Rijnmond-Drechtsteden

Dit artikel hoort bij: Deltanieuws #4 2017

‘Waterportefeuille belangrijker dan ik van te voren had verwacht’

Wethouder Piet Sleeking (Dordrecht):

Wat is de rol van de gemeenten binnen het Deltaprogramma? Deze is cruciaal, zeggen lokale bestuurders uit de regio Rijnmond-Drechtsteden, zeker nu naast waterveiligheid en zoetwater ook ruimtelijke adaptatie ter hand moet worden genomen. In 2018 zijn er gemeenteraadsverkiezingen. Gemeenten vervullen in het Deltaprogramma Rijnmond-Drechtsteden een belangrijke en veelzijdige rol. Zowel op bestuurlijk als ambtelijk niveau nemen zij actief deel. In de komende edities van Deltanieuws drie bestuurders van gemeenten aan het woord met hun terugblik én vooruitblik. Te beginnen met de Dordtse wethouder Piet Sleeking: ‘De waterportefeuille is veel belangrijker gebleken dan ik van tevoren had verwacht. Aan de nieuwe raad zou ik willen adviseren om de twee opgaven ruimte en water definitief aan elkaar te verbinden.’

1. Hoe kijkt u terug op afgelopen twee gemeenteraadsperiodes?

‘Het was een bewuste keuze in 2010 om water en de portefeuille ruimtelijke ontwikkeling aan elkaar te koppelen. Het college is ervan overtuigd dat water niet alleen een bedreiging is, maar ook kansen genereert. Dordrecht heeft, zeker in de tweede helft van de vorige eeuw, zijn gezicht van het water afgekeerd. De afgelopen jaren hebben we geprobeerd die verbinding met het water te herstellen. Het is een proces dat nog steeds doorgaat. En er is nog veel te doen. Wij willen eigenlijk dat mensen met een sloepje in het centrum van de stad kunnen komen, maar de Voorstraathaven is nog altijd nauwelijks bevaarbaar. We hebben als gemeente te maken met tal van stakeholders die we op één lijn moeten zien te krijgen, zoals Rijkswaterstaat, die over te ontsluiting gaat, en binnenstadbewoners, die drukte vrezen door extra recreatieverkeer op de havens.’

‘De gemeente Dordrecht heeft de afgelopen 8 jaar een actieve rol willen spelen in het Deltaprogramma Rijnmond-Drechtsteden. Zo zijn we betrokken bij de Citydeal Klimaatadaptatie. En als trekker en initiator van het Europese programma BEGIN (Blue Green Infrastructures through Social Innovation, red.) manifesteren we ons ook in Europa. Samen met vijftien partnerorganisaties uit zes Europese landen doen we onderzoek naar mogelijkheden om vormen van klimaatadaptatie te combineren met ruimtelijke kwaliteit. Het doel is daarbij om van elkaar te leren, net als bij de Citydeal Klimaatadaptatie. Door kennis te delen hoeft niet iedereen opnieuw zelf het wiel uit te vinden. Dat vind ik ook het positieve van het Deltaprogramma Rijnmond-Drechtsteden. Doordat wij aan het bestuurlijke overleg mochten deelnemen, is onze relatie met het waterschap geïntensiveerd en verbeterd.’

2. Wat zijn specifiek voor Dordrecht belangrijke thema’s?

‘Waterveiligheid is verreweg het belangrijkste thema. Voordat het Deltaprogramma in werking trad, hebben we al afspraken gemaakt over een dijkversterkingsprogramma. Toen we goed en wel bezig waren, zijn in het kader van het Deltaprogramma nieuwe, stengere normen vastgesteld. De dijken zien er nu degelijk uit, maar achteraf gezien had ik er wel een schepje bovenop willen doen zodat de dijken op Deltasterkte waren gekomen. In dat kader is het MIRT-onderzoek Operationalisering Meerlaagsveiligheid Dordrecht (MIRT = Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport, red.) misschien nog wel belangrijker geworden. Dat verschafte ons inzicht in hoeverre er in de tweede laag en derde laag mogelijkheden zijn om de inwoners van het eiland van Dordrecht tegen hoogwater te beschermen.* Hieruit zijn belangrijke resultaten naar voren gekomen. Zo bleek dat we van alle secundaire dijken die het eiland van Dordrecht feitelijk opdelen in compartimenten, niet weten of ze sterk genoeg zijn om in te zetten bij een alternatieve strategie in de tweede laag (tweede laag in meerlaagsveiligheid = ruimtelijke oplossingen, red.). Daardoor wordt onze afhankelijkheid van de primaire dijklichamen (eerste laag, red.) toch wel érg groot. Het dwingt ons nog meer na te denken over het ondenkbare: een dijkdoorbraak. Hoe gaan we om met zo’n noodsituatie? Het hele eiland evacueren? Door het MIRT-onderzoek zijn we erachter gekomen dat dat logistiek eigenlijk niet kan, en we dus moeten nadenken over zelfredzaamheid. Het gaat erom dat we in het geval van een ramp een handelingsperspectief hebben. Zelfredzaamheid vraagt om meer dan het inrichten van een noodkamer of een individuele noodvoorziening voor elektriciteit voor een ziekenhuis. Het gaat erom dat we veerkrachtige gemeenschappen creëren, met collectieve noodvoorzieningen. We zijn nu zelf aan het kijken hoe we een deel van ons nieuwe stadskantoor kunnen inrichten voor verticale evacuatie. Het is geen keuze, maar noodzaak om daar gevolg aan te geven. Op ander plekken in de stad, die in het geval van een overstroming droog blijven, willen we safe havens inrichten. Maar we moeten ook nadenken over vitale infrastructuren, die de save havens met elkaar verbinden en waarlangs in het geval van isolatie bevoorrading van buiten kan plaatsvinden.’

