Regionale Bestuurlijke Bijeenkomsten Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie


De opgave om de gevolgen van de klimaatsverandering zo goed als mogelijk op te vangen in de ruimtelijke inrichting van Nederland, ligt in de handen van ons allemaal. Regionale samenwerking en verbinden van opgaven is een belangrijke sleutel om tot een klimaatbestendige inrichting te komen.

Deltaplan opgebouwd vanuit de regio

Dat blijkt uit de tussentijdse evaluatie van de Stuurgroep Ruimtelijke Adaptatie. De stuurgroep wil het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie, waar op het moment hard aan gewerkt wordt, dan ook opbouwen vanuit de regio’s.


Met dat doel is in vijf regio’s een bijeenkomst georganiseerd met bestuurders van provincies, waterschappen en gemeenten. De bestuurlijke bijeenkomsten vonden in februari en begin maart van dit jaar plaats. Belangrijkste vraag tijdens de bijeenkomst was wat er in het nationale Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie moet staan om de regio te helpen bij een waterrobuuste en klimaatbestendige inrichting.

Regionale verschillen

De opbrengst van de bijeenkomsten is erg groot. In alle regio’s zijn al diverse goede voorbeelden en weten partijen elkaar vaak al goed te vinden op het onderwerp. Uiteraard zijn er regionale en lokale verschillen, inherent aan het onderwerp zelf. Zo speelt in de ene regio bodemdaling en de wens om de ruimtelijke inrichting minder gevoelig te maken voor overstroming, terwijl in een andere regio juist wateroverlast het meest urgent is. Dat geeft al aan dat klimaatadaptatie divers is en vooral regionaal en lokaal maatwerk behoeft.

Overeenkomsten

Een aantal zaken komt in nagenoeg alle bijeenkomsten terug. Overal wordt een sterke urgentie gevoeld om sterker met het onderwerp aan de slag te gaan. Er is daarbij geen behoefte aan nieuwe bestuurlijke overlegstructuren om ruimtelijke adaptatie regionaal in te bespreken, maar aangehaakt moet worden op wat er al is. Ook moet klimaatadaptatie niet sectoraal aangevlogen worden, maar als een integrale gebiedsopgave, waarbij die opgave centraal staat, of wel: ‘grensontkennend samenwerken’.

Duidelijk werd aangegeven dat ruimtelijke adaptatie niet alleen van overheden is, maar vooral ook met de private partijen en burgers vormgegeven moet worden. Daarin is kennisdeling, het beschikbaar hebben van uniforme en open data, investeringsfondsen en een integrale langetermijnvisie van belang. Deelnemers zien kansen om mee te koppelen in de uitvoering met de diverse andere opgaven, waaronder de opgave van energietransitie, en daarmee dus werk met werk te maken.


Een groot deel van de oplossing moet gevonden worden in de private sector en bij de burger zelf. Immers het grootste deel van het Nederlandse grondgebied is niet in publieke handen, maar van private partijen en particulieren. Bij alle regio’s was dan ook de oproep om vooral ook in het Deltaplan op te nemen hoe deze groep van ‘niet-overheden’ betrokken gaat worden.

Download de samenvatting of het volledig rapport op www.ruimtelijkeadaptatie.nl.