Vernieuwing afsluitdijk

Op 16 maart maakte Rijkswaterstaat bekend de vernieuwing van de Afsluitdijk definitief te gunnen aan Levvel, een consortium van BAM, Van Oord en Rebel. De naam Levvel is een palindroom (spiegelwoord), gebaseerd op Lely’s Erfgoed Veiliggesteld. Daarnaast verwijst de naam naar de twee primaire opgaven die met het project – gelijktijdig – worden opgepakt: het keren van het water en het nieuwe peilbeheer van het IJsselmeer.

De realisatie van het project, dat naast het versterken van de dijk dus ook het vergroten van de waterafvoercapaciteit van het spuicomplex bij Den Oever door de installatie van zware pompgemalen behelst, start naar verwachting eind 2018 en zal duren tot eind 2022. 

Twee doelstellingen ineen

Het vergroten van de afvoercapaciteit leidt ertoe dat Rijkswaterstaat vanaf eind 2022 een extra operationele maatregel ter beschikking heeft om het winterpeil conform de deltabeslissing te handhaven op gemiddeld NAP -0,25 meter, naast het spuien onder vrij verval. Naast de primaire doelstellingen worden in het vernieuwingstraject ook veel ‘meekoppelkansen’ benut, waarvan de vismigratierivier het meest in het oog springt.

Meer afvoercapaciteit

De Afsluitdijk is al in 2006 officieel afgekeurd. De kering voldoet sinds die tijd niet meer aan de waterkerende normen. Maar de discussie over de afvoercapaciteit van de spuisluizen bij Kornwerderzand en Den Oever speelt al veel langer, memoreert omgevingsmanager Lukas Meursing van het project Afsluitdijk. ‘Het Peilbesluit heeft zijn oorsprong in 1998, toen we door extreem hoogwater in de Waddenzee geen water konden lozen onder vrij verval. In plaats van het streefpeil van NAP -0,40 meter dat sinds de afsluiting van de Zuiderzee in de winter gold, steeg het peil in het IJsselmeer tot +0,55 meter met stroomopwaartse gevolgen. De Rijn en de IJssel konden toen wel wat hebben, maar het Drents Plateau kon geen water meer kwijt. Dat leidde destijds tot grote problemen én de algemene overtuiging dat er meer afvoercapaciteit naar de Waddenzee moest worden gerealiseerd.’

Peiladvies Commissie Veerman

De enige plek waar niet ‘gemaald’ werd, was tussen het IJsselmeer en de Waddenzee. Spuien ging daar sinds het sluiten van het IJsselmeer onder vrij verval. Op een natuurlijke manier dus, en de mores van de tijd leerde dat dat vooral zo moest blijven. De vraag was echter hoe lang dat nog kon, met de mogelijk stijgende zeespiegel in het vooruitzicht. Meursing: ‘Meebewegen met water was het credo: ruimte voor de rivier. Vandaar dat de commissie-Veerman in 2008 voorstelde om het peil in het IJsselmeer op termijn met 1,5 meter te laten stijgen. Alleen op die manier kon je – rekening houden met de scenario’s van toen – tot pakweg 2100 onder vrij verval blijven spuien.’ 
Voor de discussie over de toekomst van het waterbeheer was het goed. Maar bij de nadere uitwerking via het deelprogramma IJsselmeer ontstonden er nieuwe inzichten. Het zou vele miljarden gaan kosten door grootscheepse aanpassingen aan de waterveiligheidsinfrastructuur rond het hele IJsselmeer. En daarmee grote impact hebben op Zuiderzeeplaatsen. Maar ook stroomopwaarts zou het gevolgen hebben. Meursing: ‘Gaandeweg het proces bleek dat de noodzaak ontbrak en er geen draagvlak was.’

De Vismigratierivier is een opening in de Afsluitdijk waardoor vissen weer 24/7 en 365 dagen per jaar heen en weer kunnen zwemmen tussen de Waddenzee en het IJsselmeer. De Vismigratierivier moet bijdragen aan het verbeteren van de visstand. Deze oplossing bestaat nog nergens ter wereld.

