep Rivierklimaatpark IJsselpoort daar een klap op heeft gegeven, gaat het plan voor vaststelling naar de verschillende dagelijkse besturen die het voorkeursalternatief weer voor zullen leggen aan de verschillende gemeenteraden, Provinciale Staten en het algemene bestuur van Waterschap Rijn en IJssel. De minister zal uiteindelijk ook haar fiat moeten geven.Elke tussenstap in het proces wordt voorgelegd aan belanghebbenden en betrokkenen.