Langs de Maas werken partijen intensief samen aan de voorstellen voor een scala aan rivierverruimende maatregelen. Dit gebeurt op basis van een wervend en integraal beeld voor de rivier in 2050. De uitwerking wordt vastgelegd in de Adaptieve Uitvoeringsstrategie Maas, waarin ook de uitvoering van maatregelen in tranches wordt geordend.

Er is een veelheid aan denkbare maatregelen langs de Maas voorhanden. In twee regioprocessen buigen gemeenten, waterschappen, Rijkswaterstaat en de provincie zich samen over de vraag welke maatregelen waar kansen bieden. De provincie Limburg, trekker van het regioproces Maasvallei, heeft eerst samen met partners in de regio de mogelijkheden met de bijbehorende beslisinformatie in kaart gebracht en stelt nu vanuit verschillende invalshoeken maatregelenpakketten samen. Ook de provincie Noord-Brabant trekt voor de regio bedijkte Maas (zowel voor het Gelders als Brabants areaal) een intensief proces om tot haalbare, betaalbare en gedragen maatregelpakketten te komen.

Johan van den Hout, voorzitter Stuurgroep Deltaprogramma Maas: ‘Maatregelen langs de Maas kunnen tot ver over de provinciegrenzen effect sorteren, dat maakt samenwerking van de drie provincies op schaal van de Maas essentieel.’
Koos Beurskens, programmamanager Deltaprogramma Maas: ‘We zijn bezig met een beleidsontwikkelingstraject. Dit betekent dat het accent ligt op het samenspel tussen overheden om doelen en financiering bij elkaar te brengen. De concrete uitwerking en planvorming van maatregelen krijgt vorm in parallelle processen langs de Maas mét lokale overheden en gebiedspartijen. Het is belangrijk dit onderscheid te blijven benadrukken.’
Wethouder Gert-Jan Krabbendam: ‘Maastricht heeft een flinke hoogwateropgave. Omdat wij de maatregelen niet vanaf de tekentafel willen nemen, zijn wij al anderhalf jaar bezig met het consulteren van het publiek’.

Maasbrede bundeling in ateliersessies

Om tot een wervend en integraal Maasbreed verhaal te komen, werken de betrokken partners in de regio’s en Maasbreed samen in een reeks ateliersessies. Deze worden begeleid en ondersteund door ruimtelijk ontwerpers en landschapsarchitecten. Het eerste Maasatelier stond in het teken van de Maas in het grote geheel. Hoe verhoudt de rivier zich tot andere rivieren? En wat valt ons op als we de Maasomgeving in een groter verband bekijken, bijvoorbeeld in vergelijking met de aanliggende regio’s in Nederland, maar ook in Vlaanderen en Duitsland?

Tijdens het tweede Maasatelier bogen de aanwezigen zich over de aanwezige kenmerkende landschapstypen en de kansen voor ontwikkeling van ruimtelijke kwaliteit. Waar liggen kansen voor het combineren van de waterveiligheidsopgave met doelen op andere beleidsvelden? Denk aan de natuurambitie voor de grote wateren, de ontwikkeling van logistieke hotspots of meer lokale doelstellingen, zoals het versterken van recreatieve verbindingen.

Kralensnoer van maatregelen

Met de context en kansen helder in kaart, is het zaak om de concrete (combinaties van) maatregelen uit de twee regioprocessen te toetsen aan de beelden die Maasbreed bestaan. Doel is te komen tot een ‘kralensnoer’ langs de hele Maas: een samenhangend pakket aan maatregelen dat – waar mogelijk – integrale gebiedsopgaven bedient en adaptief in de tijd kan worden uitgevoerd.

Lange Termijn Ambitie Rivieren

Vorig jaar is gestart met de Lange Termijn Ambitie Rivieren (LTAR). Hierin wordt de koppeling van dijkversterking en rivierverruiming, zoals opgenomen in de voorkeursstrategie Rivieren, geconcretiseerd voor de Rijntakken en de Maas. De keuze van maatregelen vindt plaats op basis van een integraal afwegingskader, met criteria zoals ruimtelijke kwaliteit, draagvlak en de maatschappelijke kosten-batenanalyse (MKBA). Het gezamenlijke beleidsontwikkelingstraject leidt tot een ambitie tot en met 2050 en flexibele en adaptieve uitvoeringsstrategie voor de rivieren, die verankerd zal worden in een rijksstructuurvisie en samenhangende provinciale structuurvisies. Hiermee ontstaat helderheid over de mate van waterstanddaling als gevolg van rivierverruiming, wat vervolgens weer richtinggevend is voor de te realiseren dijkversterkingen. Overigens is de uitvoeringsstrategie niet in beton gegoten. Er zal tot 2050 geregeld evaluatie en bijstelling plaatsvinden en ook zullen bij de planuitwerking van concrete maatregelen nieuwe inzichten en wensen waar mogelijk meegenomen worden.

Wethouder Gert-Jan Krabbendam van Maastricht, betrokkene bij de uitwerking van een van de lokale projecten: ‘Maastricht heeft een flinke hoogwateropgave. Omdat wij de maatregelen niet vanaf de tekentafel willen nemen, zijn wij al anderhalf jaar bezig met het consulteren van het publiek. Daarbij hebben we ook aandacht voor meekoppelkansen, zoals verfraaiing van het landschap en het bevorderen van recreatie en het verbeteren van de toegankelijkheid van de Maastrichtse Maasdorpen bij hoogwater. Deze plannen kunnen meerwaarde hebben.’

Vizier op de Rijn

Ook Deltaprogramma Rijn verkende afgelopen jaar nadrukkelijk de kansen voor gebiedsontwikkeling. Dat gebeurde via het meerjarig ontwerplaboratorium Rijntakken, waar Atelier X samen met het programmateam van Deltaprogramma Rijn, provincies Gelderland en Overijssel en het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat stilstond bij de toekomstige ontwikkeling van het rivierengebied. In verschillende ontwerpateliers is met ontwerpend onderzoek en verbeelding geschetst aan toekomstbeelden voor de Waal en de IJssel in 2100. Deskundigen onderzochten hoe de waterveiligheidsmaatregelen langs Rijntakken zich verhouden tot de bredere ruimtelijke ontwikkelingen in het rivierengebied op langere termijn. De opbrengst van deze ateliers is samengebracht in het werkboek Vizier op de Rivier. Het werkboek is digitaal beschikbaar via www.deltacommissaris.nl/deltaprogramma/gebieden-en-generieke-themas/rivier-rijn