Rivieren Maas

Dit artikel hoort bij: Deltanieuws #3 2017

‘Voorzichtig met dijken en hun waarden’

Verhogingsmogelijkheden bijzondere dijktrajecten bedijkte Maas in beeld gebracht

Het Maaslandschap tussen Cuijk en Heusden heeft een bijzondere waarde waarin de dijken met hun karakterisering een belangrijke landschappelijke rol vervullen. De verwachting is dat veel van deze dijken tot 2050 versterkt en verhoogd moeten worden. Hoe doe je dit op dusdanige wijze, dat waterveiligheid en landschapswaarden hand in hand gaan?

De bedijkte Maas is een riviertraject met twee gedaanten. Enerzijds is de oude meanderende Maas nog goed herkenbaar in het landschap door de ligging van de dijken die de oude rivierbochten volgen. Anderzijds is het verloop van het huidige zomerbed van de Maas het gevolg van het plan-Lely waarmee de Maas zijn bochtige verloop heeft verloren en bovendien is gekanaliseerd door middel van stuwpanden.

In situaties van hoge afvoeren functioneert de Maas weer als een echte rivier, de stuwen zijn dan gestreken. Het winterbed, met daarin de afgesneden meanders, is dan beschikbaar voor de afvoer en berging van het Maaswater.

Onder normale gebruikssituaties zijn hier en daar de oude riviermeanders als watergeulen nog goed herkenbaar binnen het winterbed. Op andere plaatsen zijn ze dichtgeslibd, dichtgestort of afgedamd. Aan de zuidzijde tussen Lith en Ravenstein is de verkenning van de dijkversterking in combinatie met rivierverruiming begin 2017 al gestart. ‘Getracht wordt om met de noodzakelijke hoogwaterbeschermingsmaatregelen langs de bedijkte Maas de ruimtelijke kwaliteit van het gebied en de dijken te behouden en waar mogelijk te versterken’, zegt Goos den Hartog, Heemraad Waterveiligheid bij Waterschap Rivierenland en lid van de Bestuurlijke begeleidingsgroep Bedijkte Maas.

Studie naar verhogingsmogelijkheden

In een eerdere fase van het Deltaprogramma is de wens geformuleerd om voorzichtig te zijn met dijkverhoging op plaatsen waar dit een wezenlijke aantasting kan betekenen van ruimtelijke waarden en functies. Tot die waarden en functies behoren bijvoorbeeld dorpen met karakteristieke bebouwing, cultuurhistorische gebouwen en ensembles, bijzondere uitzichtpunten, horeca, kerken en dergelijke.
Om die reden is in 2016, als onderdeel van het regioproces binnen het Deltaprogramma Maas, een studie uitgevoerd naar de verhogingsmogelijkheden van zogenoemde bijzondere dijktrajecten langs de bedijkte Maas. De studie was gericht op het in beeld krijgen van de verhogingsmogelijkheden per dijkdeeltraject, zodanig dat daarmee de kenmerkende kwaliteiten van de dijk en omgeving niet wezenlijk worden aangetast.
De studie is uitgevoerd door het adviesbureau Infram en Van Paridon en De Groot landschapsarchitecten en is begeleid door vertegenwoordigers van partijen langs de bedijkte Maas. Aanvullend zijn deskundigen van buiten de bedijkte Maas betrokken om te reflecteren op de (tussen)resultaten van de studie. De uitkomsten van de studie zijn gebaseerd op de inschattingen van de betrokken landschapsarchitecten en civiele technici op basis van gevoel, kennis en ervaring. Er zijn geen berekeningen uitgevoerd.

Goos den Hartog

Resultaten en gebruik

Met partijen is allereerst een definitie geformuleerd van wat een bijzonder dijktraject is. Vervolgens is bepaald welke dijktrajecten hieraan voldoen. De betreffende dijktrajecten zijn vastgelegd en op kaart gezet. Ze zijn vervolgens getypeerd op basis van ontstaansgeschiedenis en verschijningsvorm. Voor elk type is daarna bepaald welke mate van dijkverhoging mogelijk is zonder dat daarmee de kenmerkende waarden en functies wezenlijk worden aangetast.
De studie heeft een wisselend beeld opgeleverd ten aanzien van verhogingsmogelijkheden. Bij het merendeel van de onderzochte trajecten is een bepaalde mate van dijkverhoging mogelijk zonder dat kenmerkende kwaliteiten van de dijk en omgeving wezenlijk worden aangetast. Er zijn ook enkele trajecten geduid waar een dijkverhoging ruimtelijk niet wenselijk is. Dat beeld is ondersteund met kaartbeelden, overzichten, foto’s en dwarsprofielen. Voor elk bijzonder dijktraject is bovendien een ‘dijkpaspoort’ opgesteld waarmee het dijktraject in zijn omgeving wordt geplaatst. Hiermee zijn aanvullende omgevingswaarden in beeld gebracht waarmee rekening gehouden kan worden als de dijk verhoogd moet worden of als andere oplossingen voor de hoogteopgave verkend moeten worden. Goos den Hartog: ‘De studie heeft een zeer mooi en bruikbaar rapport opgeleverd dat goed ontvangen is door bestuurders langs de bedijkte Maas’.

Meer informatie

Meer informatie over de studie en het rapport kunt u verkrijgen bij de betrokken waterschappen, Hans Merks van Waterschap Rivierenland (h.merks@wsrl.nl) en Joop de Bijl van Waterschap Aa en Maas (jdebijl@aaenmaas.nl) en bij Ben van den Reek van de provincie Noord-Brabant (bvdreek@brabant.nl).

 

Dijkverhoging: volgende onderzoeksfase

De uitkomsten van de studie zullen gebruikt worden bij de afwegingen die in 2017 en 2018 gemaakt gaan worden in het kader van de Lange termijn Ambitie Rivieren. Binnen dit proces is de ontwikkeling van een maatregelpakket voor de lange termijn aan de orde om te voldoen aan de nieuwe wettelijke beschermingsnormen en klimaatveranderingen. Dit pakket van rivierverruiming in relatie tot noodzakelijke dijkversterkingen, moet gedragen, haalbaar en betaalbaar zijn. Het behouden en waar mogelijk verbeteren van belangrijke gebiedswaarden en kenmerken is daarbij een belangrijke invalshoek.
Een belangrijk aandachtspunt met betrekking tot de uitkomsten van de studie is dat deze slechts de ingeschatte verhogingsmogelijkheden aangeven. Het rapport geeft geen beeld van de benodigde dijkverhoging per dijktraject zoals die daadwerkelijk aan de orde kan zijn. De mate van dijkverhoging op verschillende plaatsen langs de bedijkte Maas wordt in de lopende verkenningsfase bekend. Bij de voorbereiding van de uitvoering wordt pas bekeken hoe maatregelen (onder andere dijkverhoging) echt inpasbaar en realiseerbaar zijn. Dit is plaatselijk maatwerk waarbij bewoners, gebruikers en eigenaren nadrukkelijk betrokken zullen worden.