Waterschap Limburg heeft als taak bewoners en bedrijven te beschermen tegen hoogwater en realiseert samen met gemeenten, Provincie Limburg en het Rijk vijftien dijkversterkingsprojecten uit het hoogwaterbeschermingsprogramma in de Noordelijke Maasvallei.

Anno 2017 zijn op veel plaatsen de nooddijken te laag of onvoldoende sterk om de mensen en bedrijven erachter te beschermen tegen overstromingen, zoals hier in Steyl.

De Limburgse Maas: een unieke situatie

De Maas is voor Nederland een uniek riviertraject. De rivier ligt opgesloten tussen hoge terrassen en het landschap is doorsneden met geulen en laagten. Tot in de jaren negentig was de rivier in Limburg onbedijkt. Na de overstromingen van 1993 en 1995 zijn in 1996 in allerijl tijdelijke dijken aangelegd met materiaal uit de omgeving. Deze ‘noodkades’ waren slechts bedoeld als kortetermijnoplossing totdat de rivierverruiming gereed was. Toen bleek dat rivierverruiming onvoldoende oplossing bood voor de lange termijn, zijn de Limburgse noodkades als primaire waterkering in de Waterwet opgenomen. Anno 2017 zijn de kades te laag of onvoldoende sterk om de zestigduizend mensen en bedrijven erachter te beschermen tegen overstromingen. Bovendien zijn ze niet berekend op de grotere hoeveelheden water die de Maas gaat afvoeren door klimaatverandering.

Het waterschap legt daarbij nadrukkelijk de verbinding tussen dijkversterkingsmaatregelen voor de korte termijn en rivierverruimingsmaatregelen voor de lange termijn die onderdeel uitmaken van de nog in ontwikkeling zijnde Adaptieve Uitvoeringsstrategie Maas.

Nieuwe normen

Voor de Limburgse Maasvallei geldt nu de benadering dat alle dijken bij de maatgevende afvoer overstroombaar moeten zijn. Die benadering komt bij de beoordeling naar aanleiding van de nieuwe normering te vervallen, onder de voorwaarde dat compenserende maatregelen worden uitgevoerd. Voor Limburg betekent het dat de dijken na versterking niet langer bij hoogwater overstromen. Delen van de vallei dragen daardoor niet langer bij aan berging en afvoer van rivierwater, wat een opstuwend effect voor de rivier betekent. Voorbeelden van compenserende maatregelen zijn dijkverlegging of een retentiemaatregel. In alle gevallen zijn de maatregelen gericht op het beperken van ongewenste waterstandstijging door het gedeeltelijk behouden van de bestaande stroomvoerende en bergende ruimte in het winterbed.

Integrale verkenning en uitvoering

Voor de vijf dijkversterkingstrajecten Arcen, Well, Venlo-Velden, Baarlo en Thorn bestaat een hoogteopgave van 1 tot 2 meter. Bovendien geldt voor deze trajecten dat de voorziene systeemherstelmaatregelen (vier dijkverleggingen en één retentiemaatregel) nauw verbonden zijn met de dijkversterking omdat reguliere versterking (op de huidige locatie van de waterkering) leidt tot een aanzienlijke verkleining van het winterbed en daardoor hogere waterstanden bij hoogwater.
Binnen het Deltaprogramma Maas is onderzocht op welke wijze de maatregelen te combineren zijn. In het BO-MIRT (Bestuurlijk Overleg Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport) van oktober 2016 besloten de minister en de regionale partners op voorstel van de Stuurgroep Deltaprogramma Maas om deze systeemherstelmaatregelen te verkennen als onderdeel van de lopende HWBP-verkenningen (Hoogwaterbeschermingsprogramma, thans Deltaplan Waterveiligheid). De dijkversterking is geprogrammeerd voor de periode 2017-2024.

Participatie

Voordat de spade de grond in kan bij de dijkversterkings- en dijkterugleggingsprojecten moet er veel gebeuren. Dat begint met een verkenningsfase waarbij het waterschap – samen met medeoverheden, omwonenden, ondernemers en andere belanghebbenden – werkt aan mogelijke oplossingsrichtingen. Samen met de omgeving is een uitgebreid participatietraject ingericht. Op drie niveaus vindt overleg plaats: omgevingswerkgroepen, ontwerpateliers en informatieavonden. Het gaat over mogelijke oplossingsrichtingen, specifieke vraagstukken van een deel van het dijktraject, maar ook over de inpassing van de dijk in een straat of over de aanleg van een watergeul. Later in het proces gaat het over het ontwerp, vergunningaanvragen, inspraakronden en afstemming. Tot slot start het echte bouwwerk.

Tijdens verschillende bijeenkomsten krijgen omwonenden, ondernemers en andere belanghebbenden de kans mee te denken over mogelijke oplossingsrichtingen.

‘Onze grootste angst is dat er een veilige, maar lelijke en goedkope oplossing komt.’

Ruud Geerlings

‘Samen zoeken naar oplossing die Steyl en Maas blijft verbinden’

Waterschap Limburg heeft de bewoners van Steyl ‘aan de voorkant’ betrokken bij de plannen voor een dijk. Een van de betrokkenen is Ruud Geerlings. Hij woont direct aan de Maas in een huis dat hij in 2005 overnam van zijn grootouders. ‘Dat vind ik heel positief’, zegt Geerlings. ‘Ze hadden ook een ontwerp kunnen maken en ons officiële zienswijzen kunnen laten indienen, maar in plaats daarvan zijn we in gesprek. Wij maken ons sterk voor een oplossing die Steyl en de Maas blijft verbinden op basis van de huidige zichtlijnen. Steyl is een beschermd dorpsgezicht en de cultuurhistorische en toeristische waarde van ons dorp is groot. Een gefaseerde aanpak lijkt me ook goed, want je kunt nu eenmaal geen eeuwen vooruitkijken. Wacht eerst maar eens af of klimaatverandering wel invloed heeft op een regenrivier als de Maas, die de hoogste waterstanden in het winterseizoen heeft. Onze grootste angst is dat er een veilige, maar lelijke en goedkope oplossing komt. En dat mag op deze unieke plek niet gebeuren.’