Dit jaar wordt stilgestaan bij het 100-jarig jubileum van de Zuiderzeewet, die ten grondslag lag aan de Zuiderzeewerken. Aan hoogleraar waterveiligheid Matthijs Kok (TU Delft) de vraag hoe de Zuiderzeewet nog bijdraagt aan de prioriteiten van het Deltaprogramma. De zoetwaterbufferfunctie van het Marker- en IJsselmeer is nog altijd cruciaal en neemt door klimaatverandering toe. En meer nog dan van te voren voorzien, dragen de Zuiderzeewerken bij aan de waterveiligheid, ook stroomopwaarts.’

De afsluiting van de Zuiderzee diende meerdere doelen: waterveiligheid, landaanwinning, maar ook de zoetwatervoorziening.

Twee jaar voor de totstandkoming van de Zuiderzeewet waren de dijken rond de Zuiderzee bezweken. De Watersnood van 1916 maakte pijnlijk duidelijk dat er ingrepen moest worden. Op 21 maart 1918 nam de Tweede Kamer de Zuiderzeewet aan en nadat ook de Senaat op 13 juni 1918 haar goedkeuring had gegeven, werd de wet op 14 juni 1918 van kracht.

Matthijs Kok: ‘De watersnood van 1916 bracht de totstandkoming van de Zuiderzeewerken in een versnelling. Maar de totstandkoming van de wet ging niet zonder slag of stoot. Met name de visserijsector kwam in het verweer. Een vissersplaats als Harderwijk zou door het plan niet meer aan zee liggen maar aan een meer. Andere vissersdorpen zouden helemaal van het water worden afgesneden.’

De ogen waren al veel langer gericht op de binnenzee als nieuw aan te winnen land. In 1886 was door enkele particulieren al de Zuiderzeevereniging opgericht met als doel een plan op te stellen voor de gehele of gedeeltelijk inpoldering. De jonge civiel ingenieur Cornelis Lely nam deze schone taak op zich. Zijn plan-Lely was in 1891 voltooid. Kok: ‘Het was een gigantische ingreep die paste in de tijdgeest, maar impact op bestaande structuren weerhield de politiek er lange tijd van om de Zuiderzee daadwerkelijk in te polderen. Na 1916 werd het belang van de veiligheid en de landbouw echter zwaarwegende geacht dan de bezwaren van de tegenstanders. Aan de besluitvorming ging nog wel een uitgebreide kostenbaten-analyse vooraf, een nieuw instrument in die tijd, waarmee dus ook geschiedenis werd geschreven. Maar het pleit was in 1918 beslecht.’

Deltaprogramma

Volgens Kok zijn de Zuiderzeewerken nog altijd cruciaal. De Commissie Veerman benoemde de zoetwaterbufferfunctie van het IJsselmeer als één van de speerpunten voor het Deltaprogramma. Door grotere schommelingen in het neerslagpatroon als gevolg van klimaatverandering lijkt het belang van die bufferfunctie alleen maar toe te nemen. ‘Aanvankelijk adviseerde de Commissie Veerman om het peil van het Markermeer met de zeespiegelstijging mee te laten groeien, maar dat bleek veel te duur en riep ook veel weerstand op in het gebied, waar extra dijkversterking nodig zou zijn. En voor de zoetwaterfunctie was de extra schijf niet echt nodig. Uiteindelijk is er met het ontwerp-peilbesluit voor gekozen om het huidige vaste zomerpeil in het IJsselmeer, Markermeer en het IJmeer van NAP -0,20 m te vervangen door een flexibel peil met een bandbreedte tussen NAP -0,10 m en NAP -0,30 m. Het peilbesluit wordt in de zomer van 2018 genomen. Versterkte pompcapaciteit bij de bestaande spuisluizen moet overtollig water over de dijk kunnen spuien, ook als de waterstanden in de Waddenzee hoge zijn dan in het Markermeer.

Kok: ‘Door het handhaven van het huidige peil hebben de Zuiderzeewerken – misschien wel onbedoeld – er een tweede functie bijgekregen, namelijk het beschermen van de voormalige Zuiderzeekust tegen zeespiegelstijging, die immers niet doorwerkt in het IJssel- en Marker- en IJmeer. Ook stroomopwaarts op de IJssel draagt dit bij aan de waterveiligheid.’