Op 4 april 2018 bood directeur Susan Lammers van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) de Stedenatlas Jacob van Deventer aan aan watergezant Henk Ovink. De RCE, die meewerkte aan de Stedenatlas, zet zich ervoor in dat het erfgoedaspect als vanzelfsprekend wordt meegenomen bij ruimtelijke opgaven, niet in de laatste plaats wateropgaven. Sterker: het verleden biedt volgens Lammers houvast voor de toekomst, zeker als het ruimtelijke adaptatie aangaat. De RCE-programmalijn Water en Erfgoed is gebaseerd op dit uitgangspunt en daarmee is er een directe link naar het Deltaprogramma. ‘Kennis uit het verleden leidt tot goed onderbouwde oplossingen voor plekken waar wateroverlast is. Stedenatlas Jacob van Deventer is een belangrijke inspiratiebron.’ 5 vragen aan RCE-directeur Susan Lammers.

portret Suzanne Lammers
Susan Lammers, directeur Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE)

Op initiatief van Uitgeverij THOTH deden de Vlaamse hoogleraar historische cartografie Bram Vannieuwenhuyze (Universiteit van Amsterdam) en de Nederlandse stadshistoricus Reinout Rutte (Technische Universiteit Delft) vier jaar lang onderzoek naar het werk van Jacob van Deventer. In het monumentale standaardwerk zijn voor het eerst alle 226 stadsplattegronden van deze vermaarde zestiende-eeuwse cartograaf gebundeld. Het boek geeft een overzicht van de stadswording in de Lage Landen en biedt handreikingen voor hedendaagse ontwerpen in oude binnensteden, in het bijzonder de aanpak van wateropgaven. 

1. Buitenstaanders associëren erfgoedzorg vaak met het verleden en met conserveren. Hebben zij het bij het verkeerde eind? 

‘Wij blikken nadrukkelijk vooruit en proberen lijnen uit het verleden door te trekken naar het heden en de toekomst. In het programma Water en Ruimte gaat het de komende jaren om waterveiligheid, ruimtelijke adaptatie en het aansluiten bij de integrale Gebiedsagenda van IJsselmeer, Zuidwestelijke Delta en de Wadden. Bij al deze thema’s is het relevant ervoor te zorgen dat cultureel erfgoed integraal onderdeel uitmaakt van de ontwikkelingen in onze leefomgeving. Het gaat vrijwel steeds om ingrepen in landschappen die gevormd zijn door onze omgang met het water, en die door het huidige gebruik en de klimaatveranderingen onder druk komen te staan. Denk aan versteende oppervlakken, landbouw in beekdalen en bodemdaling in historische steden.’

2. Wat leren de oude kaarten ons over stedelijk waterbeheer in de zestiende eeuw?

‘Water was ook bepalend voor de vorm van de stad en is daarmee heel structurerend. De kaarten van Van Deventer kunnen gebruikt worden als basismateriaal omdat ze heel nauwkeurig zijn en het vaak de oudst beschikbare topografische bron zijn. We kunnen zien hoe de stad aan de rivier of waterwegen ligt en hoe de waterloop door de stad gaat. We zien stadsmuren of omwallingen met daarbuiten water, en water binnen de stad. Verder zijn er al allerlei waterwerken aangelegd. Van Deventer heeft daar symbolen voor gebruikt en soms namen aan toegevoegd: de legenda geeft aan of er een dam, sluis, uitwatering of brug aanwezig is. Ook van het direct omliggende land heeft Van Deventer aangegeven hoezeer dat is beïnvloed door water; verschillende kleuren groen en blauwgroen geven de mate van vernatting in de ondergrond weer.
Als we de kaart van Van Deventer uit de zestiende eeuw leggen naast die van Blaeu uit de zeventiende eeuw dan zijn al veel verschillen te zien. Op verschillende plaatsen zijn waterlopen dichtgezet of omgelegd. Hieruit kunnen we concluderen dat de mens steeds bezig was met het water in en om de stad om zijn veiligheid en economie zo goed mogelijk te organiseren en te beschermen.’

3. In het boek worden de kaarten van Van Deventer gelegd naast recente luchtfoto’s. Wat is in onze historische steden veranderd, wat is opvallend gelijk gebleven?

‘De basisstructuur is opvallend gelijk gebleven. Water zorgde voor ordening en structuur. Er is een aantal typen steden te onderscheiden die hun vorm grotendeels te danken hebben aan de manier waarop ze aan het water liggen. Wat is veranderd, is de zichtbare hoeveelheid aanwezig water in de stad. Er is nu duidelijk veel minder water in de stad dan in de zestiende eeuw. Verbindingen werden verbroken. Ook is duidelijk dat het water is omgeleid: nieuwe waterwegen, omgrachting, et cetera. De mens zette zijn leefomgeving naar zijn hand, voor meer bouwgrond, aanleg van riolering of wegen voor het toenemende verkeer.’

4. Hoe kan de historische kennis uit de atlas een basis vormen voor wateropgaven uit het Deltaprogramma in oude steden?

‘Denk aan ruimtelijke adaptatie. We zien nu vaak dat voor ad-hocoplossingen gekozen wordt door direct te gaan sleutelen aan de plek waar wateroverlast aanwezig is, terwijl niet duidelijk is waar die overlast precies vandaan komt. Nieuwe technologische ingrepen gaan soms voorbij aan de historische oorzaak van wateroverlast. Een goede analyse van wat er in de loop der eeuwen met het water gebeurd is, kan ervoor zorgen dat we begrijpen welke verschillende watersystemen er binnen en buiten de stad aanwezig zijn en hoe die met elkaar verbonden zijn. Welke sluis doet wat? Waar wordt het water heen geleid en hoe werkt dat? Zitten er ergens blokkades in het systeem? Die kennis leidt tot goed onderbouwde oplossingen voor plekken waar wateroverlast is.’

5. Wat kunt u de deltacommunity vanuit historisch perspectief meegeven over actuele stedelijke wateropgaven?

‘Klimaatadaptatie is een noodzaak. Uiterlijk 2019 moeten alle Nederlandse steden een stresstest doen om effecten van wateroverlast, overstroming, droogte en hitte in kaart te brengen. Laat een gedegen analyse uitvoeren van de historische ontwikkeling van het water in en om de stad en betrek daar historische kennis bij.
De stadsarcheoloog/gemeentearcheoloog en de archivaris hebben vaak heel veel gegevens over de ondergrond en over hoe in het verleden met water is omgegaan. Ook waterschappen hebben archieven met essentiële informatie. Maak van die kennis gebruik. Daarnaast is het nuttig om ook het watersysteem van een groter gebied rondom de stad goed te kennen. Gemeenten liggen soms in de invloedsfeer van verschillende waterschappen. In het nabije verleden zijn waterwegen dichtgezet om allerlei verschillende redenen; dit leidt nu op sommige plaatsen tot wateroverlast. De RCE pleit ervoor – om dergelijke problemen te voorkomen – de geschiedenis van het water in de stad te analyseren. Daar kun je bij het uitvoeren van de stresstest al meteen mee beginnen.