Nederland heeft de ambitie om in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust ingericht te zijn. Doel van het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie is ruimtelijke adaptatie intensiveren. ‘Dat is hard nodig’, vindt Stefan Kuks, voorzitter van de stuurgroep Ruimtelijke Adaptatie en watergraaf van Waterschap Vechtstromen. Wateroverlast is niet meer geheel te voorkomen. De nadruk moet verschuiven van preventie naar het beperken van schade en naar bewustwording - met meer aandacht voor piekbuien, droogte in de stad en hittestress. Kuks: ‘In het Deltaplan staan zeven ambities beschreven, waarmee bestuurders aan de slag willen.’

1. Stresstest geeft inzicht in gevolgen en preventieve maatregelen
De klimaatscenario’s van het KNMI geven aan dat het door klimaatverandering harder gaat regenen en dat de zomers droger en warmer worden. Dit gaat overlast geven. De waterschappen waarschuwen dat als er geen maatregelen genomen worden, de schade door extreme regenval en langdurige droogte tot 2050 oploopt tot circa 71 miljard euro. Kuks: ‘Boodschap van het Deltaprogramma is dat we niet kunnen afwachten en dat met het Deltaplan wordt gekeken naar wat bestuurders kunnen doen. Hoe? Door extreme buien te simuleren, voor meer inzicht en om preventieve maatregelen te bepalen. Een simulatie van een extreme bui, van 150 millimeter in twee uur boven Amsterdam, laat bijvoorbeeld zien waar knelpunten liggen. Ditzelfde kan worden gedaan voor hitte en droogte.’

2. In dialoog met alle gebiedspartners
Het is niet mogelijk om heel Nederland opnieuw in te richten voor het oplossen van de knelpunten. ‘Daarom is het goed om een openbare maatschappelijke discussie te voeren over wat we wel en niet oppakken’, zegt Kuks. Overheden kunnen tarieven verhogen om knelpunten op te lossen, maar mensen kunnen ook zelf het heft in handen nemen. Kuks: ‘Door een openlijke discussie te voeren, creëer je bewustwording. Waterbeheer moet weer terug naar de maatschappij. Laat mensen zelf beslissen waar ze vinden dat de overheid het preventief moet oplossen, en waar ze accepteren dat er een restrisico op schade blijft bestaan.’

3. Uitvoeringsagenda
‘Samen met gebiedspartners willen we een uitvoeringsagenda maken waarin wordt afgesproken wie wat gaat doen’, zegt Kuks. ‘Er zijn knelpunten bekend die nu al moeten worden aangepakt. In landelijk gebied veroorzaken duikers – watergangen die onder de weg doorlopen – vaak problemen. Het vergroten van duikers of het creëren van meer ruimte rondom duikers zorgt voor een betere doorstroming. Een ander knelpunt vormen stuwen, die staan al in juni hoger om verdroging tegen te gaan. Dit veroorzaakt echter overstromingen bij hevige regenval. Het weerbericht zou leidend moeten zijn voor de hoogte van stuwen: laag bij veel regen en hoog bij droogte.’ De duikers en stuwen vormden, samen met maaibeheer en beekherstel, in uitvoering de meest acute knelpunten tijdens de wateroverlast van juni 2016 in Zuid-Nederland. ‘Hier kunnen andere waterschappen van leren’, stelt Kuks.

4. Koppelmogelijkheden met andere opgaven benutten
Het is efficiënter en effectiever om verschillende opgaven te koppelen en gezamenlijk aan te pakken. ‘We moeten innovatiekansen ontdekken in crossovers’, zegt Kuks. ‘Het koppelen van opgaven leidt tot synergie en tot een goedkopere aanpak.’ Energietransitie hangt nauw samen met ruimtelijke adaptatie. Kuks: ‘De ambities op het gebied van de energietransitie en klimaatadaptatie gaan elkaar vanzelf opzoeken.’
Daarnaast moeten investeringsmomenten optimaal worden benut. Bij nieuwbouw is het makkelijk om meteen maatregelen voor klimaatbestendigheid en waterrobuustheid toe te passen. Bij bestaande bouw biedt herstructurering kansen. Een opengebroken straat vormt een goed moment om ook ruimtelijke adaptatiemaatregelen te nemen, zoals de aanleg van groen. Dit is een kleine kostenpost ten opzichte van het openbreken van de straat.

5. Stimuleren met goede voorbeelden
Er zijn tal van goede voorbeelden te noemen waar al gewerkt wordt aan het verbeteren van de klimaatbestendigheid en waterrobuustheid. Kuks: ‘Daar moeten we mee doorgaan, maar het is niet genoeg. Er moet vanwege de urgentie van klimaatverandering veel meer gebeuren. Dat is ook waarom dit nieuwe Deltaplan verschijnt. Maar de goede voorbeelden moeten we vooral blijven stimuleren, dat werkt goed.’ Ter illustratie noemt Kuks groenblauwe netwerken in de stad. Maatregelen als wadi’s, groene daken en meer groenvoorzieningen zorgen voor een betere waterberging en verkoeling in de stad. Dergelijke maatregelen helpen tegen zowel wateroverlast als hittestress. ‘Overheden moeten vooral maatregelen stimuleren die een goed rendement geven’, vindt Kuks. ‘Om dit rendement te bepalen is meer kennis nodig.’

6. Meer gebruik maken van regelgeving
Het gaat in eerste instantie natuurlijk om het creëren van bewustwording en daarmee beïnvloeding van gedrag. Natuurlijk kan regelgeving overheden, bewoners en bedrijven daarnaast extra stimuleren om bepaalde maatregelen te nemen. Denk aan waterrobuust en meer hittebestendig bouwen. Overheden kunnen deze maatregelen stimuleren met behulp van subsidieregelingen en bouwregelgeving. Bijvoorbeeld voor het hoger aanleggen van een nieuw huis ten opzichte van de tuin en voor het stoppen met drempelvrij bouwen. In de bouw is al veel regelgeving, maar Kuks vraagt zich af of er op dit moment voldoende gebruik van wordt gemaakt voor het stimuleren van klimaatbestendigheid en waterrobuustheid: ‘Overheden moeten er niet voor terugdeinzen om af en toe regelgeving toe te passen als het werkt. Voor de bouwsector is regelgeving voor klimaatbestendig bouwen positief, want dit leidt mijns inziens tot meer innovatie in de bouw.’

7. Beter voorbereid zijn op calamiteiten
Ondanks genomen preventieve maatregelen is er altijd een kans op teveel water op straat, of een overstroming. Als dit plaatsvindt, biedt nu vaak alleen de brandweer eerste hulp door overtollig water weg te pompen. Bij  grote hoeveelheden water is dit niet genoeg. ‘Over aanvullende vormen van eerste hulp is niet veel nagedacht’, zegt Kuks. ‘Een waterschap kan de brandweer goed helpen. Bijvoorbeeld door actief stuwen te verlagen.’ Maar er zijn ook creatievere manieren denkbaar. Toen de Duitse stad Münster op 28 juli 2014 te maken kreeg met 300 millimeter neerslag in zeven uur tijd en een deel van de stad onderliep, werden studenten ingezet om te helpen. Ze hielpen oudere mensen om van de begane grond naar de eerste verdieping van hun huis te komen. Kuks: ‘Dit laat zien hoe een veiligheidsregio gebruik kan maken van andere groepen mensen om te helpen.’