Pompen als het moet

Het huidige spuicomplex bij Den Oever wordt daarom niet alleen uitgebreid met extra spuisluizen, maar ook met twee grote pompgemalen. Bij een hoge waterstand in de Waddenzee is spuien niet mogelijk en moet het toch mogelijk zijn om water uit het IJsselmeer af te voeren. Het besluit om pompcapaciteit toe te voegen was nodig om invulling te kunnen geven aan het adagium 'spuien als het kan, pompen als het moet'. Het is een volgende, onomkeerbare stap in de geschiedenis die begon met het bouwen van terpen, het aanleggen van dijkjes, het leegpompen van polders via boezems naar het buitenwater, en ten slotte naar het IJsselmeer. De laatste stap naar zee ging tot nog toe onder vrij verval. Maar ook naar zee hebben we nu een gemaal nodig.’ De zes pompen bij Den Oever krijgen een gezamenlijke spuicapaciteit van 235 kuub per seconde. Maar zo lang het kan, wordt geleund op natuurlijke spuicapaciteit.

Dijkversterking

Vanaf de kant van de Waddenzee wordt de Afsluitdijk versterkt en verhoogd. ‘We kiezen voor een adaptieve aanpak. Het buitentalud wordt versterkt volgens de ‘in-een-keer-goed’-methodiek voor 100 jaar. Ook de vervanging van de huidige schutsluizen door nieuwe keersluizen doen we in een keer goed, voor de komende 100 jaar. Maar voor andere onderdelen kiezen we voor een meer flexibele aanpak. Volgens de filosofie van adaptief deltamanagement komt er een overslagbestendige dijk. Hij wordt hoger, maar niet extreem verhoogd. We willen geen maatregelen treffen waar we later spijt van krijgen. Nu is de dijk bestand tegen 10 liter per seconde per strekkende meter overslag. Na de aanpassingen kan de dijk 125 tot 140 liter per seconde per strekkende meter hebben zonder te bezwijken.’ 

Volgens Meursing levert de koppeling van verbreding en vergroting van de spuicapaciteit veel voordelen op. ‘Je hebt niet twee aannemers die elkaar op een relatief kleine oppervlakte in de weg zitten. En je kunt bovendien slim werk met werk maken. Dit levert een aanzienlijke besparing op. Daarnaast wordt de overlast voor zowel wegverkeer als de scheepvaart zoveel mogelijk beperkt.

Meekoppelkansen maximaal uitgenut

In de nationale Watervisie (2007) formuleerde het toenmalige kabinet de doelstelling om ‘met de vernieuwing van de dijk meekoppelkansen te verkennen’. Dit leverde aanvankelijk de meest fantastische plannen op, veelal door markpartijen ingediend. Toen in 2011 de beslissing over de versterking definitief werd, is een splitsing gemaakt tussen de dijkversterking en bijkomende projecten, mede met de doelstelling om voor de bijkomende projecten eigen financiering aan te trekken. Hieruit ontstond het project De Nieuwe Afsluitdijk (DNA): een samenwerking tussen de provincies Noord-Holland en Fryslân en de gemeenten Hollands Kroon, Súdwest-Fryslân en Harlingen. De Nieuwe Afsluitdijk wil dat de Afsluitdijk een voorbeeld wordt van duurzame innovatie op het gebied van energie en water, economie en water, en natuur en water. Samen dragen deze duurzame ontwikkelingen bij aan de sociaaleconomische versterking van de regio’s aan weerszijden van de Afsluitdijk: de Waddenzee en het IJsselmeergebied. Een aantal in het oog springende projecten staat hieronder in woord en beeld beschreven.

Met Blue Energy is het mogelijk om energie op te wekken uit het zoute water van de Waddenzee en het zoete water van het IJsselmeer. Op het midden van de Afsluitdijk draait een proefinstallatie waarmee deze nieuwe techniek wordt getest. Doel is deze techniek binnen afzienbare tijd naar de markt te brengen.
Het Afsluitdijk Wadden Center is dé plek waar bezoekers de verhalen van de Afsluitdijk, de Waddenzee en het IJsselmeergebied kunnen beleven. Het centrum is bedoeld om nog meer bezoekers naar de Afsluitdijk te trekken, ze langer te laten blijven en zo de regionale economie te versterken.
In de spuisluizen bij Den Oever hangen drie grote onderwaterturbines. De turbines maken gebruik van het getij en stromend water om energie op te wekken. Het doel is om deze techniek verder te ontwikkelen. Bij positieve resultaten krijgen de spuisluizen bij Kornwerderzand achttien onderwaterturbines.