Evaluatie Deltaprogramma Zoetwater:


Het Deltaprogramma Zoetwater heeft zijn organisatie en de werkwijze geëvalueerd. Conclusie? Het gaat op veel plekken in het land goed met de uitvoering van het Deltaprogramma Zoetwater. Toch is er nog ruimte voor verbetering. Daarbij gaat het met name om het strategisch verbinden van dossiers en vergroten van ‘eigenaarschap’ van de zoetwaterregio’s.

Het Deltaprogramma Zoetwater heeft besloten meer werk te maken van het slechten van bestuurlijke schotten. Er is meer winst te behalen door de koppeling van zoetwaterbeleid en oplossingen voor wateroverlast, waterkwaliteit, ruimtelijke adaptatie en gebiedsprocessen.

Wat de organisatie betreft geeft de aansturing via het kernteam en het Bestuurlijk Platform Zoetwater (BPZ) snel een indruk van centrale sturing. Dit wordt versterkt door de samenstelling van het Kernteam, waarin ministerie van IenM en Rijkswaterstaat relatief sterk zijn vertegenwoordigd. Het Bestuurlijk Platform Zoetwater heeft besloten dat het Kernteam zal worden versterkt met een lid vanuit elke zoetwaterregio. Ook wordt gestreefd naar een meer gedeeld eigenaarschap bij de (voorbereiding van) maandelijkse werksessies van Zoetwater en de voorbereiding van het (driemaandelijkse) Bestuurlijk Platform Zoetwater.

Aanleiding van deze evaluatie

Eind 2014 was de overgang van het opstellen van de Deltabeslissing Zoetwater naar de uitvoeringsfase van het Deltaprogramma Zoetwater. Toen is de organisatie aangepast. Het accent van de inzet is meer op de zeven zoetwaterregio’s komen te liggen waar de uitvoering van de maatregelen ligt, evenals het uitwerken van waterbeschikbaarheid.


Bij deze overgang is afgesproken om in 2016 te evalueren of deze aanpassingen van de organisatie goed werken om de gedeelde verantwoordelijkheid te realiseren, en of de relatief hoge rijksinzet in het kernteam nog op hetzelfde niveau zou moeten blijven.