3. Een deel van Dordrecht ligt buitendijks en stroomt geregeld onder. Is dit beheersbaar? Wat adviseert u een volgend college?

‘De hele historische binnenstad ten westen van de Voorstraat inclusief het stadhuis, ligt buitendijks. Kades lopen onder zodra het water +2 meter boven NAP staat. De overlast is ongevaarlijke en acceptabel, maar de frequentie waarmee dit gebeurt, neemt toe, met mogelijke schade tot gevolg aan de monumenten die Dordrecht rijk is. Het zou ons veel waard zijn als het moment waarop de Maaslandkering gesloten wordt – nu op +3 meter NAP – verlaagd wordt naar +2,5 meter NAP. Dat verkleint de kans op overlast en risico op mogelijk schade voor Dordrecht enorm. Maar dat is nog onderwerp van onderzoek. Een volgend college mag zich er hard voor maken.’
‘In alle ruimtelijke plannen die gemaakt worden moet rekening worden gehouden met het feit dat situaties met extreme neerslag zich vaker zullen voordoen. Daarom zijn de Citydeal en onderzoeksprogramma BEGIN zo ontzettend belangrijk voor ons. We proberen de groenblauwe infrastructuur van de Biesbosch geleidelijk aan meer de stad binnen te brengen, zodat een natuurlijk evenwicht herstelt. Voor een deel zullen we ook afhankelijk zijn van particuliere initiatieven. Tuinen moeten groener worden ingericht, wat ook geldt voor bedrijventerreinen. Maar dat verandert niets aan de Dordtse bodem die grotendeels bestaat uit slecht-waterdoorlatende zeeklei, die het eiland bedekt sinds de St. Elisabethvloed. Ontstening heeft daarom niet altijd het gewenste effect. We zoeken daarom een deel van het antwoord ook in afstroming en extra open water, zoals bij de herinrichting van de Wielwijk. Het zijn maatregelen die soms gedaan kunnen worden zonder extra kosten, maar in veel gevallen zal toch extra budget nodig zijn. Klimaatadaptatie kost geld.’

4. Wilt u een boodschap meegeven aan de nieuwe gemeenteraad?

‘Mijn boodschap aan de nieuwe gemeenteraad is: reserveer in de meerjarenbegroting structureel 1 miljoen euro per jaar voor klimaatadaptieve inrichting. Dat betekent 4 miljoen over 4 jaar. Op een totale begroting van 450 miljoen euro is dat best veel, maar het is gewoon erg belangrijk.’
‘Een ander advies: zorg ervoor dat water een goede en centrale plek krijgt in de hele planvorming. Ik zie de noodzaak daartoe alleen maar toenemen en dat waait niet over…’

*Meerlaagsveiligheid: 1 Preventie, 2 Ruimtelijke ordening, 3 Crisisbeheersing

Het Deltaprogramma is op stoom om de inwoners van de regio Rijnmond-Drechtsteden nu en in de toekomst te beschermen tegen (hoog)water, te zorgen voor voldoende zoetwater en te werken aan een klimaatbestendige inrichting. Gemeenten vervullen hierbij een belangrijke en veelzijdige rol. Zowel op bestuurlijk als ambtelijk niveau nemen zij actief deel. In juli 2017 heeft het Gebiedsoverleg van Deltaprogramma Rijnmond-Drechtsteden een brief gestuurd naar alle politieke partijen van de gemeenten in de regio om hen te informeren over het Deltaprogramma en de hoop dat zij in de komende gemeenteraadsverkiezingen kansen zien voor hun gemeente en deze in hun verkiezingsprogramma gaan opnemen.