Minister Cora van Nieuwenhuizen van Infrastructuur en Waterstaat:

Op het nieuwgevormde ministerie van Infrastructuur en Waterstaat – voorheen ministerie van Infrastructuur en Milieu – staat minister Cora van Nieuwenhuizen sinds oktober aan het roer. De term ‘waterstaat’ is terug in de naam, maar betekent dit ook een accentverschuiving binnen het departement? Een gesprek met de minister over water, klimaatverandering en de uitdagingen in het Deltaprogramma.

Cora van Nieuwenhuizen, die de deltacommunity op het Deltacongres al begroette met een tweet, is een ervaren bestuurder, actief geweest in vrijwel alle lagen van de Nederlandse en Europese politiek. Die veelzijdige ervaring komt de minister nu van pas. ‘Het Deltaprogramma is immers van alle Nederlandse overheden, van gemeenten, provincies, waterschappen en het Rijk samen. Water stopt niet met stromen bij een gemeentegrens. Ik heb ervaring als gemeenteraadslid, Statenlid en gedeputeerde met onder meer het toezicht op de waterschappen in mijn portefeuille. Hierdoor ken ik de belangen van het IPO, de VNG en de waterschappen. Dat helpt als we met elkaar aan tafel zitten.’

Samen in Deltaprogramma

De minister benadrukt dat beleid en praktijk nauw verbonden moeten blijven. ‘Dat geldt zeker voor water. De hoge waterstanden begin dit jaar bewijzen maar weer hoe belangrijk het is dat alle bestuurslagen goed met elkaar samenwerken. In het Deltaprogramma staan stevige uitdagingen geformuleerd. Een veilige en duurzame delta is en blijft hard werken. Hard sámenwerken.’

Cora van Nieuwenhuizen heeft persoonlijk wel iets met water. ‘Ik denk dat iedere Nederlander iets met water heeft. Ik ook. Want hoewel de meeste mensen mij kennen als Brabantse, ben ik opgegroeid in Harderwijk. Aan het water dus. Aan de overkant was Zuidelijk Flevoland drooggelegd met nieuwe steden als Dronten, Lelystad en Almere. Het nieuwe land. Ik kreeg al vroeg mee dat Nederland een land van waterbouwers is. Op dit moment woon ik in Rotterdam, een stad die je niet los kunt zien van het water. Ik houd van de dynamiek, de bedrijvigheid en de sfeer die dat met zich meebrengt. Water heeft een bijzondere aantrekkingskracht op mensen.’

Water in de naam

Sinds de start van kabinet-Rutte III is de term ‘waterstaat’ terug in de naam van haar ministerie. Maar volgens de bewindsvrouw wijst dit niet op inhoudelijke of beleidsmatige wijzigingen. ‘Waterstaat is inderdaad terug in de naam. Daarmee is de verbinding van dit onderdeel met het ministerie weer duidelijk zichtbaar in beeld. Maar nee, er zijn geen accentverschuivingen. Waterveiligheid, zoetwater en waterkwaliteit hebben evenveel prioriteit als in het vorige kabinet.’

Ze bevestigt water als een integrale opgave te zien. ‘Water loopt letterlijk door het hele land en door al onze steden. Water neemt ruimte in, net als de bergingsgebieden en de dijken die ons tegen het water moeten beschermen. Bovendien hebben we door klimaatverandering niet alleen te maken met water van zee of water van de rivieren, maar ook met toenemende neerslag en langere periodes van droogte en hitte. We staan voor een opgave waarin alles met elkaar samenhangt en daar hebben we het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie voor. Door de wateragenda te koppelen aan andere grote opgaven, zoals verduurzaming en verstedelijking, kunnen we dit efficiënter aanpakken. De vraagstukken hangen met elkaar samen, dus de oplossing ook. Daarmee heeft dit deltaplan invloed op de inrichting van het hele land.’

Werkzaamheden combineren

Volgens de minister krijgen we dan ook allemaal te maken met de uitvoering van het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie. ‘Het komt aan op nauwe samenwerking tussen burgers, bedrijven en overheden. Niet alleen om het watersysteem of de riolering aan te passen. Maar ook om bijvoorbeeld een straat of wijk groener in te richten om meer water vast te houden. Of neem de steden op slappe bodems en de veenweidegebieden. De bodem daalt daar snel. Dat is kwetsbaar met het oog op de klimaatverandering. Dat raakt mijn portefeuille en die van andere bewindslieden in het kabinet, maar ook die van provincies en gemeenten. En bewoners en boeren hebben er ook mee te maken. De regionale adaptatiestrategieën en veenweidevisies vergen echt veel samenwerking. En de uitvoering moet – gezien de kosten – ook zo efficiënt mogelijk. Als we de noodzakelijke werkzaamheden kunnen combineren met groot onderhoud en infrastructurele verbeteringen, dan doen we dat.’

Adaptatie en kwaliteit speerpunten

Voorlopig richt de agenda van de minister zich op de twee grote wateropgaven die het nieuwe kabinet heeft genoteerd. ‘Uiteraard gaan we door met de uitvoering van het Deltaprogramma. Meer dan ooit zal de nadruk liggen op het klimaatbestendig en waterrobuust inrichten van Nederland. Daarnaast moeten we hard aan de slag met de kwaliteit van ons oppervlaktewater, grondwater en drinkwater. De waterkwaliteit staat onder druk. Waterzuiveringsinstallaties moeten steeds harder werken om restanten van mest, gewasbeschermingsmiddelen en medicijnresten uit het water te halen. Elk jaar verdwijnt 140 ton aan medicijnresten in ons water. Dat is het gewicht van dertig olifanten! We zijn nu samen met decentrale overheden, drinkwaterbedrijven, kennisinstituten en zorg- en landbouworganisaties druk bezig met de Delta-aanpak Waterkwaliteit. Het kan en moet echt beter.’