Meten van grote hoogte:

Vorig jaar hebben de provincie Zeeland en het Waterschap Scheldestromen de meetgegevens van de zoet- en zoutwaterverdeling in de ondergrond van Zeeland online beschikbaar gesteld. Vanaf 1 januari 2018 zijn de onlinegegevens dankzij een nieuwe viewer nóg gedetailleerder te bekijken.

De Zeeuwse zoetwatervoorraad is eindig en bewust gebruik ervan is noodzakelijk. Daarom lieten verschillende Zeeuwse partijen met behulp van het Deltafonds in het project FRESHEM onderzoek doen naar de zoet-zoutverdeling van het Zeeuwse grondwater. Agrariërs, natuurorganisaties en kustbeheerders hebben zo inzicht in de ondergrondse watersituatie. Zij kunnen dit gebruiken bij het bepalen of aanpassen van hun beleid. Daarnaast speelt de kaart een centrale rol tijdens regiobijeenkomsten met betrokkenen.

‘In 2014 informeerde Deltares ons dat het een techniek ontwikkeld had om het zoete en zoute grondwater heel gedetailleerd in kaart te brengen’, vertelt Vincent Klap, beleidsmedewerker bij de provincie Zeeland. ‘En omdat wij behoefte hadden aan deze informatie, besloten we na te gaan of we collega-overheden konden interesseren deel te nemen aan het project. De metingen leveren namelijk een goed beeld van de locaties en omvang van zoetwatervoorraden. Inzicht is vooral belangrijk om de voorraden te kunnen beschermen of zelfs te vergroten. Zo zijn we weerbaarder tegen zeespiegelstijging en verzilting.’

Waterschap Scheldestromen werd partner in het project. Beleidsmedewerker Marjan Sommeijer: ‘Zeeland is omringd door zout water en agrariërs en industrieën hebben juist veel behoefte aan zoet water. Waar zit het zoet water in de ondergrond en hoe kunnen we dit onttrekken, gebruiken en opslaan? Vragen die bij het waterschap een belangrijke rol spelen.’

Twee miljoen meetpunten

Het onderzoek FRESHEM is uitgevoerd met behulp van een helikopter. Die vloog met een sigaarvormig meetinstrument 80 meter boven de grond (met de sigaar op circa 40 meter) en voerde iedere 4 meter een meting uit. Aan de hand van de teruggekaatste signalen konden de onderzoekers iets zeggen over de geleidbaarheid van de ondergrond en dus of het grondwater zoet of zout is. ‘In totaal is bijna 10.000 kilometer gevlogen. Dat betekent zo’n twee miljoen meetpunten’, licht Klap toe. ‘Voorheen werd gemeten met een prikstok of door middel van sondering. Je kunt dan veel minder metingen uitvoeren. Nooit eerder is onderzoek op zo’n grote schaal uitgevoerd. Alle gegevens zijn verwerkt in een interactieve kaart die het publiek kan raadplegen. Agrariërs kunnen bijvoorbeeld de kaart bekijken voor gewaskeuze en natuurorganisaties wanneer zij nieuwe natuur willen ontwikkelen.’

Locaties bepalen

‘Sommige zoetwaterreservoirs waren al bij ons bekend’, legt Sommeijer uit. ‘Zoals de grootste opslag in de duinen op de Kop van Schouwen. Maar we ontdekten ook verrassende locaties, bijvoorbeeld bij Stavenisse op Tholen en tussen Wissenkerke en Geersdijk op Noord-Beveland. Op die plekken hadden we niet zoveel zoet water verwacht. Dat wil echter niet zeggen dat het kan worden onttrokken. De bodem op deze locaties bestaat namelijk grotendeels uit klei, waardoor het onmogelijk is het water te onttrekken. Bestond de grond voornamelijk uit zand, dan waren er meer mogelijkheden geweest.’

Nulmeting

‘De onderzoeksgegevens kun je zien als een nulmeting’, gaat Klap verder. ‘We gebruiken deze bijvoorbeeld om te monitoren hoe de zoet-zoutverdeling zich ontwikkelt in reactie op grote projecten zoals Waterdunen. Agrariërs in de omgeving maken zich zorgen dat door Waterdunen hun akkers verzilten. Met deze kaart als referentie kunnen we aan de hand van toekomstige metingen nagaan of hun zorgen terecht zijn.’

Waterschap Scheldestromen gebruikt deze kaart onder andere voor het onttrekkingsbeleid. Sommeijer: ‘Nu we beter weten waar zoet water in de grond zit, gaan we ons onttrekkingsbeleid herzien. Kloppen de locaties waar water onttrokken mag worden nog wel? En om welke hoeveelheden gaat het dan?’

Omgekeerde drainage

Waar voorheen het waterschap zich richtte op regenwater wegpompen en afvoeren, is dat tegenwoordig wel anders. Sommeijer: ‘We hebben steeds vaker te maken met heel droge of heel natte periodes. Dat vraagt om een andere aanpak. Samen met de omgeving kijken we hoe we het zoet water kunnen gebruiken. In Serooskerke op Walcheren loopt een proef met ‘omgekeerde drainage’. In de winter pompen we het water uit de sloot terug de grond in. In een droge periode kunnen we dit water uit de grond halen en gebruiken.’

Recent vonden regiobijeenkomsten plaats met zoet water als thema. Klap: ‘Het onderwerp leeft echt enorm. Gebruikers en overheden bespreken samen de knelpunten van de huidige en toekomstige zoetwatersituatie en de denkbare oplossingen. De kaart is ook tijdens deze bijeenkomsten een belangrijke basis voor het gesprek. Het is mooi om te zien dat dit onderzoek ons niet alleen van waardevolle informatie voorziet, maar tegelijkertijd het bewust omgaan met zoet water op het netvlies zet.’

Wilt u zelf de kaart raadplegen? Ga dan naar kaarten.zeeland.nl/map/freshem#.