Jan Hendrik Dronkers, oud-DG Rijkswaterstaat

Als directeur-generaal van Rijkswaterstaat was Jan Hendrik Dronkers vanaf het begin betrokken bij het Deltaprogramma. Op 15 mei is hij begonnen als locosecretaris-generaal bij het ministerie van IenM. In zijn nieuwe rol houdt Dronkers zich onder meer bezig met de onder IenM vallende zelfstandige bestuursorganisaties (ZBO’s), zoals de RDW, het CBR, het Kadaster, de omvorming van Prorail tot ZBO, de Omgevingswet en andere onderdelen van de SG-functie. Deltanieuws blikte met Dronkers terug op zeven jaar Deltaprogramma en op de toekomst. ‘Ga niet inslapen, blijf slagvaardig.’

Netwerkorganisatie

‘Een heel slagvaardig uitvoeringsprogramma.’ Zo kwalificeert Dronkers het Deltaprogramma, dat hij als directeur-generaal (DG) van Rijkswaterstaat mede heeft vormgegeven. ‘Het Deltaprogramma heeft aanvankelijk losse sectoren bij elkaar gebracht, zoals waterveiligheid, zoetwater, maar ook de ruimtelijke sector. Het geheim van het Deltaprogramma is de manier waar verschillende disciplines met elkaar samenwerken.’
‘Sindsdien wordt er meer op basis van gelijkwaardige partnerships gewerkt. In de praktijk blijkt dat tot meer pluriforme en fijnmazigere oplossingen te leiden op regionaal niveau, en is ook de betrokkenheid van bestuurders en ambtenaren groter en niet in de laatste plaats van maatschappelijke organisaties.’
Dronkers rept in dat verband van ‘bestuurlijke innovatie’ die met het Deltaprogramma gerealiseerd is. ‘Het Deltaprogramma en de organisatie van de deltacommissaris hebben zich bewezen als een moderne netwerkorganisatie waarmee een gezamenlijk probleem op uiterst effectieve manier wordt aangepakt. Dat zijn in elk geval mijn ervaringen en onafhankelijke evaluaties bevestigen dit. Dat succes is niet te danken aan één partij, maar aan het totaal van alle samenwerkingspartners.’

Permanente aandacht

Dronkers herinnert eraan hoe de Deltacommissie onder leiding van oud-landbouwminister Cees Veerman erop hamerde dat waterveiligheid niet enkel aandacht krijgt na een ramp. Na zeven jaar stelt Dronkers tevreden vast dat het Deltaprogramma weliswaar kritisch wordt gevolgd, maar het belang van voorzetting ervan niet wordt betwist. Die continuïteit is niet alleen mogelijk gemaakt door het Deltafonds, maar tevens door het aanstellen van een deltacommissaris die, op een zekere afstand van politiek Den Haag, als schakel fungeert tussen de verschillende bestuurlijke lagen die in het Deltaprogramma participeren. ‘De deltacommissaris heeft die wijze van samenwerken altijd gepropageerd en daar geen concessies aan gedaan De minister als eindverantwoordelijke en de deltacommissaris het gezicht naar buiten. De deltacommissaris is als functionaris in staat gebleken partijen te bewegen waardoor programma-afspraken kunnen worden nagekomen. In de zeven jaar dat ik als DG bij het programma betrokken was, is hij een stabiele factor geweest waar je niet omheen kan. Het goede nieuws is dat de deltacommunity voorlopig op hem kan blijven rekenen (per 1 februari is deltacommissaris Wim Kuijken herbenoemd, red.). Dat geeft een stukje continuïteit die past bij het DNA van het Deltaprogramma.’

Rijkswaterstaat veranderde mee

Rijkswaterstaat veranderde ook onder invloed van het Deltaprogramma. ‘We zijn een meer inhoudelijke autoriteit geworden die samen met partners op zoek gaat naar de beste oplossingen om een veilige en duurzame toekomst zoveel mogelijk te waarborgen.’
Het Deltaprogramma verbreedde volgens Dronkers niet alleen de horizon binnen Rijkswaterstaat, maar bestendigde bovendien het commitment van politiek en vanuit de samenleving. ‘Wij stonden aan de wieg van de nieuwe normeringen voor primaire veiligheid en dankzij het Deltaprogramma heeft dat ook de politieke steun gekregen. Het Hoogwaterbeschermingsprogramma past als uitvoeringsprogramma in de hele entourage van het Deltaprogramma, door de nauwe samenwerking tussen Rijkswaterstaat en de waterschappen. Ook hier zie je dat het DNA van het Deltaprogramma geleidelijk aan gemeengoed is geworden en omarmd wordt binnen de organisaties die deelnemen aan het programma. Inhoudelijk heeft ook de vorming van het ministerie van IenM bijgedragen aan de heroriëntatie van Rijkswaterstaat. Onder het oude ministerie van Verkeer en Waterstaat lag de focus toch vrij eng op watersystemen; inmiddels is de organisatie doordrongen van het belang om ook ruimtelijke kwaliteit, duurzaamheid en gebiedsgerichte inpassing mee te wegen. Dat besef leefde veel minder vroeger.’

Doorgaan op de ingeslagen weg,
maar blijf kritisch op je eigen rol

Een aardige anekdote wellicht nog? ‘Op het laatste Deltacongres gaf ik een toelichting op onze marktvisie. Daarin benadrukte ik dat samenwerking ingewikkeld is en je enkel moet samenwerken als het écht moet. “Ga niet samenwerken om het samenwerken”, zei ik. Nou, dat veroorzaakte een hoop geroezemoes in de zaal. Daarmee kreeg ik de bevestiging dat het met dat samenwerken wel goed zit binnen de deltacommunity. Maar wat ik er indirect mee wilde zeggen is dat je altijd kritisch moet blijven op je eigen beoordelingsvermogen van wat nuttig is, en wat niet. Samenwerken moet niet verworden tot een doctrine, maar het moet ons helpen aan een veilige en duurzame inrichting van Nederland.’
‘Niettemin denk ik dat we aan de wijze van samenwerking moeten vasthouden: geen eilanden creëren, maar bruggen blijven slaan en ook de markt en de burger daarbij intrinsiek betrekken. De beslissingen en scenario’s die ontwikkeld worden moeten daarbij wel gebaseerd zijn op kennis en vakmanschap. De inhoudelijke basis is cruciaal en daar kan niet over worden onderhandeld, zeker gezien alle wijzigingen die we zien in de klimaatscenario’s. Ga niet inslapen, blijf slagvaardig!’