VNG-voorzitter commissie water Ina Adema (burgemeester Lelystad):

De waterwereld is van oudsher geneigd te denken in normatieve beleidskaders. In de ruimtelijke ordening is meer plek voor creativiteit. ‘Het zijn twee werelden die niet altijd elkaars taal spreken’, zegt Ina Adema, burgemeester van Lelystad en voorzitter van de VNG-commissie water. In die hoedanigheid zit zij ook in de Stuurgroep Deltaprogramma. Aan haar de vraag op welke plek de opgaven van het Deltaprogramma staan op de gemeentelijke agenda’s voor de komende raadsperiode. Voor ruimtelijke adaptatie staat het lokale bestuur volgens haar aan de lat. Droogte is een complex probleem dat vooral ‘veengemeenten’ parten speelt. De oplossing vereist intensieve samenwerking met de watersector en hogere overheden.

Ruimte en water gaan voor de huidige burgemeester van Lelystad samen. Als wethouder in Deventer was Ina Adema trekker van de Ruimte voor de Rivier-aanpak. Maar Adema ziet ook een duidelijke scheiding in verantwoordelijkheden tussen Rijkswaterstaat en waterschappen enerzijds en gemeenten anderzijds. ‘Waterbeheerders zijn absoluut in de lead rondom waterveiligheid. Ook in het Deltaprogramma overstijgt waterveiligheid het gemeentelijk belang. Veiligheidsnormen worden niet voor niets nationaal vastgesteld, bijvoorbeeld via de PKb (Planologische Kernbeslissing) Ruimte voor de Rivier. Waterschappen zijn verantwoordelijke voor de uitvoering. Maar oplossingen slaan steeds vaker neer in de “ruimte”. Dan komt de gemeente om de hoek kijken als mogelijkmaker. Omgekeerd biedt waterveiligheid gemeenten enorme kansen voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. In die zin betaalt samenwerking zich dubbel en dwars uit.’

Ruimtelijke adaptatie

Rond de uitvoering van het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie ziet Adema een leidende rol voor gemeenten. ‘De sleutel van ruimtelijke adaptatie ligt bij gemeenten. Dit gaat niet alleen over ruimtelijke inrichting, maar ook over gezondheid en economische kansen. Het maakt nogal wat uit als de temperatuur in de stad 8 graden hoger is dan in de omliggende omgeving, of dat steden het hitte-eilandeffect met gepaste maatregelen weten in te dammen. Een prettig leefklimaat is voor steeds meer bedrijven een belangrijke vestigingsvoorwaarde. Dan heb ik het nog niet eens over wateroverlast.’

Rond nieuwbouwopgaven is een wereld te winnen door de markt in aanbestedingen te bewegen tot klimaatbestendige oplossingen

Adema roept nieuwe gemeentebestuurders dan ook op hun watercollega’s op te zoeken en afspraken in het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie door te vertalen naar een uitvoeringsprogramma. Lokaal maatwerk is hierbij haar devies. ‘Mijn eigen gemeente Lelystad is 51 jaar oud. De stad is op de tekentafel ontworpen met veel ruimte voor groen en water. Veel steden in Nederland zijn organisch gegroeid en door hun inrichting kwetsbaarder voor klimaatverandering. Maar geen stad is hetzelfde. Daarom is afgesproken dat gemeenten via de stresstest zélf in kaart brengen hoe kwetsbaar ze zijn. En zoals geen enkele plek hetzelfde is, bestaat er ook geen standaardoplossing om omgevingen climate proof te maken. De oplossing voor een dichte stedelijke omgeving als op de Zuidas is niet per se ideaal voor Lelystad. Het is een opgave waar veel (lokale) kennis bij nodig is. Het is aan de gemeente om dit goed te organiseren.’

Verschillende rollen van de gemeente

Adema wijst op de meervoudige rol van de gemeente rond het adaptatie-dossier. ‘De gemeente is in eerste instantie eigenaar. Van de openbare ruimte, maar ook van openbare gebouwen met daken waar neerslag op valt. Met de inrichting van het openbaar gebied kan de gemeente het goede voorbeeld geven. Daarnaast heeft de gemeente met het planologisch instrumentarium de mogelijkheid om andere stakeholders te bewegen tot het nemen van klimaatmaatregelen. Maar het mag nooit aankomen op regels en bepalingen alleen. Ik zie daarnaast een zeer belangrijke rol weggelegd voor de gemeente als stimulator. Ze kan als partner haar expertise inbrengen, burgers en bedrijven prikkelen, al dan niet in samenwerking met ander overheden zoals waterschappen.'

Die verbindende rol van de gemeenten die nodig is bij klimaatadaptatie, past perfect in de filosofie van de Omgevingswet

'Amsterdam Rainproof (samenwerking tussen de gemeente Amsterdam en Waternet, red.) is daar natuurlijk een mooi voorbeeld van. Want: ruimtelijke klimaatadaptatie vereist inzet van alle gebiedsstakeholders. Een groot deel van de ruimte is niet in eigendom van gemeenten, maar van private eigenaren. Voor gebouweigenaren is dus ook een grote rol weggelegd. Tot slot kan de gemeente het voortouw nemen. Bijvoorbeeld bij de herstructurering van wijken met veel corporatiebezit. De gemeente kan afspraken maken met de corporaties hoe hierbij werk met werk kan worden gemaakt, door zoveel mogelijk elementen in te brengen die de wijk klimaatbestendiger maken. Rond nieuwbouwopgaven is een wereld te winnen door de markt in aanbestedingen te bewegen tot klimaatbestendige oplossingen. Daar is wel de juiste expertise voor nodig.’

Omgevingswet

Die verbindende rol van de gemeenten die nodig is bij klimaatadaptatie, past perfect in de filosofie van de komende Omgevingswet, stelt Adema. ‘Een basisprincipe van de Omgevingswet is dat er meer ruimte komt voor anderen dan alleen bestuurders en volksvertegenwoordigers. Daarnaast heeft de gemeente de verantwoordelijkheid om ook ander beleidsvelden te betrekken zoals de watersector, bijvoorbeeld bij het samenstellen van de integrale omgevingsvisie. Daar zijn al veel goede voorbeelden van in het land, maar het gaat niet automatisch goed: verschillende werelden praten niet altijd dezelfde taal. Mijn boodschap richting de nieuw bestuurders is: maak werk van de afspraken die we in het Deltaplan hebben gemaakt. Betrek relevante sectoren, start de dialoog met de samenleving en begin samen met het maken van een concreet uitvoeringsprogramma.’

Zoetwater ook op de agenda

De zoetwateropgave staat volgens Adema komende raadsperiode ook prominent op de gemeentelijke agenda’s, waar deze interacteert met de gebouwde omgeving. Het gaat dan vooral om droogte en funderingsschade als gevolg hiervan. ‘In eerste instantie is dit een probleem van onroerend goed-eigenaren, maar verzakkingsproblematiek legt ook een grote druk op de gemeentelijke organisatie.’ Waar schade ontstaat, moet het in principe worden opgelost, vindt Adema. Maar de verzakkingsproblematiek is volgens haar zo ‘onnoemelijk groot’, dat het de verantwoordelijkheid van individuele eigenaren en gemeenten overstijgt. ‘Verzakkingen door droogte is een nationaal probleem en we moeten dan ook samen op zoek naar oplossingen. De gemeente kan wel een belangrijke rol spelen als aanjager.