Om er zeker van te zijn dat ons land goed is beschermd tegen overstromingen beoordelen waterkeringbeheerders regelmatig of de primaire waterkeringen nog veilig zijn. Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) en Waterschap Vallei en Veluwe zijn gestart met een nieuwe beoordelingsmethode en vertellen over hun ervaringen.

Een hele uitdaging

Dit jaar is de eerste beoordelingsronde op basis van de in januari vastgestelde normen gestart. HHNK concludeert dat het beoordelen van de veiligheid door alle veranderingen een uitdagende klus is. HHNK heeft de afgelopen maanden samen met adviseurs van HKV en Tauw twee stukken zeedijk – de Balgzanddijk en de Amsteldiepdijk – met een nieuw instrumentarium bekeken: WBI 2017 (Wettelijk Beoordelingsinstrumentarium 2017).

De Balgzanddijk was in de vorige ronde ook al gecontroleerd en werd toen afgekeurd omdat de dijkbekleding op enkele plekken niet sterk genoeg bleek. Door deze dijk met het WBI 2017 te beoordelen wil HHNK nagaan of de nieuwe aanpak tot vergelijkbare uitkomsten leidt. Daarnaast wil HHNK helder krijgen hoeveel tijd de verschillende stappen van een beoordeling vragen om tot een goede planning en beoordelingsstrategie te komen. Ook wil HHNK leren hoe het de uitkomsten van de beoordeling moet interpreteren en welke gevolgen inhoudelijk keuzen hebben op deze uitkomsten.

Volgens Erik Vastenburg van HHNK was deze eerste stap in het beoordelen van de Balgzand- en Amsteldiepdijk zeer leerzaam: ‘Het verzamelen van data vergt veel tijd en aandacht. Vooraf hadden we al veel gegevens klaargezet, maar pas tijdens de uitvoering ontdek je wat nog ontbreekt en nodig is om tot betere uitkomsten te komen. Dat past bij een iteratieve aanpak, maar vergt wel flexibiliteit van opdrachtgever en -nemer. Verder viel op hoeveel inhoudelijke keuzes je moet maken. Hoe beoordeel je bijvoorbeeld de kwaliteit van de grasmat op de dijk en hoe kun je de ondergrond het beste schematiseren?’

Vastenburg vervolgt: ‘We zijn verrast door het verschil tussen de resultaten van de vorige toetsronde en deze berekeningen. Zo lijkt de Balgzanddijk nu op grote delen niet stabiel genoeg. Dat past niet bij ons beeld. De komende tijd willen we daarom met experts en ontwikkelaars van het WBI overleggen wat de verklaring kan zijn voor deze uitkomst. Hebben wij de juiste gegevens gebruikt? Realistische aannames gedaan? Komt het door de vele veranderingen of zit er een fout in het instrumentarium? Daarna kunnen we de beoordeling afronden.’

Grebbedijk

Het beoordelen van de Grebbedijk verliep volgens Reindert Stellingwerff van Waterschap Vallei en Veluwe relatief eenvoudig: ‘Deze dijk is een van de veertien Nederlandse waterkeringen waarvan op basis van VNK (Veiligheid Nederland in Kaart, red.) al bekend is dat ze op een of meerdere faalmechanismen vele malen slechter scoren dan de norm. In de Ministeriële Regeling (zie onder, red.) is bepaald dat we voor deze dijk kwalitatief mogen aantonen dat er geen nieuwe inzichten zijn die tot een aanmerkelijk kleinere overstromingskans leiden. Wij hebben daarom geen berekeningen gemaakt met de WBI-software en in januari een veiligheidsrapportage naar de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) gestuurd. Vooraf hebben we het rapport met de ILT besproken om zeker te zijn dat het overeenkwam met de eisen die het WBI stelt. Dit overleg met het ILT verliep uiterst prettig en inmiddels is in het waterveiligheidsportaal te zien dat de beoordeling van de Grebbedijk is afgerond.’
Meer info:
https://waterveiligheidsportaal.nl/#/nss/nss/assessment
http://grebbedijk.com/item/grebbedijk-op-de-schop

Al doende leren, samen verbeteren

De aanpak van de beoordeling is voorgeschreven in de Ministeriële Regeling en vraagt keuzes en onderbouwing van de beheerder. De Regeling verwijst naar het ondersteunende instrumentarium (het WBI 2017), dat door de nieuwe normen en nieuwe kennis en software fors verschilt van vorige instrumentaria.

Omdat er in de techniek en in het beoordelingsproces veel is veranderd, is er een Helpdesk om beheerders op weg te helpen. Ook zoeken beheerders, marktpartijen en ontwikkelaars elkaar op in het Kennis en Kunde platform. Op verzoek van de beheerders ondersteunt het WBI ontwikkelteam werksessies, bijvoorbeeld over het efficiënt aanpakken van een beoordeling.

Hoite Detmar, omgevingsmanager WBI2017: ‘De ervaringen die beheerders met elkaar en met ons delen zijn onontbeerlijk om het nieuwe systeem in de vingers te krijgen. Wij benutten de ervaringen om de instrumenten te verbeteren. In juli is er een verbeterde en aangevulde versie van WBI software en eind dit jaar slaan we nog een slag. Je ziet ook dat beoordelen meer is dan WBI software gebruiken. De expertise van beheerders zoals Erik en Reindert  is essentieel om tot een onderbouwd veiligheidsoordeel te komen.’

Chris Lansink nieuwe Programmamanager Kust

Sinds enkele weken versterkt Chris Lansink het team van het Deltaprogramma als Programmamanager Kust.

Als projectleider voor de provincie Noord-Holland was en is Lansink betrokken bij tal van innovatieve kustversterkingsprojecten. Zo stond hij aan de wieg van de metamorfose van de de Hondsbossche en Pettemer Zeewering. Bij het Deltaprogramma zal zijn aandacht in eerste instantie uitgaan naar beheer- en onderhoudsvraagstukken.

Lansink: ‘Periodiek beheer en onderhoud vergt continu aandacht van kustbeheerders. Dat reikt verder dan de techniek alleen. In het Deltaprogramma is afgesproken dat beheervraagstukken veel meer in samenhang met stakeholders en omgevingswaarden worden opgepakt. Dat vereist een nauwe samenwerking tussen verschillende stakeholders, maar genereert ook win-wins.’
Het beste bewijs neemt Lansink mee uit zijn eigen Noord-Holland, waar bij de versterking van de Hondsbossche en Pettemer Zeewering een dubbeldoelstelling werd gehanteerd. Het resultaat is niet alleen een sterkere zeewering, maar ook de realisatie van prachtig duinlandschap en strand en natuurontwikkeling in de Harger- en Pettemerpolder. Daarmee werd niet alleen de veiligheid gediend: ook natuur en recreatie kregen een boost en daarmee de economie van het gebied.

Als Programmamanager Kust zal Lansink de samenwerking tussen kustbeheerders en collega’s in andere sectoren verder bevorderen.